Filter

Gewone kinderen bestaan niet. Onze schatjes zijn, dat weet toch iedereen, stuk voor stuk uniek. Dat moet haast wel, want ze hebben bijna allemaal hun eigen labeltje. En als ze dat niet hebben, dan krijgen ze er vanzelf wel een. Van school. Of de buurvrouw. Een toevallige passant. De groenteboer. En dan maken we er meteen een hokje voor, wel zo overzichtelijk.

Daar kun je van denken wat je wilt. Voor sommigen is het ongetwijfeld heel fijn, die duidelijkheid. Anderen voelen zich erdoor beperkt, of vinden dat ze in het verkeerde hokje zitten.

Ikzelf hou het meest van weidse landschappen, hoge bergtoppen en de wind in mijn haar. Daar is vast ook ergens een hokje voor. Stop me er gerust in, ik zal het je niet kwalijk nemen. Ik ben inmiddels een soort flat.

Maar eigenlijk hè, eigenlijk zijn al die verschillende hokjes onzin. Ik heb namelijk iets ontdekt. Eigenlijk kun je mensen, en specifiek kinderen, in twee groepen verdelen. Of ze nou wit, bruin, pimpelpaars, jongetje, meisje of iets daartussenin zijn: je hebt ze met filtertje, en zonder.

Zo is daar bijvoorbeeld het kind dat bij terugkomst op school na een doktersbezoek heel kalm tegen juf zegt dat ze daar “voor iets persoonlijks” was. Yeah baby! Dat noem ik filteren als een pro!

En dan is daar het kind dat in een opstel over de vakantie eerst in geuren en kleuren over de logeerpartij bij opa en oma vertelt, om te eindigen met: “O ja. Er was ook nog iets heel ergs gebeurd. Ik lag te slapen toen ik wakker werd van een hele harde gil. Ik ging naar beneden en wat denk je, het was mijn moeder die zo gilde. Mijn papa lag dronken in de gang en hij was omgevallen.”

Geef me een F, geef me een I, geef me een L – ach weet je, laat ook maar.

Wie van die twee kinderen van mij is, laat ik verder in het midden, dat begrijpen jullie vast wel. Maar ik kan wel verklappen dat het heel… bijzonder was om de week erna gewoon weer naast juf in de schooltuin te staan.

Gelukkig was het geen klassenborrel. Hoiiii, juf. Wijntje?

Weg

Echo-echo-echo. Een terugkerend ritueel begin september: ineens zijn ze allemaal weer weg. En Meik blijft achter met de konijnen. Ik zag er nogal tegenop. Want hoewel ik natuurlijk niet echt een mensen-mens ben, vond ik het toch wel erg gezellig, zo’n week of 8 huisgenoten om me heen.

Nu moeten we weer in het gareel. Er moet altijd fruit zijn. Pakjes drinken. Repen. De gymkleren moeten fris zijn. Er is een nieuw rooster om aan te wennen, en ik mag niet vergeten dat er om 15:00 uur nog steeds iemand graag ook weer van school opgehaald wil worden.

Gelukkig is de interne verhuizing (kind deel 1 naar zolder, deel 2 naar oude kamer deel 1) nog niet helemaal afgerond. Loopt het aanpassen en activeren van Meikjes.nl nog niet helemaal zoals gepland. Heb ik een goed voornemen om het huis nu eens echt op orde te houden. Komt er op 22 september een nieuwe uitbreiding van Guild Wars 2 uit. En heb ik nog steeds dat hondje om over te dromen.

Zucht. Volgende week ben ik weer helemaal gewend. Vast.

Pling

Het einde van het eerste jaar voortgezet onderwijs nadert, en dat betekent dat kind deel 1 zichzelf nu toch wel af vindt, na al die wijze lessen van conciërges over fietsen niet goed in het rek, verloren kluispassen en corvee. Nu is het gepokt en gemazeld, nu weet het de regels. Het weet wat er van hem verwacht wordt, en dat doet het natuurlijk allemaal braaf. Natúúrlijk! Want het is af.

Ikzelf denk dat het op zijn 40ste waarschijnlijk nog steeds niet af is, maar dat terzijde. En dat het vorige week, in de laatste volle lesweek nota bene, voor het eerst naar de conrector – of wacht, nee, afdelingshoofd heet dat geloof ik – moest vanwege ‘uit de les verwijderd door de docent’ (bron: Magister), dat heeft er verder ook niks mee te maken.

