Roest

Meikjes.nl - Roest

Gisteren had ik een jubileum. Voor het 30e jaar ongesteld, op de dag af*. Destijds mocht ik van mijn moeder bij de kinderboekenwinkel in Maastricht een boek uitzoeken om het te vieren. Een toren tegen de Romeinen, heette het. Geen idee waarom ik nou net dat boek uitkoos. Daar kon ik dan misschien in klimmen om mijn maagdelijkheid te beschermen? Sorry, mam, heeft niet gewerkt. Maar het was in ieder geval geen Romein!

30 jaar later vierde ik het door in snel tempo een 10%-biertje en een grote mok glühwein achterover te slaan, een ongelofelijk suffe kerstfilm te kijken en daarna heel lang met de hond op schoot te zitten, omdat Piet op hem was gaan STAAN. “Had je maar geen zwarte hond uit moeten zoeken. Die ZIE je toch niet.”

Ook deelde ik het heuglijke feit (van de 30 jaar, niet van de hond) met mijn tweelingzusje. Even daarvoor had mijn moeder – op een van haar vele reisjes, dit keer om kerst te ontlopen – allerlei foto’s van verroeste industriële toestellen in de familie-app geplaatst. ‘Gefeliciteerd’, appte mijn tweelingzusje mij. ‘Over verroeste stuff gesproken.’

‘Gefeliciteerd,’ appte mijn moeder. ‘Rust roest!’ En we hadden nog ZO afgesproken dat we het niet meer over mijn werksituatie (of het ontbreken daarvan) zouden hebben, mam! Wat in het vat zit, ehhhh… roest niet, weet je wel?

Twee dagen daarvoor zat ik op de rand van mijn dochters bed. “Even snel een knuffel nu, muis, want ik moet echt even gauw naar de wc, ongesteld en zo. Kom ik zo weer terug om je in te stoppen.” Totaal in shock keek ze me aan. “Maar mam, je was gísteren toch al ongesteld?” Nog nooit zo’n teleurstelling gezien als toen ik haar vertelde dat zoiets niet één dag, maar minstens 5 dagen duurt. En dan hebben we het er nog niet eens over gehad dat het niet frisblauw is en dat je er ook al niet van gaat huppelen, zoals ze je op reclames wel willen doen geloven…

Dat mag Piet haar t.z.t. uitleggen. Op de hond gaan staan, tsssssk.

 

*En nee, dat is dus niet onafgebroken en aaneengesloten. Ja.

Langzaam

De dagen gaan zo langzaam. Tot het hondje er is, een dag waar ik – natuurlijk – heel erg naar uitkijk, maar die me ook best wel wat zorgen baart. Wat als het een niet luisterende eigenwijze onopvoedbare kutkeffer is? Die vanwege een speling van het DNA-lot opeens toch veel groter wordt dan zijn ouders? Zodat ik straks met een keffende niet luisterende Bouvier zit?

Maar ook sowieso. Want het thuis zijn is fijn, maar ik voel de druk van het weer moeten straks. De druk van: Meik, het wordt nu toch echt wel weer eens tijd dat je stappen gaat zetten. Alleen kan niemand mij vertellen welke stappen dat zijn, want dat moet ik zelf doen. En daar zit nog steeds het probleem: ik weet het niet. Ik weet niet wat ik wil, ik weet niet wat ik kan. Het liefst zou ik gewoon thuis zijn, hier dingen doen. Niks moeten. Maar zo werkt het niet. Er moet geld verdiend worden, want het zal toch niet zo zijn dat iemand met mijn opleiding zo maar thuis gaat zitten.

Ik vind dat moeilijk. Ik word er misselijk van. Ik lig er wel eens wakker van. En dus richt ik me op een hondje, want daar heb ik nu tijd voor. Dat dat een tijdelijke oplossing is, dat weet ik zelf ook wel.

Weg

Echo-echo-echo. Een terugkerend ritueel begin september: ineens zijn ze allemaal weer weg. En Meik blijft achter met de konijnen. Ik zag er nogal tegenop. Want hoewel ik natuurlijk niet echt een mensen-mens ben, vond ik het toch wel erg gezellig, zo’n week of 8 huisgenoten om me heen.

