Liefde

Voor iedereen die nog steeds halsstarrig vasthoudt aan het idee dat het best wel meevalt met de fixatie van onze puberende medemens op uiterlijk vertoon en dat er ook heus ook nog wel wat liefde en empathie ergens ver weg in de rijpende frontale kwab begraven ligt: sorry. Ik moet jullie teleurstellen. Na lang en diepgravend onderzoek is gisteren het tegenovergestelde bewezen.

“Mam, kun je het eten niet ook eens zo mooi op bordjes doen als bij de Hello Fresh-reclame op tv, in plaats van zo’n grijze drab in een pan op tafel te zetten en het van daaruit op ons bord te kwakken?” Kwakken? Kwakken?! Ik kwak nooit iets. Ik bereid jullie eten met liefde, ja. Liefde! Ik vlij het zachtjes en teder op jullie bordjes. Vanuit de pan op tafel, ja. Dat wel. We zijn hier geen vijfsterrenrestaurant.

Maar de hond stond alleen maar irritant te keffen en moest toch genegeerd worden en we waren maar met zijn drieën want kind deel 2 at elders, en ik was toch al priegelig bezig met wortelschilletjes langzaam drogen in de oven voor de konijnen, dus wel ja. Hutspot rangschikken op een bordje kon er ook nog wel bij.

Nouvelle Cuisine

Wat denk je? Het hele bord leeg! Met mes én vork. Inclusief het bedje van rucola (voorheen: “wat is dat voor gore troep? Dat ga ik écht niet eten!”) en de garnituur van langzaam gekaramelliseerde rode (!) ui. Zonder ook maar één keer te zeiken.

Dus alles is liefde? Nee. Alles is uiterlijk. Geen twijfel meer over mogelijk. 😛

Modder

Gewoon over de konijnenhekjes in de tuin gestruikeld, hè. Heel charmant spartelend met mijn kont in de modder. En buurman Ben die nét de ramen aan het wassen was.

Eerder deze week ook al tot bijna aan mijn knie met klomp en al in de konijnenheuvel (ook wel overdekt zwembad genoemd. Of gletsjerbassin, met al dat smeltwater) gezakt.

Ik neem de rest van het jaar vrij van die konijnen. Mogen ze hun eigen keutels vegen. Modderbadjes nemen. Bommetjes doen. Slidings maken. Raad het konijn spelen. (Sien gaat winnen. Van stralend wit naar diep chocoladebruin – niemand die hem nog herkent.)

Succes, jongens. Ik zie jullie in het nieuwe jaar. Maar dan is wel alles spic en span, denk eraan!

Langzaam

De dagen gaan zo langzaam. Tot het hondje er is, een dag waar ik – natuurlijk – heel erg naar uitkijk, maar die me ook best wel wat zorgen baart. Wat als het een niet luisterende eigenwijze onopvoedbare kutkeffer is? Die vanwege een speling van het DNA-lot opeens toch veel groter wordt dan zijn ouders? Zodat ik straks met een keffende niet luisterende Bouvier zit?

Maar ook sowieso. Want het thuis zijn is fijn, maar ik voel de druk van het weer moeten straks. De druk van: Meik, het wordt nu toch echt wel weer eens tijd dat je stappen gaat zetten. Alleen kan niemand mij vertellen welke stappen dat zijn, want dat moet ik zelf doen. En daar zit nog steeds het probleem: ik weet het niet. Ik weet niet wat ik wil, ik weet niet wat ik kan. Het liefst zou ik gewoon thuis zijn, hier dingen doen. Niks moeten. Maar zo werkt het niet. Er moet geld verdiend worden, want het zal toch niet zo zijn dat iemand met mijn opleiding zo maar thuis gaat zitten.

Ik vind dat moeilijk. Ik word er misselijk van. Ik lig er wel eens wakker van. En dus richt ik me op een hondje, want daar heb ik nu tijd voor. Dat dat een tijdelijke oplossing is, dat weet ik zelf ook wel.

Buiten

Ik kan gewoon niet meer stoppen met opruimen in huis. Als je eenmaal begonnen bent, echt, dan wil je door. Dan moet ineens alles schoon. En recht. En gewassen. Zo vermoeiend.

