Because I’m happyyyy

Happy Highlights

Ik heb vanochtend mijn haar met Axe Dark Temptation bodywash moeten wassen omdat IEMAND (ik noem geen namen verder) ALLE shampoo had opgemaakt. Alleen voor Mannen, Dagelijkse Zonnebloem, Pluizig en Droog… allemaal op. En dan wel die lege flessen laten staan en niks zeggen. Dat kan bij koekjes en chips, dus wel ja. Waarom niet ook met shampooflessen.

Dat kun je een vrouw van middelbare leeftijd toch niet aandoen, zoiets? Loop ik straks door de plaatselijke AH, duiken er uit alle hoeken en gaten pubermeisjes op, aangetrokken door mijn onweerstaanbare geur!

Wat is er gebeurd met de tijd dat IK bepaalde wanneer het allemaal in bad ging? Dat er 1x per week haren werden gewassen met Zwitsal Babyshampoo? Twee tegelijk in één bad, want dat spaarde water? Overal schuim, dat wel, maar ach… daar kon je de dino’s zo mooi onder verstoppen.

Snif. Vrouw van middelbare leeftijd. Kinderen die niet meer samen in bad passen. Geen schuim meer. Zielige dino’s op de badrand. En raar haar. Ik weet niet of dit ooit nog goed gaat komen.

Of… zou de hond zich misschien eens gedragen vandaag? Gewoon, om mij op te beuren? Niet lachen! Dat zou toch kunnen?

Ooooh. Als ik er nou eens Axe op smeer?

Verbod

Ik heb een Magisterverbod. Het is nog pakweg 2 weken tot het eind van het schooljaar, en ik kan het gewoon niet meer aan. Na de zoveelste schreeuwpartij van mijn kant (iets over de honderden euro’s die we inmiddels aan de huiswerkbegeleiding hebben gedoneerd en kan hij dan nóg niets beters binnenslepen dan een 2) heb ik besloten dat het beter is zo.

De puber zelf heeft nergens last van. Hij heeft namelijk een app waarmee hij tot op het millipunt nauwkeurig kan uitrekenen “hoeveel hij moet halen”. Een 2,4 voor Duits? Geen probleem hoor mam, dat kan mákkelijk. Nou ben ik zo dyscalculisch als de pest, dus hij kan me op dat gebied alles wijsmaken, maar ik voel toch nattigheid. Even snel kijken wat hij dan nu gemiddeld staat… oh nee. Mag niet. Af, moeders. Af.

Ik ga later in de zorg, zo verkondigde hij laatst trots. Piet en ik keken elkaar aan. Jeetje, zoon. Wat een… nobel streven. Ik zag het al helemaal voor me, zo’n frisse jongeling aan het bed van een bejaarde. Gezellig zou het zeker worden, daar in dat verzorgingshuis!

Bejaarden? Wie zei er iets over bejaarden? Nee, hij ging medicíjnen studeren! Ze hadden het laatst erover gehad waar je veel mee kon verdienen, zijn maten en hij, en met medicijnen… langzaam stierf zijn stem weg, overstemd door het bulderende gelach van zijn vader en mij.

Dus wacht even, zeiden we hikkend. Eerst Havo… Dan het VWO… Vervolgens 6 jaar blokken aan de Uni… Dan coschappen…andere schappen… whatevs… en dannnnnn! Dannn word je plastisch chirurg to the rich and famous!

Jongen, wij staan volledig achter je. Wij wensen je enorm veel succes. Maar denk wel aan je app, hè. Zonder je app ben je nergens!

Zijn wij gemeen? Wij zijn gemeen. Gelukkig heeft hij Axe Mature. Komt het vanzelf allemaal he-le-maal goed.

Egels

Ik ben een beetje lek de laatste tijd.* Ik weet ook niet precies waardoor het komt. Het seizoen, misschien? De vergankelijkheid der dingen, dat soort symbolische prietpraat?

