Egels

Ik ben een beetje lek de laatste tijd.* Ik weet ook niet precies waardoor het komt. Het seizoen, misschien? De vergankelijkheid der dingen, dat soort symbolische prietpraat?

Dan zie ik een stukje van Taarten van Abel op tv met een stotterend jongetje dat een taart heeft gebakken voor zijn therapeute – en alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, gaat hij die taart ook nog bréngen. Waggelend over de klinkers, niet vallen, niet vallen! Dat kan toch ook gewoon niet? Hoe kan ik daar nou tegen opgewassen zijn?

Of we zijn de hond aan het uitlaten na het eten, lekker in het donker tegenwoordig, hond huppelend met lampje voor ons als een soort persoonlijke kerstversiering, en dan krijgen we het over de plantsoenmeneren die alle oude struikjes hebben weggehaald, en hoe weten de egels nou waar ze dan nu heen moeten, want egels hebben vast geen overzicht in hun hoofd van ons dorp, zo van: oh, daar zijn de struiken weg, nou, ik weet toevallig 3 km verder nog wel een plantsoentje, gaan we daar toch heen voor onze winterslaap? Dat doen egels niet, en flats, ligt er weer eentje platgereden op straat. En geen zakdoek mee tijdens de wandeling hè, alleen maar twee poepzakjes en een stuk of duizend hondensnoepjes.

Of ik kijk met mijn grootste puber een videoclip van een liedje dat we allebei leuk vinden, gaat het over een meisje dat van haar vader een hond krijgt voor haar verjaardag en dan op driekwart van het liedje gaat die hond dood! Natuurlijk krijgt háár dochter later ook wel weer een hond van haar vader,  maar dan is het al te laat! En als dat liedje dan op de radio is, dan zegt mijn zoon: Hier! Hier gaat hij dood, mam! Met zo’n grijns van oor tot oor erbij.

En dát dan allemaal weer in combinatie met die eyeliner, die natuurlijk niet waterproof is want dat kreeg ik er bijna niet afgebikt en als dat dan op je lens zit, dan fiets je zo die bosjes weer in. Die er nu dus niet meer zijn. Keihard op je plaat, weer een egel plat.

Daar zijn toch wel pilletjes voor? Voor dat soort dingen? Een beetje zoals die rare siliconenzakjes bij je nieuwe schoenen die alles droog houden, maar dan anders? Doe er mij maar meteen 100. Citroensmaak, graag. Want de mensen die hebben bedacht dat alles maar naar sinaasappel moet smaken, mogen van mij met de stoomboot mee naar Spanje.

 

*Van boven, niet van onder! Zo oud ben ik nou ook weer niet!

Met vleugels

Winged eyeliner. Wel eens van gehoord? Ik ook niet, tot voor kort. Maar ik stond in de rij bij de supermarkt (komt niet zo vaak meer voor, want het stinkhondje kan nog steeds niet alleen zijn), en toen gebeurde het. Voor mij stond een 40 plus-mevrouw. Type nonchalant en toch precies goed vallend haar, leren jasje, coole laarzen. Ik keek naar haar terwijl ze pinde. Boven haar ogen, daar vlak boven haar wimpers, had ze een retestrak zwart lijntje. En ik was op slag jaloers. Dat haar, dat jasje en die laarzen – tot daar aan toe. Met een beetje geluk (en heel veel tijd) lukte mij dat ook nog wel. Op dagen dat ik er zin in had. Dat lijntje? No. Fucking. Way.

Nou zie ik er met teveel make-up sowieso al uit als een drag queen. Met zo’n lijntje erbij ben ik een panda in drag. Maar je kan toch potverdorie niet bijna halverwege de 40 zijn en nog geen fatsoenlijk lijntje kunnen tekenen? Terwijl pinnende mevrouwen in supermarkten en net opgedroogde 17-jarige winkelmeisjes bij de bakker dat wél kunnen? Dat kan toch niet?