Eigenlijk dus de hoogste tijd voor die hond. Ach, was die hond er maar vast! Dan gingen we naar buiten, de regen en wind in. Waterdichte jas en wandelschoenen aan en samen wapperen. Van die flapoortjes met zo’n neusje dat achterom kijkt. Of misschien is het er wel zo eentje die meteen rechtsomkeert maakt bij de eerste de beste hoosbui. Nee, dat zou wel erg toevallig zijn. Dat was vroeger!

Kwam met het opruimen ook mijn oude knipselmappen tegen, zo’n dikke 25 jaar oud. Ze staan nu in een zakje bij de oudpapierla in onze bijkeuken te wachten tot ze weggaan. Het is een beetje alsof je je jeugd weggooit. Ik ga ze niet bewaren, laat mijn huidige jeugdigen maar nieuwe mapjes maken. Maar bitterzoet is het wel!

Ach, die hond. Ik duim elke dag dat het allemaal gaat lukken, met dat moederbeestje dat loops gaat worden deze maand. Dat zou toch wel het allermooiste verjaardagscadeau ooit zijn – na Bram het konijn dan. 🙂

P.S. Ik neem aan dat het een fase is, hè, die opruimwoede. Het is gewoon het voorjaar maar dan in het najaar. Over een paar weken is het hier weer net zo rommelig en stoffig als altijd. Ja.

Weg

Echo-echo-echo. Een terugkerend ritueel begin september: ineens zijn ze allemaal weer weg. En Meik blijft achter met de konijnen. Ik zag er nogal tegenop. Want hoewel ik natuurlijk niet echt een mensen-mens ben, vond ik het toch wel erg gezellig, zo’n week of 8 huisgenoten om me heen.

Nu moeten we weer in het gareel. Er moet altijd fruit zijn. Pakjes drinken. Repen. De gymkleren moeten fris zijn. Er is een nieuw rooster om aan te wennen, en ik mag niet vergeten dat er om 15:00 uur nog steeds iemand graag ook weer van school opgehaald wil worden.

Gelukkig is de interne verhuizing (kind deel 1 naar zolder, deel 2 naar oude kamer deel 1) nog niet helemaal afgerond. Loopt het aanpassen en activeren van Meikjes.nl nog niet helemaal zoals gepland. Heb ik een goed voornemen om het huis nu eens echt op orde te houden. Komt er op 22 september een nieuwe uitbreiding van Guild Wars 2 uit. En heb ik nog steeds dat hondje om over te dromen.

Zucht. Volgende week ben ik weer helemaal gewend. Vast.

Druil

Ah. Wát een weer! Lekker! Met bakken!

Gisteren me volledig op het herinrichten van het konijnengebied gestort, want zonnetje en de onstuitbare drang om iets te DOEN. Sinds ze terug waren van de vakantieopvang werd er alleen maar gevochten, dus ik heb ze maar weer gesplitst in twee koppels en twee van elkaar gescheiden domeinen gemaakt. Zo jammer, want ze waren zo leuk met zijn viertjes! Allemaal de schuld van het kleinste pluizige witje. Aggressief dier. Het lijkt een schatje, maar niets is minder waar. Wat zeggen ze ook alweer altijd… alles van waarde is weerloos. Nou. Deze is zeker weerloos, maar zo waardevol vind ik hem op dit moment niet. Grmph.

Nu is er weer rust in de tent. Bijkomend voordeel is dat:

a) de tuindeur weer open kan zonder dat er een konijn op de mat komt piesen

b) het bijlmerbajeshekwerk rond de kruidentuin afgebroken kan worden (zodat we bij de bramen kunnen!). Daarvoor moet wel eerst weer even de zon gaan schijnen.

c) de konijnen ineens een stuk hondbestendiger zijn geworden. Weer een stap dichterbij!

\o/

Aangezien er vandaag dus geen zon was, zat ik alleen maar op Pinterest. Waar ik kotsziek werd van alle strakke gestylde loungeset-tuinen met zwarte bakken en hermetisch aangelegde tegelpartijen met af en toe een strategische buxus die ik almaar voorgeschoteld bleef krijgen (WAAROM?!), dus toen ging ik zoeken op ‘natuurlijke tuinen’. Nu wil ik dus kronkelende paadjes met digitalis erlangs, en pergola’s, en romantische zitjes, en… kut. Dat is waar ook. De halve tuin bestaat uit konijnendomein. Schijtbeesten.