Dan zie ik een stukje van Taarten van Abel op tv met een stotterend jongetje dat een taart heeft gebakken voor zijn therapeute – en alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, gaat hij die taart ook nog bréngen. Waggelend over de klinkers, niet vallen, niet vallen! Dat kan toch ook gewoon niet? Hoe kan ik daar nou tegen opgewassen zijn?

Of we zijn de hond aan het uitlaten na het eten, lekker in het donker tegenwoordig, hond huppelend met lampje voor ons als een soort persoonlijke kerstversiering, en dan krijgen we het over de plantsoenmeneren die alle oude struikjes hebben weggehaald, en hoe weten de egels nou waar ze dan nu heen moeten, want egels hebben vast geen overzicht in hun hoofd van ons dorp, zo van: oh, daar zijn de struiken weg, nou, ik weet toevallig 3 km verder nog wel een plantsoentje, gaan we daar toch heen voor onze winterslaap? Dat doen egels niet, en flats, ligt er weer eentje platgereden op straat. En geen zakdoek mee tijdens de wandeling hè, alleen maar twee poepzakjes en een stuk of duizend hondensnoepjes.

Of ik kijk met mijn grootste puber een videoclip van een liedje dat we allebei leuk vinden, gaat het over een meisje dat van haar vader een hond krijgt voor haar verjaardag en dan op driekwart van het liedje gaat die hond dood! Natuurlijk krijgt háár dochter later ook wel weer een hond van haar vader,  maar dan is het al te laat! En als dat liedje dan op de radio is, dan zegt mijn zoon: Hier! Hier gaat hij dood, mam! Met zo’n grijns van oor tot oor erbij.

En dát dan allemaal weer in combinatie met die eyeliner, die natuurlijk niet waterproof is want dat kreeg ik er bijna niet afgebikt en als dat dan op je lens zit, dan fiets je zo die bosjes weer in. Die er nu dus niet meer zijn. Keihard op je plaat, weer een egel plat.

Daar zijn toch wel pilletjes voor? Voor dat soort dingen? Een beetje zoals die rare siliconenzakjes bij je nieuwe schoenen die alles droog houden, maar dan anders? Doe er mij maar meteen 100. Citroensmaak, graag. Want de mensen die hebben bedacht dat alles maar naar sinaasappel moet smaken, mogen van mij met de stoomboot mee naar Spanje.

 

*Van boven, niet van onder! Zo oud ben ik nou ook weer niet!

Liefde

Voor iedereen die nog steeds halsstarrig vasthoudt aan het idee dat het best wel meevalt met de fixatie van onze puberende medemens op uiterlijk vertoon en dat er ook heus ook nog wel wat liefde en empathie ergens ver weg in de rijpende frontale kwab begraven ligt: sorry. Ik moet jullie teleurstellen. Na lang en diepgravend onderzoek is gisteren het tegenovergestelde bewezen.

“Mam, kun je het eten niet ook eens zo mooi op bordjes doen als bij de Hello Fresh-reclame op tv, in plaats van zo’n grijze drab in een pan op tafel te zetten en het van daaruit op ons bord te kwakken?” Kwakken? Kwakken?! Ik kwak nooit iets. Ik bereid jullie eten met liefde, ja. Liefde! Ik vlij het zachtjes en teder op jullie bordjes. Vanuit de pan op tafel, ja. Dat wel. We zijn hier geen vijfsterrenrestaurant.

Maar de hond stond alleen maar irritant te keffen en moest toch genegeerd worden en we waren maar met zijn drieën want kind deel 2 at elders, en ik was toch al priegelig bezig met wortelschilletjes langzaam drogen in de oven voor de konijnen, dus wel ja. Hutspot rangschikken op een bordje kon er ook nog wel bij.

Nouvelle Cuisine

Wat denk je? Het hele bord leeg! Met mes én vork. Inclusief het bedje van rucola (voorheen: “wat is dat voor gore troep? Dat ga ik écht niet eten!”) en de garnituur van langzaam gekaramelliseerde rode (!) ui. Zonder ook maar één keer te zeiken.