“Ik moest lachen om iets grappigs in het geschiedenisboek en dat zei ik toen tegen Sam, en toen moest ik eruit! En toen had ik last van mijn schouder dus ik zwaaide wat met mijn armen en toen moest de hele klas lachen want ze konden net mijn handen zien en toen vond de docent dat ik de áándacht probeerde te trekken en toen moest ik naar mevrouw H.!” De verontwaardiging kun je er zelf bij bedenken, de overslaande stem ook.

Die stem! Elke keer als hij me belt schrik ik me wild. “HOI MAM,” (waaaah!) “mijn ketting ligt er weer af. Hè? Ik ga écht niet lopen, hoor. Wat? Hoezó heb je de auto niet?” Grfphshhhh tuut.

Maar goed, het einde is dus nabij – al wordt dat niet overal altijd even goed geïnterpreteerd. “MAM!” (waaaah!) “Ik heb alwéér uitval! Nu ben ik al om 12 uur thuis! En ook nog eens bijna geen huiswerk! Ja, ik snap het ook niet. Lekker man, extra veel game-tijd! Dat mocht ook wel eens!”

“Uh huh. Zeg, waarom denk je eigenlijk zelf dat je zo vroeg naar huis mag? Zou dat zo maar zijn? Omdat ze je op school zo’n voorbeeldige leerling vinden? Of zou daar misschien toch wel een, ik weet niet, reden achter zitten? Iets met… PROEFWERKWEEK, misschien?”

Ja hal-lo, dat wist hij heus zelf ook wel, hoor. Pfff. Of ik eens een keer niet zo stom wilde doen. En of ik nou weg wilde gaan, want ik dacht toch niet dat hij die samenvatting van bio af ging krijgen als ik hem de hele tijd stoorde, of wel soms?

Pling, zei mijn telefoon een kwartier later. De link naar het zelfplakkende hoesje voor zijn telefoon. Als beloning, voor een jaar hard werken.

Uittocht

En toen… waren ze ineens allemaal weer pleite. Op de fiets naar het werk (“De auto staat voor de deur hè! Hier zijn de autopapieren!”), of naar school, die ene die inmiddels vertrouwd is. De andere school, de grote onbekende, bezochten we gisteravond voor de officiële opening van het schooljaar. Het rook er naar muf oud gebouw, en ja, ik moest wel even slikken toen alle kindertjes in de aula om de beurt even op moesten staan bij het noemen van hun naam. Wat een frisse koppies allemaal.

Vanochtend was kind deel 1 al ruimschoots vóór de afgesproken tijd in opperste staat van paraatheid. Of ik een foto mocht maken van onze verse brugpieper? Mam, wat denk je zelf. Nee! Echt niet? Ah, toe, leuk voor later? Nee! Ook niet heel even? Ik zet hem nergens neer, niet op Facebook, niet op Insta, ik stuur hem alleen naar omie. Echt waar, beloofd! Jezus mam, als ik 1x nee zeg is het ook nee hoor! Ha. Blijkbaar hoort-ie dus toch heus wel eens iets. Beetje jammer om dat uitgerekend op dit moment terug te krijgen, maar toch.

Toen ik 3 minuten later met het kleintje (ik vind dat ik haar nu nog zo mag noemen, de laatste der Mohikanen) langs de middelbare-school-afspreekplek fietste, stond er al niemand meer. Zo’n mentor kan nog zo hard roepen “Komen jullie maar iets later, want om 9:00 uur is het hier echt heel erg vol”, bij zoveel jeugdige bolletjes zenuwen bij elkaar zet dat geen zoden aan de dijk. Zoef.

Ach, dacht ik weemoedig. Was ik nou toch maar lerares op een middelbare school geworden. Zíjn middelbare school, zoals mijn moeder vroeger bij mij. Dan had ik stiekem nog even kunnen gluren naar al die friemelende frisheid in die muffige hal. In plaats daarvan ga ik nu maar op zoek naar herbruikbare broodzakjes. Want een broodtrommel, nee, dat kan echt niet meer. Duh.

ZKH

Frisse bijna-brugpieper bedacht gisteravond om een uur of elf (toen hij extreem mannelijk zielig was vanwege eerste keer nachtbeugel in het poezelige bekje) dat hij vandaag een pasfoto moest inleveren op school. #$@!&$*#!

Ik snap niet dat hij er zo stralend op staat, want het gezicht van *kuch* yours truly *kuch* de privé-fotografe van zijne koninklijke hoogheid Heer Ollie stond een stúk minder vrolijk vanochtend!