Ennnnn toen kwam ik als vanzelf bij de romantische jurken en vesten met veterlaarzen en kant uit, waarna ik voor 500 euro rommel heb besteld bij verschillende online winkels. Minstens de helft ervan stuur ik weer terug, want ik weet even niet welke maat ik op het moment heb dus er moest van alles twee, maar toch.

Zouden ze het hier in het dorp heel raar vinden als ik voortaan alleen nog maar jurken met leggings droeg? In plaats van de eeuwige spijkerbroek die – geef maar toe – eigenlijk altijd vervelend zit te duwen op bepaalde plekken? Moet ik me daar druk om maken? Nee. Doe ik dat toch? Daar geef ik geen antwoord op. Het is een leerproces. Zoals je op vakantie ook geen gel in je haren doet en het je geen biet kan schelen dat je een joggingbroek met een jurk erover aan hebt en daar dan je bergschoenen onder. En als je dan weer thuis bent, dan lukt dat niet meer.

Dat moet anders. Mijn nieuwe motto: let it go. Dat hoort bij 40+. En zolang ik mijn haren nog niet lekker kort en hennarood maak en gewoon nog mijn lenzen blijf dragen en mijn oksels blijf scheren, mag dat best.

Stofzuigen

Het probleem met meteen ‘s ochtends sporten is dat je denkt dat je voor de rest van de dag klaar bent.

Waar is die Pling! Alle klussen zijn gedaan-knop wanneer je hem nodig hebt?

Moet ik dan toch maar een voorbeeld nemen aan mijn buurvrouw, die elke dag het hele huis stofzuigt (ik hoor dat) en anders met het gele doekje alle tuinmeubels én de uitschuifarmen van de zonwering sopt? Om daarna alle blaadjes die het waagden heur tuin in te dwarrelen te verwijderen?

Nee toch… zo ver gaan we het niet laten komen.

Eerst maar eens de konijnen aaien. Het feit dat ze vreselijk in de rui zijn en ik er daarna zelf als een konijn uitzie gewoon negeren. Dan misschien maar weer eens een hondje kleien – de zittende variant voelt zich eenzaam. En gamen! Moet ook nog. Stukje lezen in het 700+ pagina’s-boek dat de meeste tijd dodelijk saai is maar dat ik nu eenmaal heb gekocht dus dan moet het gelezen ook. Me ergeren aan die ontzettend vreselijk tyfus-irritante man van Stingray Music met zijn All Good Vibes-reclameriedeltje en zijn Nederlandse kloteaccent.

Oké. Ik ga wel stofzuigen.

Insanity

VT Wonen

“Ik had bij de Kwantum wat vaasjes gekocht, maar toen moest ik mijn hele interieur veranderen, ken je dat?”

Laatst gehoord in zo’n soort VT Wonen-winkel. Ik dacht altijd dat mensen een grapje maakten als ze zoiets zeiden, maar deze mevrouw was bloedserieus! En de verkoopster zei ook al niet dat ze gek was.

Waarschijnlijk zijn dat dezelfde mensen die hun complete walnoten eetkamerset op Marktplaats zetten t.e.a.b. (járen geduurd voordat ik wist wat dat betekende) “wegens overcompleet”.

Overcompleet. Als ik de deur van mijn woonkamer opendoe, dan denk ik: ahhhhhhh, thuis! En niet: jezus, mijn interieur is overcompleet! Snel, ik moet een nieuwe eetkamerset! We moeten echt NU onze indeling veranderen! En trouwens, rood is zó 2016. Waar is mijn stalenboek met de kleuren van 2018! Houten vloer? Nee joh. Kurk! Kurk moet het wezen!

Het zal wel aan mij liggen.

Maar wat dan wel weer heel erg klote is: in die paar minuten tussen de woonspullen heb ik toch mooi een of andere enge besmetting opgelopen. Want toen ik net achter de schuur keek, zag het er opeens heel gek uit.

Red mij! Ik begin een VT Wonen-vrouw te worden!