Wat doe je in zo’n geval? Juist. Op naar het land van de hysterisch gillende Amerikaanse beauty vloggers. Die zogenaamd onopgemaakt aan hun tutorial beginnen maar stiekem al meer producten op hun gezicht hebben gesmeerd dan ik in een heel jaar. Het is heel gemakkelijk, zeggen ze dan. Kijk, je zet een paar puntjes, die verbind je met elkaar en dan… flop. Staat er een strak lijntje. Painting by numbers, maar dan anders.

Oké dan. Drie verschillende potloodjes aangeschaft, gel eyeliner, liquid eyeliner, eyeliner in een potje met een kwastje. Diep ademhalen. Peptalk. Vaste hand, je kunt dit. Stipjes, lijntjes, verbinden… PANDA met zigzageffect.

Hé, zei iemand op een feestje. Gaat het wel goed met je? Je kijkt een beetje scheel. DAT IS MIJN WINGED EYELINER, JA.

Maar de aanhouder wint, hè. Het bovenstaande schreef ik in februari. Het is nu eind september. En mensen, ik kan het. Vijf van de zeven dagen. Zonder zigzag. Ik denk dat ik maar een You Tube-kanaal moet gaan openen. De vliegende panda’s: voor al uw feestmake-up. Gelukkig is het al bijna de 11e van de 11e.

Modder

Gewoon over de konijnenhekjes in de tuin gestruikeld, hè. Heel charmant spartelend met mijn kont in de modder. En buurman Ben die nét de ramen aan het wassen was.

Eerder deze week ook al tot bijna aan mijn knie met klomp en al in de konijnenheuvel (ook wel overdekt zwembad genoemd. Of gletsjerbassin, met al dat smeltwater) gezakt.

Ik neem de rest van het jaar vrij van die konijnen. Mogen ze hun eigen keutels vegen. Modderbadjes nemen. Bommetjes doen. Slidings maken. Raad het konijn spelen. (Sien gaat winnen. Van stralend wit naar diep chocoladebruin – niemand die hem nog herkent.)

Succes, jongens. Ik zie jullie in het nieuwe jaar. Maar dan is wel alles spic en span, denk eraan!

Buiten

Ik kan gewoon niet meer stoppen met opruimen in huis. Als je eenmaal begonnen bent, echt, dan wil je door. Dan moet ineens alles schoon. En recht. En gewassen. Zo vermoeiend.

Eigenlijk dus de hoogste tijd voor die hond. Ach, was die hond er maar vast! Dan gingen we naar buiten, de regen en wind in. Waterdichte jas en wandelschoenen aan en samen wapperen. Van die flapoortjes met zo’n neusje dat achterom kijkt. Of misschien is het er wel zo eentje die meteen rechtsomkeert maakt bij de eerste de beste hoosbui. Nee, dat zou wel erg toevallig zijn. Dat was vroeger!

Kwam met het opruimen ook mijn oude knipselmappen tegen, zo’n dikke 25 jaar oud. Ze staan nu in een zakje bij de oudpapierla in onze bijkeuken te wachten tot ze weggaan. Het is een beetje alsof je je jeugd weggooit. Ik ga ze niet bewaren, laat mijn huidige jeugdigen maar nieuwe mapjes maken. Maar bitterzoet is het wel!

Ach, die hond. Ik duim elke dag dat het allemaal gaat lukken, met dat moederbeestje dat loops gaat worden deze maand. Dat zou toch wel het allermooiste verjaardagscadeau ooit zijn – na Bram het konijn dan. 🙂

P.S. Ik neem aan dat het een fase is, hè, die opruimwoede. Het is gewoon het voorjaar maar dan in het najaar. Over een paar weken is het hier weer net zo rommelig en stoffig als altijd. Ja.

Druil

Ah. Wát een weer! Lekker! Met bakken!

Gisteren me volledig op het herinrichten van het konijnengebied gestort, want zonnetje en de onstuitbare drang om iets te DOEN. Sinds ze terug waren van de vakantieopvang werd er alleen maar gevochten, dus ik heb ze maar weer gesplitst in twee koppels en twee van elkaar gescheiden domeinen gemaakt. Zo jammer, want ze waren zo leuk met zijn viertjes! Allemaal de schuld van het kleinste pluizige witje. Aggressief dier. Het lijkt een schatje, maar niets is minder waar. Wat zeggen ze ook alweer altijd… alles van waarde is weerloos. Nou. Deze is zeker weerloos, maar zo waardevol vind ik hem op dit moment niet. Grmph.