Dus alles is liefde? Nee. Alles is uiterlijk. Geen twijfel meer over mogelijk. 😛

Moeras

Heeft iemand mijn frisse kereltje gezien?Je weet wel, dat vrolijke kind dat elke avond zingend onder de douche stond, zielsgelukkig met zijn zelf uitgezochte 3 voor de prijs van 1-badschuim? Hij is weg. Opgelost. Door het doucheputje gespoeld, denk ik. Er is iets heel anders door dat putje naar boven gekropen. Een alien kan ik het niet eens noemen, want het heeft in de verte, als ik mijn ogen half dichtknijp, nog wel iets bekends. Het is meer een soort… moerasmonster. Met een snorretje*. Groter dan ik, maar gelukkig nog niet breder. (“Zo”, zei de mevrouw van de bruidswinkel lang geleden. “U heeft wel brede schouders, hè?” Precies! Knappe moerasbewoner die dat kan overtreffen.)

Het moerasmonster is een apart dier. Het vindt het niet nodig om vaker dan 1, hóóguit 2x per week te douchen. De handdoek die het daarbij gebruikt gaat niet terug over het handdoekenrekje, nee zeg. Opgefrommeld in de kast van het moerashol, voor extra geureffect. Het moerashol zelf is een uiterst gezellige habitat. De vloer is zacht en warm – een prettige bijkomstigheid van alle gedragen kledingstukken die er liggen. Er hangt een intieme sfeer door de gesloten gordijnen. Strategische lichtelementen in de vorm van led-strips, alsmede de zachte gloed van schermverlichting van diverse apparaten, maken het geheel af.

Zucht. Ik mis hem wel eens, die frisse vrolijkerd met zijn hoge stemmetje. Oké, hij had nog niet de humor van het moerasmonster, en zo ad rem was hij ook niet, maar hij rook tenminste nog een beetje zoetig naar kind. Tegenwoordig heb ik de hoop maar gevestigd op grote hoeveelheden wasverzachter. Met in mijn achterhoofd het verhaal van mijn moeder, vroeger werkzaam op een middelbare school. “Je mag natuurlijk niemand voortrekken,” zei ze, “maar stiekem vond ik de jongetjes die naar wasverzachter roken toch nét iets beter te pruimen dan hun pukkelige leeftijdsgenootjes die au naturel door het leven gingen.” Waarvan akte.

*dat hij overigens na het zien van de schoolfoto’s, waarop het *kuch* nogal prominent aanwezig was, tegenwoordig zelf afscheert. Ja ja! En dan aan mij vragen of ik dat niet ook eens moet doen – nee, zeg ik dan, snoeien doet groeien, er komt NIEMAND aan mijn snor.

Met vleugels

Winged eyeliner. Wel eens van gehoord? Ik ook niet, tot voor kort. Maar ik stond in de rij bij de supermarkt (komt niet zo vaak meer voor, want het stinkhondje kan nog steeds niet alleen zijn), en toen gebeurde het. Voor mij stond een 40 plus-mevrouw. Type nonchalant en toch precies goed vallend haar, leren jasje, coole laarzen. Ik keek naar haar terwijl ze pinde. Boven haar ogen, daar vlak boven haar wimpers, had ze een retestrak zwart lijntje. En ik was op slag jaloers. Dat haar, dat jasje en die laarzen – tot daar aan toe. Met een beetje geluk (en heel veel tijd) lukte mij dat ook nog wel. Op dagen dat ik er zin in had. Dat lijntje? No. Fucking. Way.

Nou zie ik er met teveel make-up sowieso al uit als een drag queen. Met zo’n lijntje erbij ben ik een panda in drag. Maar je kan toch potverdorie niet bijna halverwege de 40 zijn en nog geen fatsoenlijk lijntje kunnen tekenen? Terwijl pinnende mevrouwen in supermarkten en net opgedroogde 17-jarige winkelmeisjes bij de bakker dat wél kunnen? Dat kan toch niet?