 

$#%&# musical

Jongens! Het schijnt dat ik helderziend ben. Ik wist dat ook niet, maar voor de prepuber was het duidelijk geen verrassing. “Ja hallo, waar is die kleerhanger dan, ik ben al laat,” snauwde het vanochtend om 08:20 uur. Kleerhanger? Kleerhanger? Welke kleerhanger? Wie, wat waar? “Ja, dat wéét je toch wel! Voor de musical!”

Ahhh, de musical. Dat fabelachtig leuke project dat in geen enkele groep 8 mag ontbreken. Laat ik één ding even heel duidelijk maken: ik weet helemaal NIKS over de musical. Niets, niente, noppes. Ik had het graag wíllen weten, dat wel. Ik had ook best leuk een steentje willen bijdragen. Maar veel verder dan het geblafte “ik moet een oude-mannenjurk hebben” kwamen we hier niet. Sir, yes sir!

Wel eens geprobeerd, googlen op oude-mannenjurk? Je komt van alles tegen, maar jurken, ho maar. Via allerlei omwegen uiteindelijk aan het onderkleed van Sinterklaas kunnen komen (waarvoor eeuwig dank!), beeldschoon, al zeg ik het zelf. “Ja hallo, maar dát ga ik dus ECHT niet aandoen.”

Weet je wat, puber? Neem jij die kleerhanger, stop hem ergens waar de zon niet schijnt en ga lekker in je onderbroek oude man staan te zijn op dat podium. Wie weet kun je je verschuilen achter de stok die ongetwijfeld ook tot je attributen behoort. Of nee, weet je wat nog leuker is? We doen gewoon een héle lange baard! Van wattenbolletjes! Die jij zelf dit weekend in elkaar gaat lijmen!

KNAL. Weer een scheur in de muur erbij. Sorry, buren. Maar om 8:25 uur zijn jullie best wel al wakker, toch?

Ja, ik weet het zeker. Ik ga de avond van mijn leven hebben. Als iemand nou ook nog even de precieze datum en de aanvangstijd kan bevestigen, dan ben ík er in ieder geval helemaal klaar voor.

Scheurtjes

Langzaam begint het allemaal scheurtjes te vertonen. Je zou denken dat als je thuis bent, je alles precies in je hoofd hebt. Maar ik heb meer geheugengaatjes dan ooit. Alsof het brein heeft besloten dat het in de uit-stand gaat. Jongleren met werk en thuis niet meer verplicht? Dan doen we dus ook lekker helemaal niets meer!

“Mam!” denderde het hijgend naar binnen om 12:38 uur. “Ik moet al om kwart over één naar het Mendel!” Eh, wat? Dat was toch pas om 15:00 uur of zo? Fuck, wáár zijn die boterhammen, wáár is dat tosti-ijzer, en wacht even, zou er niet een vriendje mee-lunchen? Waar is die dan? Naar huis?! Nee! Die gaan we nú halen! Ja maar… Niks ja maar, dan eet je die tosti maar wat sneller!

Scheurtjes. Verjaardagspartijtjes. Echt, ik vond het enorm zielig voor kind deel 2 dat ze op haar vorige school nooit werd uitgenodigd, en ik ben zo blij als een kind dat ze nu wel mag, maar drie? In één week? Hoezó zijn die kinderen allemaal tegelijk jarig? En hoezo hebben die ouders hun zaken wél allemaal op orde zodat de kinderpartijtjes ook echt in de juiste periode worden gevierd en niet, eh… nou… tja… 4maandenlaternogsteedsniet?

Geheugengaatjes. Schooluitjes (2 stuks), de groep 8-BBQ, de musical van kind deel 2 én de groep 8-musical, de streetdance-uitvoering inclusief generale de dag ervoor, en twee disco-feestjes (waarvan eentje natuurlijk de avond vóór de streetdance-generale). Het beugelverwijderen, het bezoek aan de tandarts (2x) en het aanvragen van de id-kaart vanwege kamp naar Frankrijk, en Piet die óók op kamp naar Frankrijk gaat, maar dan in een iets andere periode en samenstelling (mannenweek, vraag maar niet), precies in de week van musical en dansvoorstelling-inclusief-generale.

13:12 uur. “Doei, mam!” En toen werd ik dus zo’n moeder die over straat schreeuwt. “Niet door rood fietsen, hè? En niet met je telefoon op de fiets, hè?” Daar ging het, woest trappend. Het stak nog nét niet zijn middelvinger op. Maar het scheelde weinig.

13:55 uur. Shit! Kinderyoga! Ophalen! Ja, ik kom eraan hoor!