Nu is er weer rust in de tent. Bijkomend voordeel is dat:

a) de tuindeur weer open kan zonder dat er een konijn op de mat komt piesen

b) het bijlmerbajeshekwerk rond de kruidentuin afgebroken kan worden (zodat we bij de bramen kunnen!). Daarvoor moet wel eerst weer even de zon gaan schijnen.

c) de konijnen ineens een stuk hondbestendiger zijn geworden. Weer een stap dichterbij!

\o/

Aangezien er vandaag dus geen zon was, zat ik alleen maar op Pinterest. Waar ik kotsziek werd van alle strakke gestylde loungeset-tuinen met zwarte bakken en hermetisch aangelegde tegelpartijen met af en toe een strategische buxus die ik almaar voorgeschoteld bleef krijgen (WAAROM?!), dus toen ging ik zoeken op ‘natuurlijke tuinen’. Nu wil ik dus kronkelende paadjes met digitalis erlangs, en pergola’s, en romantische zitjes, en… kut. Dat is waar ook. De halve tuin bestaat uit konijnendomein. Schijtbeesten.

Ennnnn toen kwam ik als vanzelf bij de romantische jurken en vesten met veterlaarzen en kant uit, waarna ik voor 500 euro rommel heb besteld bij verschillende online winkels. Minstens de helft ervan stuur ik weer terug, want ik weet even niet welke maat ik op het moment heb dus er moest van alles twee, maar toch.

Zouden ze het hier in het dorp heel raar vinden als ik voortaan alleen nog maar jurken met leggings droeg? In plaats van de eeuwige spijkerbroek die – geef maar toe – eigenlijk altijd vervelend zit te duwen op bepaalde plekken? Moet ik me daar druk om maken? Nee. Doe ik dat toch? Daar geef ik geen antwoord op. Het is een leerproces. Zoals je op vakantie ook geen gel in je haren doet en het je geen biet kan schelen dat je een joggingbroek met een jurk erover aan hebt en daar dan je bergschoenen onder. En als je dan weer thuis bent, dan lukt dat niet meer.

Dat moet anders. Mijn nieuwe motto: let it go. Dat hoort bij 40+. En zolang ik mijn haren nog niet lekker kort en hennarood maak en gewoon nog mijn lenzen blijf dragen en mijn oksels blijf scheren, mag dat best.

VT Wonen

“Ik had bij de Kwantum wat vaasjes gekocht, maar toen moest ik mijn hele interieur veranderen, ken je dat?”

Laatst gehoord in zo’n soort VT Wonen-winkel. Ik dacht altijd dat mensen een grapje maakten als ze zoiets zeiden, maar deze mevrouw was bloedserieus! En de verkoopster zei ook al niet dat ze gek was.

Waarschijnlijk zijn dat dezelfde mensen die hun complete walnoten eetkamerset op Marktplaats zetten t.e.a.b. (járen geduurd voordat ik wist wat dat betekende) “wegens overcompleet”.

Overcompleet. Als ik de deur van mijn woonkamer opendoe, dan denk ik: ahhhhhhh, thuis! En niet: jezus, mijn interieur is overcompleet! Snel, ik moet een nieuwe eetkamerset! We moeten echt NU onze indeling veranderen! En trouwens, rood is zó 2016. Waar is mijn stalenboek met de kleuren van 2018! Houten vloer? Nee joh. Kurk! Kurk moet het wezen!

Het zal wel aan mij liggen.

Maar wat dan wel weer heel erg klote is: in die paar minuten tussen de woonspullen heb ik toch mooi een of andere enge besmetting opgelopen. Want toen ik net achter de schuur keek, zag het er opeens heel gek uit.

Red mij! Ik begin een VT Wonen-vrouw te worden!