Wat doe je in zo’n geval? Juist. Op naar het land van de hysterisch gillende Amerikaanse beauty vloggers. Die zogenaamd onopgemaakt aan hun tutorial beginnen maar stiekem al meer producten op hun gezicht hebben gesmeerd dan ik in een heel jaar. Het is heel gemakkelijk, zeggen ze dan. Kijk, je zet een paar puntjes, die verbind je met elkaar en dan… flop. Staat er een strak lijntje. Painting by numbers, maar dan anders.

Oké dan. Drie verschillende potloodjes aangeschaft, gel eyeliner, liquid eyeliner, eyeliner in een potje met een kwastje. Diep ademhalen. Peptalk. Vaste hand, je kunt dit. Stipjes, lijntjes, verbinden… PANDA met zigzageffect.

Hé, zei iemand op een feestje. Gaat het wel goed met je? Je kijkt een beetje scheel. DAT IS MIJN WINGED EYELINER, JA.

Maar de aanhouder wint, hè. Het bovenstaande schreef ik in februari. Het is nu eind september. En mensen, ik kan het. Vijf van de zeven dagen. Zonder zigzag. Ik denk dat ik maar een You Tube-kanaal moet gaan openen. De vliegende panda’s: voor al uw feestmake-up. Gelukkig is het al bijna de 11e van de 11e.

Sprinkhaan

Kennen jullie dat? Zo’n kind dat vers van de fiets als een soort meteoriet de koelkast in schiet? En dan eerst een oude magnetron-pannenkoek opvist en volpropt met nutella, vervolgens een potje zwarte olijven uit de voorraadkast trekt en er zo’n 20 opeet (gewoon lekker uit het potje met dat vorkje), en daarna nog eens een tosti met cheddar voor zichzelf maakt? Om uiteindelijk te eindigen met een blik groentesoep in zijn handen en tot de conclusie te komen dat dát toch echt te veel moeite is?

Wij noemen het De Sprinkhaan. Ook verantwoordelijk voor chipszakken met keurig netjes de wasknijper erop – maar dan wel leeg. Of borrelnootjes! MIJN borrelnootjes! Leeggegraasde koekverpakkingen. Eenzaam zwervende pakjes grillworst in de koelkast – minus de grillworst. De complete inhoud van een vaatwasser op het bureau op zolder. Willekeurig openstaande kastdeurtjes en drie verschillende flessen aanlenglimo zonder dopje op het aanrecht.

Datzelfde kind dat inmiddels groter is dan ik. Een héééél klein vlassig snorretje heeft als de zon erop schijnt (ik maak me nog geen zorgen, mijn snor is nog steeds groter) en mij laatst toevertrouwde dat hij ‘zichzelf toch best al wat volwassener geworden vond’. Ik begreep niet helemaal wat hij bedoelde. Doelde hij soms op die drie keer dat hij geroepen had dat hij wel wilde leren koken, om als puntje bij paaltje kwam toch maar nét iets anders veel belangrijkers op de iPad te doen te hebben? Of het feit dat hij tegenwoordig 2x per week in de sportschool iets met gewichten en een roeimachine doet? Pffft.

Hetzelfde kind dat zichzelf laatst had opgegeven om – op zaterdagochtend nota bene – mee te helpen bij de open dag van zijn school. Vrijwillig! Mijn moeder en mijn zus zijn langs geweest als spion (oké, ze gingen voor mijn neefje uit groep 8, detail), maar ook zij hebben geen verliefde gedragingen kunnen constateren. Plichtsbesef? Uit de goedheid van zijn hart? On-mo-ge-lijk!

Als klap op de vuurpijl stond hij gisteren ineens met een bakje vers gefrituurde bitterballen in mijn computerhok. Voor mij. Met een apart schaaltje mosterdsaus.