Nu moeten we weer in het gareel. Er moet altijd fruit zijn. Pakjes drinken. Repen. De gymkleren moeten fris zijn. Er is een nieuw rooster om aan te wennen, en ik mag niet vergeten dat er om 15:00 uur nog steeds iemand graag ook weer van school opgehaald wil worden.

Gelukkig is de interne verhuizing (kind deel 1 naar zolder, deel 2 naar oude kamer deel 1) nog niet helemaal afgerond. Loopt het aanpassen en activeren van Meikjes.nl nog niet helemaal zoals gepland. Heb ik een goed voornemen om het huis nu eens echt op orde te houden. Komt er op 22 september een nieuwe uitbreiding van Guild Wars 2 uit. En heb ik nog steeds dat hondje om over te dromen.

Zucht. Volgende week ben ik weer helemaal gewend. Vast.

VT Wonen

“Ik had bij de Kwantum wat vaasjes gekocht, maar toen moest ik mijn hele interieur veranderen, ken je dat?”

Laatst gehoord in zo’n soort VT Wonen-winkel. Ik dacht altijd dat mensen een grapje maakten als ze zoiets zeiden, maar deze mevrouw was bloedserieus! En de verkoopster zei ook al niet dat ze gek was.

Waarschijnlijk zijn dat dezelfde mensen die hun complete walnoten eetkamerset op Marktplaats zetten t.e.a.b. (járen geduurd voordat ik wist wat dat betekende) “wegens overcompleet”.

Overcompleet. Als ik de deur van mijn woonkamer opendoe, dan denk ik: ahhhhhhh, thuis! En niet: jezus, mijn interieur is overcompleet! Snel, ik moet een nieuwe eetkamerset! We moeten echt NU onze indeling veranderen! En trouwens, rood is zó 2016. Waar is mijn stalenboek met de kleuren van 2018! Houten vloer? Nee joh. Kurk! Kurk moet het wezen!

Het zal wel aan mij liggen.

Maar wat dan wel weer heel erg klote is: in die paar minuten tussen de woonspullen heb ik toch mooi een of andere enge besmetting opgelopen. Want toen ik net achter de schuur keek, zag het er opeens heel gek uit.

Red mij! Ik begin een VT Wonen-vrouw te worden!

 

Tuin

Loedermoeder

Er is iets wat ik niet helemaal begrijp. Het is er al een tijdje. Het kreeg zelfs een kek naampje. Het gaat ongeveer zo:

Ha ha ha, hi hi hi, hoor mijn kinderen eens lawaai maken, omg mijn wasmand is ontploft, jaaaa ze zijn alleen stil als ze slapen hoor, duuuuuh lekker wijn drinken met mijn vrienden in de tuin, oh woehahaha mijn kind gaat met vieze kleren en de pastasaus van gisteren nog om de mond naar school, oeps?

Allemaal breed uitgemeten online; kijk mij eens even de boel lekker laten waaien.

‘Herkenbaar!’ ‘Oh meid, hysterisch!’ ‘Bij mij oooooook!’ staat er dan onder.

Loedermoeder, schijnt het te heten. En ik krijg er een beetje jeuk van.

Bij mij gaat heus óók niet alles altijd maar goed. Ik schreeuw ook wel eens naar mijn kinderen. Ik vergeet ook wel eens de gymkleren uit te hangen tussen twee gymlessen door. Mijn kinderen gaan ook wel eens te laat naar bed op een schooldag. Soms *néé!* eten we chinees in plaats van de geplande verantwoorde Hello Fresh-maaltijd. Ik drink ook wel eens een wijntje. Of vier.

En ik moet óók kotsen van al die perfecte Instagramplaatjes. Van alle nieuwe profielfoto’s met minstens zes verschillende filters erop. Van de o-zo-gelukkige stellen en gezinnetjes op Facebook, met commentaren eronder als ‘Oh schatje, wat ben je mooi’. Of ‘Mooi stel!’. Of: ‘Doe je goed!’. Of: ‘Lekker genieten!’. Serieus – nog 1 zo’n commentaar en ik ram mijn hoofd door de muur.

Alleen… die loedermoeder? Dat is eigenlijk precies hetzelfde – maar dan aan de andere kant van het spectrum.

Kijk. Mijn kinderen zijn niet perfect. Ikzelf ook niet. We zien er niet altijd uit om door een ringetje te halen. We hebben geen spreuken aan de muur hangen, of de perfecte beige-witte kleurstelling in ons huis. Geen bordje met ‘HOME’ op de voordeur. Geen geurkaarsen, of in stemmig zwart-wit uitgevoerde landschapsfoto’s aan de muur.