 

Tuin

Mannen in huis

Halleluja! Hij doet het weer. Er hoeven zich geen studentikoze taferelen meer af te spelen in huize M. Nou was het gelukkig niet zo dat het van het fornuis via het aanrecht tot op de grond stond. Er was ook nog geen schimmel waar te nemen in wekende pannen of oude kopjes half leeggedronken koffie, en een schema waar toch niemand zich ooit aan hield was ook nog niet nodig. Maar toch. Van een gezellig spoelende werkende glokglokglok-machine word ik immens veel blijer.

Het erge is alleen dat vóórdat zo’n ding het weer doet, er iemand langs moet komen. En je weet dus niet wie het is. Normaal gesproken kan ik mijn liefhebbende echtgenoot nog wel van het feit overtuigen dat het echt hoogstnoodzakelijk is dat híj erbij is, want weet ik veel hoe al die onderdelen heten en wat er precies stuk is, ik zeg altijd precies het verkeerde, straks gaat die man iets heel anders repareren en wat dan, je kent het wel.

Dat was deze keer helaas niet gelukt. En dan ga ik dus elke drie minuten uit het keukenraam kijken of er al zo’n busje aankomt. Om dan, als het er is, snel aan tafel te gaan zitten, want nog voordat er is aangebeld met een zwaai de voordeur opendoen is ook zo hysterisch. (Dan kan je net zo goed meteen je negligéetje aantrekken en… Eh. Nee, ander soort verhaal.) Vervolgens duurt het echt altijd HEEL lang voordat zo iemand dan vanuit zijn busje bij de voordeur is. Ik weet ook niet waarom.

Het volgende dilemma is dan weleenhand-geenhand-weleenhand-geenhand. Oké, we doen het gewoon: weleenhand! En dan terwijl je de hand geeft denken: geef je reparatiemeneren eigenlijk wel een hand? oh nee, misschien wil hij wel helemaal geen hand geven. Misschien voelt hij zich dan net zo ongemakkelijk als ik. Maar ja, dan is het al te laat.

Goed, zo’n meneer gaat aan de slag. En dan? Wat doe jij dan? Je kunt niet doen wat je het liefst zou willen doen: naar boven gaan en je op zolder verstoppen tot hij weer weg is. Die leeftijd hebben we gehad. Dan maar weer aan die tafel. Een beetje scheef op de stoel, want misschien wil hij wel wat weten en je wilt ook niet zo overkomen alsof hij de bediende is en jij net doet alsof hij er niet is. Eh. De konijnen water gaan geven? Hm, dat is buiten, dat is misschien nog net geaccepteerd. Moet ik alleen even het gietertje pakken. Dat… in het gootsteenkastje zit – náást waar die meneer op zijn knieën half in de vaatwasser ligt. Geen optie.

Blijft er nog maar één ding over: de maandagkrant. En zo weet ik nu dus alles van kerstbomen. Van de 50-plus partij. Van Michelinsterren en een politica die volgens mij ooit de hospita van mijn zus was (en toen ook al *ahem* lichtelijk contactgestoord). De nieuwe FNV-voorzitter. Een meneer die protestpiemels van hout maakt. Het belang van de forensisch arts dat miskend wordt door de overheid. Wilders die zeker tot 2026 geen minister-president kan worden want geen VOG. Waarom een sporter voorovergebogen uithijgt en dat Lactacyd vrouwonvriendelijke spotjes maakt. Dat goedkope wijn niet bestaat (niet?!) en dat je van etnisch profileren best boos mag worden, maar dat je het positief moet benaderen. Oh, en Bridget Jones’s Diary is vanavond op tv.

Toen ging de meneer weer weg, nadat ik hem innig dankbaar een hand had gegeven omdat hij de reparatie onder garantie had uitgevoerd terwijl we helemaal geen garantie meer hadden, en hij me óók nog een flesje vaatwasserontvetter cadeau had gedaan. Topgozer.

Meik overwint

Hoe is het nou met Meik? Meik hoest zich de longen uit het lijf, heeft ideeën die uitwerking behoeven maar overhaast niets, is als konijnenfluisteraar in opperste staat van paraatheid, kan nog steeds niet netjes achteruit inparkeren maar met honderd keer vooruit en achteruit komt ze er ook wel (en oefening baart kunst toch), en is momenteel best trots op zichzelf omdat ze net in haar eentje met de auto een konijnenhok heeft opgehaald. Dat was lachen, Marianne

P.S. Als iemand Meik nou ook nog even kan vertellen hoe ze dat rolluik in de achterbak weer gewoon op zijn plek krijgt, graag. 