Zou het dan toch? Nee. Eerst zelf sokken opruimen. Stofzuigen. Kleren in de was doen. ‘s Avonds de verwarming dichtdraaien. Zelf aan de atlas denken bij een proefwerk aardrijkskunde. En een nieuwe liefde aan ons voorstellen.

Dan, ja dan ga ik het misschien geloven. En dan zorg ik voor de chips, bitterballen en jip-en-janneke-champagne om het te vieren, beloofd. Voor wat hoort wat.

Tot het zover is ga ik me gewoon weer even verdiepen in kindvriendelijke insectenbestrijding.

Roest

Meikjes.nl - Roest

Gisteren had ik een jubileum. Voor het 30e jaar ongesteld, op de dag af*. Destijds mocht ik van mijn moeder bij de kinderboekenwinkel in Maastricht een boek uitzoeken om het te vieren. Een toren tegen de Romeinen, heette het. Geen idee waarom ik nou net dat boek uitkoos. Daar kon ik dan misschien in klimmen om mijn maagdelijkheid te beschermen? Sorry, mam, heeft niet gewerkt. Maar het was in ieder geval geen Romein!

30 jaar later vierde ik het door in snel tempo een 10%-biertje en een grote mok glühwein achterover te slaan, een ongelofelijk suffe kerstfilm te kijken en daarna heel lang met de hond op schoot te zitten, omdat Piet op hem was gaan STAAN. “Had je maar geen zwarte hond uit moeten zoeken. Die ZIE je toch niet.”

Ook deelde ik het heuglijke feit (van de 30 jaar, niet van de hond) met mijn tweelingzusje. Even daarvoor had mijn moeder – op een van haar vele reisjes, dit keer om kerst te ontlopen – allerlei foto’s van verroeste industriële toestellen in de familie-app geplaatst. ‘Gefeliciteerd’, appte mijn tweelingzusje mij. ‘Over verroeste stuff gesproken.’

‘Gefeliciteerd,’ appte mijn moeder. ‘Rust roest!’ En we hadden nog ZO afgesproken dat we het niet meer over mijn werksituatie (of het ontbreken daarvan) zouden hebben, mam! Wat in het vat zit, ehhhh… roest niet, weet je wel?

Twee dagen daarvoor zat ik op de rand van mijn dochters bed. “Even snel een knuffel nu, muis, want ik moet echt even gauw naar de wc, ongesteld en zo. Kom ik zo weer terug om je in te stoppen.” Totaal in shock keek ze me aan. “Maar mam, je was gísteren toch al ongesteld?” Nog nooit zo’n teleurstelling gezien als toen ik haar vertelde dat zoiets niet één dag, maar minstens 5 dagen duurt. En dan hebben we het er nog niet eens over gehad dat het niet frisblauw is en dat je er ook al niet van gaat huppelen, zoals ze je op reclames wel willen doen geloven…

Dat mag Piet haar t.z.t. uitleggen. Op de hond gaan staan, tsssssk.

 

*En nee, dat is dus niet onafgebroken en aaneengesloten. Ja.

Filter

Gewone kinderen bestaan niet. Onze schatjes zijn, dat weet toch iedereen, stuk voor stuk uniek. Dat moet haast wel, want ze hebben bijna allemaal hun eigen labeltje. En als ze dat niet hebben, dan krijgen ze er vanzelf wel een. Van school. Of de buurvrouw. Een toevallige passant. De groenteboer. En dan maken we er meteen een hokje voor, wel zo overzichtelijk.

Daar kun je van denken wat je wilt. Voor sommigen is het ongetwijfeld heel fijn, die duidelijkheid. Anderen voelen zich erdoor beperkt, of vinden dat ze in het verkeerde hokje zitten.

Ikzelf hou het meest van weidse landschappen, hoge bergtoppen en de wind in mijn haar. Daar is vast ook ergens een hokje voor. Stop me er gerust in, ik zal het je niet kwalijk nemen. Ik ben inmiddels een soort flat.