Dat doet er allemaal niet toe. Wat er wel toe doet is dat we hier samen leven. We ergeren ons heus wel eens aan onze buren – en zij zich ongetwijfeld wel eens aan ons. De buurman gaat wel eens met zijn schuurmachine lekker de schuur schuren nét op het moment dat wij met ons bezoek koffie zitten te drinken in de tuin. Kind deel 1 gaat wel eens met zijn telefoon op het dakterras lekker luidruchtig al zijn klasgenootjes zitten bellen, met bijbehorende puberale oerwoudgeluiden.

Leuk? Nee. Kun je het altijd voorkomen? Ook niet. Maar als mijn kinderen al vier keer de trap op en neer zijn gedenderd, dan zorg ik ervoor dat ze dat de vijfde keer niet meer doen. En als het half 8 ’s ochtends is, dan wordt er dus niet door huis geschreeuwd. Joehoe! Dat heet inlevingsvermogen. Empathie. En als er íets is waarvan ik vind dat mijn kinderen het moeten leren, dan is dat het wel.

Dus loedermoeder? Ik vind het maar een slap excuus.

Zo. En nu ga ik lekker een weekend naar Milaan. Wijn drinken en hysterisch doen. 

Internationale Vrouwendag

Internationale Vrouwendag.

Ik denk aan wat ik vanochtend voorbij zag komen op mijn tijdlijn. Het beeld van het opstandige meisje dat voor de ‘Bull of Wall Street’ is geplaatst om aandacht te vestigen op de zware ondervertegenwoordiging van vrouwen in besturen. Een verkiezingsposter van de SGP met daarop een bakfiets vol kinderen, met de man op de pedalen en de vrouw (ik ben hier alleen maar om te baren) timide aan de zijkant.

Ik denk aan die keer dat een collega in een hoge positie mij vertelde dat ze beduidend – en dan ook echt flínk beduidend – minder verdiende dan de mannelijke collega op vergelijkbaar niveau.

Ik denk aan de infantiele teksten die ik tegenkwam op meisjesshirts toen ik laatst nieuwe kleren moest kopen voor kind Ik Groei Als Kool deel twee. ‘The world is your catwalk’ ‘Never grow up’ ‘Happiness looks gorgeous on you’ ‘Pretty like a Daisy’ ‘Glitter is my favorite color’- om er maar een paar te noemen.

En dan nog zijn er mensen die vinden dat het allemaal wel meevalt met de beeldvorming. Of die roepen: ‘Ja, jullie werken ook allemaal parttime, dan wordt het ook nooit iets.’ Want het gaat er alleen maar om wie er het meeste geld binnensleept?

Nee. Het gaat erom dat anno 2017 een vrouw nog steeds wordt weggezet als een bitch als ze een mening heeft. Dat er in een debat wordt gezegd dat ze zich ‘laat leiden door haar emoties’ als ze zich ergens over opwindt. Dat ze ‘veel te hard is’ en ‘moest worden teruggefloten’ als ze haar mannetje (*kuch*) staat als interviewer. Dat we keer op keer tegen ‘de pratende stropdassen’ (Marianne Zwagerman in De Volkskrant) moeten aankijken terwijl er legio vrouwen in de politiek zijn die het net zo goed of zelfs beter zouden kunnen.

En dan hebben wij nog het geluk in dit welvarende, toch redelijk vrijgevochten land te wonen.

Er schijnt een oproep te zijn om als vrouw vandaag eens helemaal niets te doen, om te laten zien wat je normaal allemaal wel doet. Nou lijkt me dat in mijn geval niet zo heel verstandig, want ik doe momenteel al vrij weinig, en bovendien mag ik dan niet gamen, so aint gonna happen.  Maar mocht je de behoefte wel voelen, leef je helemaal uit!

Dan ga ik nog even nadenken over manieren om aan mijn dochter duidelijk te maken dat het helemaal niet nodig is om altijd aan meidengedoe in de klas mee te doen. Dat even vol ongeloof staren en dan omdraaien en weglopen een volkomen natuurlijke reactie is. Elke revolutie begint klein. Op de barricaden!

P.S. En omdat Lady Geek het altijd zo fijn kan uitleggen, nog even deze toevoeging:

Fijne vrouwendag!