Kriebels

Blijkbaar… heb ik last van vakantiekriebels. Want ineens moesten er voor heel veel geld 6 zomerse singlets worden gekocht. Waarvan 3 van slub jersey – eh, wat? Joh, ik vind het best, als het maar a) niet zweet en b) niet aan alle *ahem* oneffenheden van mijn lijft blijft plakken. Ook blijk ik ineens een nogal sterke voorkeur voor de kleur teal green te hebben, en blauw. Hoezo? Ik was toch een herfsttype? Waar komt deze deviatie ineens vandaan?

Ik vertrouw het niet helemaal. Eerst zeg ik mijn baan op, nu dit. What’s next? Voor je het weet heb ik een vakantie naar een slangenparadijs in de jungle geboekt. Als ik dat doe, dan waarschuwen jullie me toch wel, hè? Geen drank meer, vastbinden, opsluiten, koud water dompelen, regressietherapie met klankschalen, allemaal geoorloofd.

Maar voor het zover is moet ik eerst als de sodeju gaan zorgen dat die singlets een beetje soepel langs het lijf gaan vallen. Want als je dus niets meer doet (behalve gamen) en wel alles eet en drinkt (vooral drinkt. Ja, oké, en ook eet) wat los en vast zit, dan kom je echt gewoon keihard 4,5 kilo aan.

En op de een of andere manier gebeurt dat bij mij niet in de winter (zoals bij andere menschen en dieren, die dan een natuurlijk vetlaagje kweken), nee, bij mij gebeurt het steevast in de lente. Elk-jaar-weer. Laten we eens een bikini gaan passen want het wordt mooi weer NEE AHHHHHHHH. En dan ook binnen een week of 3, hè. Tijden heel stabiel lekker 66, en dan ineens: FLOP.

Dan kan ik mezelf nog een week of twee voorhouden dat het echt niets uitmaakt zolang ik nog maar beneden de 70 blijf, en dat 69,9 heus een heel respectabel goed gezond gewicht is en… Shit. Hoiii, gespierde bruine meneer. Ken je me nog? Ja, het is even geleden. Nee, ik snap dat je dat allemaal niet bijhoudt. En dat je in de laptop zit, ja, dat communiceert niet zo. Jezus man. Gun mij nou verdomme die persoonlijke touch even!

Weet je wat? Ik ga wel eerst even de lokale economie steunen. Mango en Citroen-Marmer, in een bekertje graag. En een hoorntje Smurfen en Aardbei voor het excuuskind. Buon appetito.

Niet

Dingen die op dit moment echt niet mogen:

– Na toch al minstens 6 bokslessen nog steeds spierpijn, dit keer in de bilpartij. Huh?

– De teksten op de jaarkalender van de Vogelbescherming. (Sowieso het feit dat de jaarkalender van de Vogelbescherming nu bij ons op de wc hangt, in plaats van mijn prachtige zelfgemaakte konijnenkalender, die het al twee jaar volhield, ook al moest je er dan steeds een dag bij optellen het laatste jaar en zorgde dat voor wat verwarring her en der.) Ik citeer: ‘Voor zo’n heerlijke ruigte van grote klit (ik las de eerste 10 keer ‘grote kilt’) struinen we (We? We? Ik struin helemaal nergens heen op de wc) de rivierdijken af. Uitgebloeide klitten staan ook wel hier en daar langs wegbermen (allemaal stoppen op de A2!) of zomaar ergens in het veld (die durven). […] Zie de waarde van dit soort uitgebloeide stengels.’ Nou… nee, sorry.

– Mannen van bijna 50 die ineens de onbedaarlijke drang hebben hun langspeelplaten van vroeger te beluisteren, in de woonkamer, bij voorkeur vlak voor het eten. Die daarvoor de collectie Skylanders rücksichtslos terzijde schuiven. Niet dat dat wat uitmaakt, want dat was toch al weggegooid geld, maar toch. En die dan heel hard Led Zeppelin (zeikerig orgeltje), The Cure (veel te depri), de Beatles (softe jengelshit) en REM (zie The Cure) gaan luisteren. Gewoon… nee.