 

Tuin

Loedermoeder

Er is iets wat ik niet helemaal begrijp. Het is er al een tijdje. Het kreeg zelfs een kek naampje. Het gaat ongeveer zo:

Ha ha ha, hi hi hi, hoor mijn kinderen eens lawaai maken, omg mijn wasmand is ontploft, jaaaa ze zijn alleen stil als ze slapen hoor, duuuuuh lekker wijn drinken met mijn vrienden in de tuin, oh woehahaha mijn kind gaat met vieze kleren en de pastasaus van gisteren nog om de mond naar school, oeps?

Allemaal breed uitgemeten online; kijk mij eens even de boel lekker laten waaien.

‘Herkenbaar!’ ‘Oh meid, hysterisch!’ ‘Bij mij oooooook!’ staat er dan onder.

Loedermoeder, schijnt het te heten. En ik krijg er een beetje jeuk van.

Bij mij gaat heus óók niet alles altijd maar goed. Ik schreeuw ook wel eens naar mijn kinderen. Ik vergeet ook wel eens de gymkleren uit te hangen tussen twee gymlessen door. Mijn kinderen gaan ook wel eens te laat naar bed op een schooldag. Soms *néé!* eten we chinees in plaats van de geplande verantwoorde Hello Fresh-maaltijd. Ik drink ook wel eens een wijntje. Of vier.

En ik moet óók kotsen van al die perfecte Instagramplaatjes. Van alle nieuwe profielfoto’s met minstens zes verschillende filters erop. Van de o-zo-gelukkige stellen en gezinnetjes op Facebook, met commentaren eronder als ‘Oh schatje, wat ben je mooi’. Of ‘Mooi stel!’. Of: ‘Doe je goed!’. Of: ‘Lekker genieten!’. Serieus – nog 1 zo’n commentaar en ik ram mijn hoofd door de muur.

Alleen… die loedermoeder? Dat is eigenlijk precies hetzelfde – maar dan aan de andere kant van het spectrum.

Kijk. Mijn kinderen zijn niet perfect. Ikzelf ook niet. We zien er niet altijd uit om door een ringetje te halen. We hebben geen spreuken aan de muur hangen, of de perfecte beige-witte kleurstelling in ons huis. Geen bordje met ‘HOME’ op de voordeur. Geen geurkaarsen, of in stemmig zwart-wit uitgevoerde landschapsfoto’s aan de muur.

Dat doet er allemaal niet toe. Wat er wel toe doet is dat we hier samen leven. We ergeren ons heus wel eens aan onze buren – en zij zich ongetwijfeld wel eens aan ons. De buurman gaat wel eens met zijn schuurmachine lekker de schuur schuren nét op het moment dat wij met ons bezoek koffie zitten te drinken in de tuin. Kind deel 1 gaat wel eens met zijn telefoon op het dakterras lekker luidruchtig al zijn klasgenootjes zitten bellen, met bijbehorende puberale oerwoudgeluiden.

Leuk? Nee. Kun je het altijd voorkomen? Ook niet. Maar als mijn kinderen al vier keer de trap op en neer zijn gedenderd, dan zorg ik ervoor dat ze dat de vijfde keer niet meer doen. En als het half 8 ’s ochtends is, dan wordt er dus niet door huis geschreeuwd. Joehoe! Dat heet inlevingsvermogen. Empathie. En als er íets is waarvan ik vind dat mijn kinderen het moeten leren, dan is dat het wel.

Dus loedermoeder? Ik vind het maar een slap excuus.

Zo. En nu ga ik lekker een weekend naar Milaan. Wijn drinken en hysterisch doen. 

Mannen in huis

Halleluja! Hij doet het weer. Er hoeven zich geen studentikoze taferelen meer af te spelen in huize M. Nou was het gelukkig niet zo dat het van het fornuis via het aanrecht tot op de grond stond. Er was ook nog geen schimmel waar te nemen in wekende pannen of oude kopjes half leeggedronken koffie, en een schema waar toch niemand zich ooit aan hield was ook nog niet nodig. Maar toch. Van een gezellig spoelende werkende glokglokglok-machine word ik immens veel blijer.