Maar eigenlijk hè, eigenlijk zijn al die verschillende hokjes onzin. Ik heb namelijk iets ontdekt. Eigenlijk kun je mensen, en specifiek kinderen, in twee groepen verdelen. Of ze nou wit, bruin, pimpelpaars, jongetje, meisje of iets daartussenin zijn: je hebt ze met filtertje, en zonder.

Zo is daar bijvoorbeeld het kind dat bij terugkomst op school na een doktersbezoek heel kalm tegen juf zegt dat ze daar “voor iets persoonlijks” was. Yeah baby! Dat noem ik filteren als een pro!

En dan is daar het kind dat in een opstel over de vakantie eerst in geuren en kleuren over de logeerpartij bij opa en oma vertelt, om te eindigen met: “O ja. Er was ook nog iets heel ergs gebeurd. Ik lag te slapen toen ik wakker werd van een hele harde gil. Ik ging naar beneden en wat denk je, het was mijn moeder die zo gilde. Mijn papa lag dronken in de gang en hij was omgevallen.”

Geef me een F, geef me een I, geef me een L – ach weet je, laat ook maar.

Wie van die twee kinderen van mij is, laat ik verder in het midden, dat begrijpen jullie vast wel. Maar ik kan wel verklappen dat het heel… bijzonder was om de week erna gewoon weer naast juf in de schooltuin te staan.

Gelukkig was het geen klassenborrel. Hoiiii, juf. Wijntje?

Pling

Het einde van het eerste jaar voortgezet onderwijs nadert, en dat betekent dat kind deel 1 zichzelf nu toch wel af vindt, na al die wijze lessen van conciërges over fietsen niet goed in het rek, verloren kluispassen en corvee. Nu is het gepokt en gemazeld, nu weet het de regels. Het weet wat er van hem verwacht wordt, en dat doet het natuurlijk allemaal braaf. Natúúrlijk! Want het is af.

Ikzelf denk dat het op zijn 40ste waarschijnlijk nog steeds niet af is, maar dat terzijde. En dat het vorige week, in de laatste volle lesweek nota bene, voor het eerst naar de conrector – of wacht, nee, afdelingshoofd heet dat geloof ik – moest vanwege ‘uit de les verwijderd door de docent’ (bron: Magister), dat heeft er verder ook niks mee te maken.

“Ik moest lachen om iets grappigs in het geschiedenisboek en dat zei ik toen tegen Sam, en toen moest ik eruit! En toen had ik last van mijn schouder dus ik zwaaide wat met mijn armen en toen moest de hele klas lachen want ze konden net mijn handen zien en toen vond de docent dat ik de áándacht probeerde te trekken en toen moest ik naar mevrouw H.!” De verontwaardiging kun je er zelf bij bedenken, de overslaande stem ook.

Die stem! Elke keer als hij me belt schrik ik me wild. “HOI MAM,” (waaaah!) “mijn ketting ligt er weer af. Hè? Ik ga écht niet lopen, hoor. Wat? Hoezó heb je de auto niet?” Grfphshhhh tuut.

Maar goed, het einde is dus nabij – al wordt dat niet overal altijd even goed geïnterpreteerd. “MAM!” (waaaah!) “Ik heb alwéér uitval! Nu ben ik al om 12 uur thuis! En ook nog eens bijna geen huiswerk! Ja, ik snap het ook niet. Lekker man, extra veel game-tijd! Dat mocht ook wel eens!”

“Uh huh. Zeg, waarom denk je eigenlijk zelf dat je zo vroeg naar huis mag? Zou dat zo maar zijn? Omdat ze je op school zo’n voorbeeldige leerling vinden? Of zou daar misschien toch wel een, ik weet niet, reden achter zitten? Iets met… PROEFWERKWEEK, misschien?”

Ja hal-lo, dat wist hij heus zelf ook wel, hoor. Pfff. Of ik eens een keer niet zo stom wilde doen. En of ik nou weg wilde gaan, want ik dacht toch niet dat hij die samenvatting van bio af ging krijgen als ik hem de hele tijd stoorde, of wel soms?