Gezocht: personal assistant met uitstekend gevoel voor agendabeheer, in het bezit van koele wijnkelder. Huisdieren geen bezwaar. Eigen kinderen onder de 20: uit den boze.

Onesie

Het heeft toch ook wel iets heel aandoenlijks, zo’n bijna-puber die heel stoer in zijn onesie naar beneden komt, de haren strak naar voren gekamd onder de capuchon met oortjes. En die dan vervolgens, omdat hij tóch niet helemaal zeker is van zijn zaak (hoewel ik als meelevende moeder natuurlijk allang aan twee collega-moeders én – als laatste noodgreep, twee minuten voor vertrek – de groep 8 appgroep heb gevraagd of het echt vandaag onesiedag is, en dat is het) de boel uiteindelijk in een plastic tasje naar school vervoert, “omdat hij anders niet normaal kan fietsen, met die staart.” Uh-huh.

In ander nieuws: de gemeentelijke groenvoorziening heeft gisteren mijn favoriete takkenbos in het plantsoen voor onze deur rücksichtslos weggevaagd. Je weet wel, die ene, die altijd zo mooi oranje oplichtte als de zon er precies goed op viel. Vandaag is het snipperdag, en het geluid doet gewoon pijn aan mijn hart. Honderd gillende oranje takjes.

Misschien moet ik maar weer eens wat vaker de deur uit.

Kom bij ons! Wij hebben Dingen!

Het blijft maar spannend in december. Heel groep acht op scholenbezoek, ’s ochtends vroeg in het donker op de fiets, nu al twee dagen achter elkaar. Voor Ol niet zo’n openbaring, ik geloof dat hij het eigenlijk wel al weet. Voor mij des te meer. Al die luxe reclamefolders van middelbare scholen uit de buurt die in de rugzak mee naar huis komen! Al dan niet vergezeld van gewichtig uitziende dichtgeplakte enveloppen met begeleidende brieven voor de ouders/verzorgers! Zodat wij er ook van op de hoogte zijn dat onze spruiten een heuse biologieles van 25 minuten gaan volgen, met daarna een korte pauze, waarin er een versnapering genuttigd gaat worden, aangeboden door de school!

Als ik die boekwerkjes zo zie, geloof ik niet dat er écht geldtekort is op deze instellingen. Ze glimmen elkaar bijna van de tafel af. Met van die prachtige, o-zo-spontane foto’s van pubers met geforceerde tandpasta-smiles erop. “Wel iets kleurrijks aandoen, hè, dat staat beter op de foto!” Je kunt veel zeggen over de rest, maar dát is zeker gelukt.

En dan moet zo’n school opvallen, hè. Zich onderscheiden van alle andere scholen in de regio. Hoe doe je dat, in deze tijd? Nou, makkie natuurlijk. Ik vat het even kort samen: ‘Op onze school vinden wij digitaal onderwijs erg belangrijk, en daarom Krijgen Alle Leerlingen Een iPad! Van Ons!’

Want die hebben ze thuis natuurlijk nog niet, de schapen.

Nee, dan de school die het echt begrepen heeft: ‘Op onze school vinden wij digitaal onderwijs erg belangrijk, en daarom Krijgen Alle Brugklassers Komend Jaar Onderwijs Op Een Laptop!’ Dat vinden ze op deze school zó belangrijk, dat ze het overal te pas en te onpas herhalen. Met als resultaat pareltjes als deze, achterin bij de veel gestelde vragen:

“Heeft het <vul naam school in> een loting?

Nee, het <vul naam school in> heeft geen loting. Als je je op het <vul naam school in> aanmeldt en minimaal een havoadvies hebt dan ben je van harte welkom. Al onze brugklassers zullen het komend schooljaar met laptops werken naast boeken.”

Eh, huh? Het ging toch over de loting? Heel mijn concentratie aan gort! Pweeeeuuuup, afgekeurd.

Als proef op de som vroeg ik nog even aan mijn kandidaat-brugger wat hij er nou allemaal van vond, dat zwaaien met iPads en laptops. “Jeetje, mam, kom op zeg. Je denkt toch niet dat ik daar intrap?”

Dus. Volgende keer maar weer de nadruk op het onderwijsaanbod, dan? Lekker online, met selfies van leerlingen erbij. Hélemaal van deze tijd, en extreem kostenbesparend bovendien. Ga ik ondertussen even alle boekjes en tasjes recyclen.

Surpriiiiise!

Het komt eraan; het kriebelt. Alle tekenen zijn er.