Noedels

Vandaag kwam er in mijn facebook-newsfeed een recept voorbij met komkommernoedels. Echt waar. “Ober, heeft u voor mij iets dat zoveel mogelijk uit water bestaat, maar geen water is?” “Maar natuurlijk mevrouw, onze komkommernoedels zijn helemaal hot. En mag ik u dan het water uit onze speciale fles met kraantje waarin minstens drie uur een komkommerschil heeft gedreven ook van harte aanbevelen, voor de extra detox?”

Ik vind dat 2017 het jaar mag worden waarin we met zijn allen gewoon weer even normaal gaan doen over eten. Je weet wel, dat spul dat je tot je neemt zodat je genoeg energie hebt om je motortje draaiende te houden.

Die hele healthfood-trend, met de bijbehorende fitgirls (en boys, want die zijn er ook), mag wat mij betreft zo de prullenbak in. Dat is namelijk dezelfde trend die mijn negenjarige dochter voor de spiegel doet verzuchten dat ze “die jas echt niet aan wil, want die maakt dik.”

Doe. Even. Normaal.

Dezelfde trend die, zo las ik laatst ergens, ervoor heeft gezorgd dat fabrikanten op hun vleesverpakking zetten dat hun product ‘lactose- en glutenvrij’ is. Ja hallo, het is een stuk vlees!

Dus, fitgirls. Haal die duckface van je smoel (wat daar aantrekkelijk aan zou zijn heb ik sowieso nooit begrepen), knip in godsnaam je haar eens een keer af zodat ik niet de hele tijd denk dat ik dubbel zie, ga op de bank zitten en eet een stuk taart. Nee, dat heet dan géén cheat day, dat heet gewoon jongens, ik had zin in een stuk taart.

En dan geen taart met acaiibessen, kokosolie en magere kwark die je dan op je Instagram zet met #heerlijk #healthy #goedbezig #moetjeookdoen erbij. Want echt, ik heb het wel eens geprobeerd. Die gortdroge rotzooi wens je je ergste vijand nog niet toe.

Nee, doe het nou eens meteen goed. Neem de chocoladetruffeltaart van Sylvia Witteman. Pure ingrediënten en minstens 2000 calorieën per punt. Zo machtig als maar kan – kun je al je online fit-vriendinnen ook nog eens uitnodigen, heel ouderwets bij jou thuis. Zien ze meteen dat het leven niet alleen maar strak en wit is.

Oh, en by the way. Ik snap dat niemand het erover wil hebben want de tere zieltjes moeten worden beschermd, maar na je 40e, wanneer je die 2,2 kinderen hebt gebaard, zakt de boel toch wel uit. Just sayin’.

Het barst los!

Daar gaan we weer. Deze week heb ik eerst het hele huis schoongemaakt, inclusief dweilen (hikte ik al een week of zes tegenaan), ramen boenen (met glassex, ja. Alleen aan de binnenkant. En alleen de ramen bij de tuin – die waar de zon altijd op schijnt. Dus nog niet alles is verloren) en – waaaahhhh – stoffen met een nat doekje. Vervolgens heb ik een appeltaart gebakken van de door Pieter geschuumde* appeltjes, heb ik het natuurtafeltje omgekat van de zomervariant naar de variant met de eekhoorn, pompoen en paddenstoelen en heb ik gisteravond kaarsen aangestoken. En daarna ben ik gaan breien. Duidelijker kan het niet: de herfst is losgebarsten! Hoera!

Vandaag ging het allemaal dan weer net iets minder voorspoedig. Omdat ik niet langs school wilde fietsen tijdens ophaaltijd (ik heb namelijk echt heel erg de pest aan samenscholingen bij het schoolplein) nam ik een alternatieve route met een iets te kort bochtje en toen lazerde ik heel charmant met fiets en al de bosjes in. Mocht je me daarna toevallig zijn tegengekomen bij de plaatselijke supermarkt, dan heb ik je waarschijnlijk nog minder gezien dan normaal vanwege bossen haar die voor mijn gezicht hingen om eventuele schrammen te verbergen.

Ik denk dat ik in plaats van yogasokken beter een soort harnas voor mezelf kan gaan breien.