Het erge is alleen dat vóórdat zo’n ding het weer doet, er iemand langs moet komen. En je weet dus niet wie het is. Normaal gesproken kan ik mijn liefhebbende echtgenoot nog wel van het feit overtuigen dat het echt hoogstnoodzakelijk is dat híj erbij is, want weet ik veel hoe al die onderdelen heten en wat er precies stuk is, ik zeg altijd precies het verkeerde, straks gaat die man iets heel anders repareren en wat dan, je kent het wel.

Dat was deze keer helaas niet gelukt. En dan ga ik dus elke drie minuten uit het keukenraam kijken of er al zo’n busje aankomt. Om dan, als het er is, snel aan tafel te gaan zitten, want nog voordat er is aangebeld met een zwaai de voordeur opendoen is ook zo hysterisch. (Dan kan je net zo goed meteen je negligéetje aantrekken en… Eh. Nee, ander soort verhaal.) Vervolgens duurt het echt altijd HEEL lang voordat zo iemand dan vanuit zijn busje bij de voordeur is. Ik weet ook niet waarom.

Het volgende dilemma is dan weleenhand-geenhand-weleenhand-geenhand. Oké, we doen het gewoon: weleenhand! En dan terwijl je de hand geeft denken: geef je reparatiemeneren eigenlijk wel een hand? oh nee, misschien wil hij wel helemaal geen hand geven. Misschien voelt hij zich dan net zo ongemakkelijk als ik. Maar ja, dan is het al te laat.

Goed, zo’n meneer gaat aan de slag. En dan? Wat doe jij dan? Je kunt niet doen wat je het liefst zou willen doen: naar boven gaan en je op zolder verstoppen tot hij weer weg is. Die leeftijd hebben we gehad. Dan maar weer aan die tafel. Een beetje scheef op de stoel, want misschien wil hij wel wat weten en je wilt ook niet zo overkomen alsof hij de bediende is en jij net doet alsof hij er niet is. Eh. De konijnen water gaan geven? Hm, dat is buiten, dat is misschien nog net geaccepteerd. Moet ik alleen even het gietertje pakken. Dat… in het gootsteenkastje zit – náást waar die meneer op zijn knieën half in de vaatwasser ligt. Geen optie.

Blijft er nog maar één ding over: de maandagkrant. En zo weet ik nu dus alles van kerstbomen. Van de 50-plus partij. Van Michelinsterren en een politica die volgens mij ooit de hospita van mijn zus was (en toen ook al *ahem* lichtelijk contactgestoord). De nieuwe FNV-voorzitter. Een meneer die protestpiemels van hout maakt. Het belang van de forensisch arts dat miskend wordt door de overheid. Wilders die zeker tot 2026 geen minister-president kan worden want geen VOG. Waarom een sporter voorovergebogen uithijgt en dat Lactacyd vrouwonvriendelijke spotjes maakt. Dat goedkope wijn niet bestaat (niet?!) en dat je van etnisch profileren best boos mag worden, maar dat je het positief moet benaderen. Oh, en Bridget Jones’s Diary is vanavond op tv.

Toen ging de meneer weer weg, nadat ik hem innig dankbaar een hand had gegeven omdat hij de reparatie onder garantie had uitgevoerd terwijl we helemaal geen garantie meer hadden, en hij me óók nog een flesje vaatwasserontvetter cadeau had gedaan. Topgozer.

Glok glok

Halleluja! Hij doet het weer. Er hoeven zich geen studentikoze taferelen meer af te spelen in huize Meima. Nou was het gelukkig niet zo dat het van het fornuis via het aanrecht tot op de grond stond. Er was ook nog geen schimmel waar te nemen in wekende pannen of oude kopjes half leeggedronken koffie, en een schema waar toch niemand zich ooit aan hield was ook nog niet nodig. Maar toch. Van een gezellig spoelende werkende glokglokglok-machine word ik immens veel blijer.

Het erge is alleen dat vóórdat zo’n ding het weer doet, er iemand langs moet komen. En je weet dus niet wie het is. Normaal gesproken kan ik mijn liefhebbende echtgenoot nog wel van het feit overtuigen dat het echt hoogstnoodzakelijk is dat híj erbij is, want weet ik veel hoe al die onderdelen heten en wat er precies stuk is, ik zeg altijd precies het verkeerde, straks gaat die man iets heel anders repareren en wat dan, je kent het wel.