Geluiden over foto’s maken op een kerstfestival. De eerste keer weer auto krabben. Konijnen die hun pluizigste winterjasjes aan hebben. Foto’s van sneeuw in de Alpen. Alle wintersportkleding naar beneden voor de jaarlijkse inventarisatie. (Godallemachtig, hoeveel paar sneeuwlaarzen kan een mens hebben? En hoezo zit de goede maat voor kind deel 2 er dan nog steeds niet bij?!)

En laten we voorál mijn persoonlijke favoriet niet vergeten: de surprises voor school. Waarvoor je steevast het lootje veel te laat ontvangt, zodat je nog maar twee weekends hebt, waarvan je er één half weg bent en één helemaal. De zondagmiddag was nog nooit zo gezellig.

“Weet ik veel,” snauwt de bijna-puber, terwijl hij nog een mini-frikandel (aangedragen ter verhoging van de feestvreugde) naar binnen propt. En kind deel 2, nadat ik – braaf als ik ben – een A3-vel helemaal vol heb getekend met hokjes: “Jaaaa, ik ga een patroon als een schaakbord kleuren!” Om na twee rijtjes erachter te komen dat dat toch echt heel erg veel werk is en dat de favoriete serie op Netflix (iets met larven, vraag maar niet) duizend keer leuker is, zodat ík vervolgens hokjes zit te kleuren.

Ondertussen doet Piet zonder leesbril dingen met schoenendozen, satéprikkers en drie-secondenlijm, ook altijd leuk, en ik schrijf tussen de bitterballen door toch wel al vier regels van gedicht nummer 1. “Jongens, wat rijmt er op zwembad?” Twee paar ogen kijken mij glazig aan. “Weet ik veel,” snauwt de bijna-puber. “Kijk mam, die ene larf ontploft bijna!” roept deel 2.

Doe mij nog maar een port…

Ortho

Donderdagochtend, 7:33 u. Ik slof naar de koelkast voor mijn bakje ‘s nachts in kwark en sojamelk geweekte havermout. (Is echt niet zo goor als het klinkt. Echt niet.) Piet staat in zijn geblokte pyjama en teenslippers met wild haar boterhammen te smeren. Ik geloof dat we in het voorbijgaan “Hrrrmpf” tegen elkaar gezegd hebben, meer zit er niet in op dat tijdstip.

Nyn zit achter de laptop haar dagelijkse voorschoolse ik-ben-klaar-met-alles-dus-nu-mag-het rondje Minecraft te doen. Ol hipt fris gekamd en ge-axed de keuken door. “Hé,” merkt hij terloops op. “Ik moest vandaag toch naar de ortho?”

Ik zie Piet verstijven. Het mes blijft boven het boterkuipje hangen, de boterham valt in slow motion terug op het aanrecht. KABAM!

Drie minuten later dendert hij de trap weer af. “Ik douche straks wel als we terug zijn,” roept hij hijgend. Ol staat intussen doodkalm klaar in het halletje. Hippe schoentjes aan, jas netjes dichtgeritst. “Doei, mam!” Ze hebben nog 9 minuten.

Ik maak de boterhammetjes af, verdeel de druiven over de fruitbakjes, maak de roosvicée, vraag aan Nyn welke overblijfsnack bij wie hoort, stop alles in de juiste tassen. Gym, o ja, eentje heeft er gym. Even ruiken of de gymkleren nog kunnen, ja, hoera voor wasverzachter en deo, huppetee, terug in de tas ermee. Ik wring Nyns weerbarstige haardos in een paardenstaart. Als altijd duikt ze weg als ik haar een kus op haar wang wil geven. Geeft niks, deed ik ook op die leeftijd. Moeders ruiken niet naar rozen ‘s ochtends vroeg. Ik weet dat.

Zo. Alles weer onder controle, en nog tijd over zelfs. Geen stress, alles zen. Ik maak mijn koffie en sjok terug naar mijn bakje havermout.

En dan verstijf ik. “Ja… maar! Wie brengt Nyn dan naar school? Kut!”

Vijftien minuten later dender ik de trap weer af. (Ja, sorry, ik moet én deo rollen, én mijn gezicht reinigen, én crème smeren, én mijn lenzen indoen, én mijn tanden poetsen, én mijn haar ontplatten én mijn kleren aantrekken én mascara aanbrengen!) Hijgend ren ik het halletje in. Nyn staat doodkalm klaar. Schoenen aan, jas netjes dicht, rugzak in de ene hand, fietssleutel in de andere.

“Mam,” zegt ze even later, als we de bocht om gaan richting de dijk. “Ik vind het dus echt heel erg stom dat ik nog niet zelf naar school mag fietsen.”