En dan kijken of ik mijn kinderen ook tot iets herfstigs kan bewegen. Denk dat deel 2 er wel voor te porren is; als ik het woord ‘hazelnoot’ laat vallen gaat ze al kwijlen. Deel 1… eh. Die komt niet tegenwoordig niet veel verder dan ‘Jij begrijpt er ook echt helemaal niets van, hè mam,’ en ‘Jij moet nu echt gewoon je mond houden!’ Zei ik nou harnas? Nee joh. Ik bedoelde een helm! Op puberformaat!

Maar eerst… pompoensoep. Want valpartij of niet, die herfstdrang, jongens, die is niet te stuiten!

*Limburg dialect voor iets wat niet geheel legaal maar toch ook weer niet geheel illegaal is verkregen – zoals appeltjes in een verwilderde boomgaard, of nadat de pluk al is geweest. Volgens mijn moeder. 

Koolmeesje

Er vliegt een koolmeesje tegen het raam op, al bijna drie maanden lang. Boven op zolder en beneden tegen de tuindeur. Ik weet niet wat het wil, maar het geeft niet op. Het gaat dichtbij zitten, op het puntje van de konijnenren of op de waslijn van het dakterras. Het kwettert. Het spant het lijfje aan, het spreidt de vleugeltjes, en dan lanceert het zich. Nu gaat het lukken! Maar het raam geeft niet mee.

Wat zou het binnen willen? Zou het blij op onze haren willen zitten? Zou het mee willen pikken van de hutspot-met-jus? Een badje willen nemen in de pan met water in de gootsteen? Misschien wil het wel soezend tussen ons in zitten op de bank ’s avonds met een heel klein beetje warme chocolademelk en een kruimeltje koek. Met de veertjes opgezet, een beetje slordig, zoals vogeltjes dat doen. Zou het dan ook mee naar boven willen? Op het hoofdeinde van ons bed een mezenslaapje doen?

Misschien wil het gewoon even wat aanspraak. Even weg uit de mezenwereld, de dingen van een andere kant bekijken.

Maar weet je, meesje, binnen is ook niet alles. Want als je alles hebt onderzocht, wat dan? Dan blijf je toch die muren tegenkomen. Dan is de tuindeur dicht, en de zolderdeur ook. En dan? Dan zit je vast, opgesloten. In een te warm, benauwd huis, zonder andere meesjes. Zonder wind door je veren. Zonder zon op je snavel. Ik zou het niet doen. Ik zou eieren voor mijn geld kiezen en heel hard de andere kant op vliegen. Naar het onbekende, naar de wijde horizon. Wie weet wat je allemaal tegenkomt.

Meesje, ik heb een idee. We sluiten een deal. Jij gaat naar jouw horizon, ik naar de mijne. Ik schud met mijn hoofd tot alles rammelt. Ik onderzoek, ik maak nieuwe verbindingen in mijn brein. Ik doe net alsof ik niet bang ben, en ik gooi mijn deuren wagenwijd open.

En van het voorjaar, meesje, wanneer alles weer groen is, wanneer het kriebelt, dan kom je even terug. Dan kom ik je tegemoet en dan laat ik de tuindeur open, zodat je heel even binnen kunt kijken. En daarna mag je in ons nestkastje achterin de tuin. Goed? Afgesproken.

Dans met mij

Ik was vorige week bij de crematie van een collega. Haar partner vertelde over de avond voor haar dood. Dat hij haar niet, zoals gewoonlijk, nog een nachtkus had gegeven, want ze sliep al zo lekker. De volgende ochtend stonden er twee agenten voor zijn deur.

Het was een frisse, zonnige dag, daar bij het crematorium. Het waaide. Op de achtergrond, door de grote ramen van de zaal, zag ik een reiger heen en weer vliegen met takjes in zijn bek, druk bezig met zijn nest, zijn pootjes dun en onhandig in de hoge boom.

De zus van mijn collega vertelde over hun jeugd, die moeilijk was geweest. Over het contact dat gedurende een korte tijd goed was geweest, maar daarna verloren was gegaan. Ze las een verhaal voor van de tor en de kever, die elkaar steeds bozere brieven schreven en die steeds verder van elkaar verwijderd raakten. En toen, nadat ze eigenlijk alweer was gaan zitten, kwam ze terug, om het portret van mijn collega van de kist te pakken en ermee te dansen op de muziek die was gestart.