Dat was deze keer helaas niet gelukt. En dan ga ik dus elke drie minuten uit het keukenraam kijken of er al zo’n busje aankomt. Om dan, als het er is, snel aan tafel te gaan zitten, want nog voordat er is aangebeld met een zwaai de voordeur opendoen is ook zo hysterisch. (Dan kan je net zo goed meteen je negligéetje aantrekken en… Eh. Nee, ander soort verhaal.) Vervolgens duurt het echt altijd HEEL lang voordat zo iemand dan vanuit zijn busje bij de voordeur is. Ik weet ook niet waarom.

Het volgende dilemma is dan weleenhand-geenhand-weleenhand-geenhand. Oké, we doen het gewoon: weleenhand! En dan terwijl je de hand geeft denken: geef je reparatiemeneren eigenlijk wel een hand? oh nee, misschien wil hij wel helemaal geen hand geven. Misschien voelt hij zich dan net zo ongemakkelijk als ik. Maar ja, dan is het al te laat.

Goed, zo’n meneer gaat aan de slag. En dan? Wat doe jij dan? Je kunt niet doen wat je het liefst zou willen doen: naar boven gaan en je op zolder verstoppen tot hij weer weg is. Die leeftijd hebben we gehad. Dan maar weer aan die tafel. Een beetje scheef op de stoel, want misschien wil hij wel wat weten en je wilt ook niet zo overkomen alsof hij de bediende is en jij net doet alsof hij er niet is. Eh. De konijnen water gaan geven? Hm, dat is buiten, dat is misschien nog net geaccepteerd. Moet ik alleen even het gietertje pakken. Dat… in het gootsteenkastje zit – náást waar die meneer op zijn knieën half in de vaatwasser ligt. Geen optie.

Blijft er nog maar één ding over: de maandagkrant. En zo weet ik nu dus alles van kerstbomen. Van de 50-plus partij. Van Michelinsterren en een politica die volgens mij ooit de hospita van mijn zus was (en toen ook al *ahem* lichtelijk contactgestoord). De nieuwe FNV-voorzitter. Een meneer die protestpiemels van hout maakt. Het belang van de forensisch arts dat miskend wordt door de overheid. Wilders die zeker tot 2026 geen minister-president kan worden want geen VOG. Waarom een sporter voorovergebogen uithijgt en dat Lactacyd vrouwonvriendelijke spotjes maakt. Dat goedkope wijn niet bestaat (niet?!) en dat je van etnisch profileren best boos mag worden, maar dat je het positief moet benaderen. Oh, en Bridget Jones’s Diary is vanavond op tv.

Toen ging de meneer weer weg, nadat ik hem innig dankbaar een hand had gegeven omdat hij de reparatie onder garantie had uitgevoerd terwijl we helemaal geen garantie meer hadden, en hij me óók nog een flesje vaatwasserontvetter cadeau had gedaan. Topgozer.

teckel

Het is gewoon zo dat je altijd van alles wilt doen juist op het moment dat het niet kan. Zoals nu, nu ik weer eens zo stil mogelijk op bed lig vanwege duizelig en misselijk. Jahaa, ik had dat heus kunnen weten, dat mijn evenwichtsorgaan het laten repareren van een afgebroken vulling niet goed zou vinden – maar dat terzijde.

Nu lig ik dus op bed en wil ik teckels maken van klei. En morgen, wanneer ik weer beter ben (Want dat ben ik. Echt! Het moet!), dan denk ik pffffft, oké. Ik ga wel eerst boodschappen doen, een rondje monsters schieten. Konijnen verschonen. De was opvouwen. Een kind van school halen. Me verstoppen voor het andere kind, want wie weet in welke staat en met wie het nu weer thuiskomt. En tegen de tijd dat ik eindelijk op zoek kan gaan naar de klei, dan valt mijn oog op de klok en… oooh, is het al zo laat? Dan mag ik wijn!

Wat? Nee, dat ging ik niet zeggen! Niet! Dit wel: …dan zijn die teckels alweer lang en breed verdwenen ergens achter een luikje in mijn brein, bij alle andere ideeën. Zo gemeen. Rotbeesten.