– Mails van C&A met de titel ‘Stylish op kantoor’. Ik wil helemaal niet stylish op kantoor, en al helemaal niet in C&A. Dat doet me teveel denken aan het afzichtelijke groene mantelpakje van die firma dat ik droeg tijdens mijn eerste studentenbaantje op Schiphol, waardoor er vrijwel uitsluitend dronken Russen op me afkwamen.

– Kauwgom in haren, bergen kleding op puberkamers die een merkwaardige afspiegeling zijn van bergen op ouderlijke slaapkamers, en de piep in het oor.

– Tóch bier voor jezelf kopen door de week.

Grmph.

Rollator

Misschien was naar de tandarts gaan met de duizeligheid die zijn kop weer had opgestoken niet het allerbeste idee dat ik ooit heb gehad. Ik ben naar huis gelopen met de fiets als rollator.

Hallo, bank. Hallo, wolken door het raam. Hé, spreeuwen. Jullie ook weer hier? Sorry, geen druiven meer. Wel een potje pindakaas. Maar niet allemaal tegelijk, hè? Het is de BZT-show niet.

Ortho

Donderdagochtend, 7:33 u. Ik slof naar de koelkast voor mijn bakje ‘s nachts in kwark en sojamelk geweekte havermout. (Is echt niet zo goor als het klinkt. Echt niet.) Piet staat in zijn geblokte pyjama en teenslippers met wild haar boterhammen te smeren. Ik geloof dat we in het voorbijgaan “Hrrrmpf” tegen elkaar gezegd hebben, meer zit er niet in op dat tijdstip.

Nyn zit achter de laptop haar dagelijkse voorschoolse ik-ben-klaar-met-alles-dus-nu-mag-het rondje Minecraft te doen. Ol hipt fris gekamd en ge-axed de keuken door. “Hé,” merkt hij terloops op. “Ik moest vandaag toch naar de ortho?”

Ik zie Piet verstijven. Het mes blijft boven het boterkuipje hangen, de boterham valt in slow motion terug op het aanrecht. KABAM!

Drie minuten later dendert hij de trap weer af. “Ik douche straks wel als we terug zijn,” roept hij hijgend. Ol staat intussen doodkalm klaar in het halletje. Hippe schoentjes aan, jas netjes dichtgeritst. “Doei, mam!” Ze hebben nog 9 minuten.

Ik maak de boterhammetjes af, verdeel de druiven over de fruitbakjes, maak de roosvicée, vraag aan Nyn welke overblijfsnack bij wie hoort, stop alles in de juiste tassen. Gym, o ja, eentje heeft er gym. Even ruiken of de gymkleren nog kunnen, ja, hoera voor wasverzachter en deo, huppetee, terug in de tas ermee. Ik wring Nyns weerbarstige haardos in een paardenstaart. Als altijd duikt ze weg als ik haar een kus op haar wang wil geven. Geeft niks, deed ik ook op die leeftijd. Moeders ruiken niet naar rozen ‘s ochtends vroeg. Ik weet dat.

Zo. Alles weer onder controle, en nog tijd over zelfs. Geen stress, alles zen. Ik maak mijn koffie en sjok terug naar mijn bakje havermout.

En dan verstijf ik. “Ja… maar! Wie brengt Nyn dan naar school? Kut!”

Vijftien minuten later dender ik de trap weer af. (Ja, sorry, ik moet én deo rollen, én mijn gezicht reinigen, én crème smeren, én mijn lenzen indoen, én mijn tanden poetsen, én mijn haar ontplatten én mijn kleren aantrekken én mascara aanbrengen!) Hijgend ren ik het halletje in. Nyn staat doodkalm klaar. Schoenen aan, jas netjes dicht, rugzak in de ene hand, fietssleutel in de andere.

“Mam,” zegt ze even later, als we de bocht om gaan richting de dijk. “Ik vind het dus echt heel erg stom dat ik nog niet zelf naar school mag fietsen.”