Er ging een schokgolf van ongeloof door de zaal. Van gêne. Plaatsvervangende schaamte, bijna.

Voor mij was het het mooiste wat ze had kunnen doen. Het was de ultieme uiting van onmacht, van verdriet, van proberen vast te houden wat er ooit was geweest, maar wat verloren was gegaan. En tegelijkertijd was het een eerbetoon, een lak hebben aan conventies. Precies dat wat ook mijn collega had getekend. Wanhoop, warmte en rebelsheid ineen.

Mijn tijd is hopelijk nog heel ver weg, maar als het zover is, dan hoop ik dat er ook iemand met mij danst.

Grrrrrinch

Lieve mensen in de voedselindustrie. Ik had graag een gracieus kerstelfje willen zijn en een prachtige dans willen uitvoeren op de luxueus uitgedoste kersttafel. Liefde en licht, sprankelende sterren, zijdezacht kaarslicht, tinkelende glazen – en een Meik die in een glitter-tutu pirouettes draait. Wie wil dat nou niet? Helaas, het zit er niet in. Dit jaar ben ik de Grinch.

‘Gezellig #genieten met zijn allen!’ ‘De hele #familie bij elkaar!’ ‘#Samen!’

Kerst anno 2015. Toegegeven, ik ben allergisch voor het verplichte ‘#genieten!’ dat te pas en te onpas je strot door wordt gedouwd. Het kan wat mij betreft zo aansluiten in het rijtje ‘#goedbezig’ en ‘#ikrekenhetgoed’. En toegegeven, ik ben niet altijd de meest sociaal handige, en verplicht samenzijn met de familie is niet altijd mijn hobby. Maar in de gedachte erachter kan ik me zeker vinden. Het is prachtig om in ieder geval 1x per jaar eens echt aandacht te hebben voor elkaar, om stil te staan bij wat je hebt en bij wat je verbindt, bij wat je doet op deze aarde. Daar hoef je niet eens religieus voor te zijn.

Waar het bij mij misgaat, is het ‘Achtgangenmenu met schuim van dit en vulling van dat, afgemaakt met opgeklopte mousse van weet-ik-veel, met speciale dittes en dattes voor de #kids!’ dat erbij schijnt te horen.

Hoezo gaat het op Facebook en elders zo ongeveer vanaf oktober alleen nog maar om de meest belachelijke liflafjes die echt niet mogen ontbreken op je kersttafel en – helemaal hot dit jaar – de kerst-foodboxen die je kunt bestellen? Hoezo hijsen we ons met kerst eigenlijk in onze duurste kledij, moeten er ineens peperdure cadeaus onder de kerstboom liggen en draait het alleen nog maar om ons twee dagen (en als het aan sommigen ligt, drie) volledig volproppen? Is dat de kerstgedachte? O ja, vrede op aarde hè, proost, schat, geef mij nog een met mousserende zalm gevuld kwarteleitje?

Dus nee, ik doe geen dans dit jaar. Ik ben de Grrrrrrrinch. Ik doe mijn allergrootste laarzen aan, ik stamp drie keer heel hard op de tafel, de grond splijt open en dan… komen er nog veeeeeeeeeeeeel meer Grinchen.

O wacht, nee, dat was een ander sprookje.

Onesie

Het heeft toch ook wel iets heel aandoenlijks, zo’n bijna-puber die heel stoer in zijn onesie naar beneden komt, de haren strak naar voren gekamd onder de capuchon met oortjes. En die dan vervolgens, omdat hij tóch niet helemaal zeker is van zijn zaak (hoewel ik als meelevende moeder natuurlijk allang aan twee collega-moeders én – als laatste noodgreep, twee minuten voor vertrek – de groep 8 appgroep heb gevraagd of het echt vandaag onesiedag is, en dat is het) de boel uiteindelijk in een plastic tasje naar school vervoert, “omdat hij anders niet normaal kan fietsen, met die staart.” Uh-huh.

In ander nieuws: de gemeentelijke groenvoorziening heeft gisteren mijn favoriete takkenbos in het plantsoen voor onze deur rücksichtslos weggevaagd. Je weet wel, die ene, die altijd zo mooi oranje oplichtte als de zon er precies goed op viel. Vandaag is het snipperdag, en het geluid doet gewoon pijn aan mijn hart. Honderd gillende oranje takjes.

Misschien moet ik maar weer eens wat vaker de deur uit.