Pling, zei mijn telefoon een kwartier later. De link naar het zelfplakkende hoesje voor zijn telefoon. Als beloning, voor een jaar hard werken.

VT Wonen

“Ik had bij de Kwantum wat vaasjes gekocht, maar toen moest ik mijn hele interieur veranderen, ken je dat?”

Laatst gehoord in zo’n soort VT Wonen-winkel. Ik dacht altijd dat mensen een grapje maakten als ze zoiets zeiden, maar deze mevrouw was bloedserieus! En de verkoopster zei ook al niet dat ze gek was.

Waarschijnlijk zijn dat dezelfde mensen die hun complete walnoten eetkamerset op Marktplaats zetten t.e.a.b. (járen geduurd voordat ik wist wat dat betekende) “wegens overcompleet”.

Overcompleet. Als ik de deur van mijn woonkamer opendoe, dan denk ik: ahhhhhhh, thuis! En niet: jezus, mijn interieur is overcompleet! Snel, ik moet een nieuwe eetkamerset! We moeten echt NU onze indeling veranderen! En trouwens, rood is zó 2016. Waar is mijn stalenboek met de kleuren van 2018! Houten vloer? Nee joh. Kurk! Kurk moet het wezen!

Het zal wel aan mij liggen.

Maar wat dan wel weer heel erg klote is: in die paar minuten tussen de woonspullen heb ik toch mooi een of andere enge besmetting opgelopen. Want toen ik net achter de schuur keek, zag het er opeens heel gek uit.

Red mij! Ik begin een VT Wonen-vrouw te worden!

 

Tuin

Fantasywereld: Draken in games

Nieuwe column bij Fantasywereld.nl, want het is drakenweek!

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb eigenlijk altijd een beetje medelijden met draken in games. Heeft zo’n beest zich net lekker opgekruld om een tukkie te gaan doen, komt er wéér zo’n horde avonturiers op hem af gestormd. Allemaal op zoek naar… ja, wat eigenlijk? Goud, een stoere titel, dat ene übercoole wapen…

Wat het ook is, de draak is altijd de sjaak.

Terwijl je toch zou denken dat iedere zichzelf respecterende avonturier zich wel drie keer op zijn of haar hoofd zou krabben voor hij of zij het gevecht aangaat – want als er één ding is dat game-draken met elkaar gemeen hebben, is het wel dat ze nogal lastig te overwinnen zijn.

Neem Skyrim. De eerste keer dat ik daar een draak tegenkwam, vergeet ik nooit meer. Vers aangekomen in een stadje, beetje rondgekeken, beetje dingen gekocht en verkocht. Even een praatje gemaakt met de baas van het kasteel. O ja, zegt de beste man, daar-en-daar hebben mensen schijnbaar een draak gezien. Een dráák! Of er iets van waar is, pffft, geen idee, maar misschien moet jij, als nieuwbakken avonturier, maar eens gaan kijken.

Eh, ja, oké. Ik loop de stad uit, stukje naar rechts. Aha! Daar bij die toren, waar al die mensen staan,  daar moet het zijn. Nog niet koud gearriveerd, of WOESJ, daar komt hij uit de lucht gevallen: de grootste draak die ik ooit heb gezien. Het volgende moment heeft hij me in een zwartgeblakerd kooltje veranderd.

Dragon Age Inquisition: hetzelfde verhaal. Lekker de omgeving aan het verkennen, mooie grot, hé, daar net buiten die grot staat een plantje dat ik héél goed zou kunnen gebruiken… en RAAAAAAH! Overal vuur! Help! Ik…ga… Wat zeiden mijn metgezellen nou zojuist? Iets over dat ze net opvloog? Te laat! Einde verhaal; terug naar de laatste savegame.

Guild Wars 2: minstens 25 man nodig om er eentje te verslaan, en als je niet samenwerkt, vergeet het dan maar; dan vliegt meneer of mevrouw draak gewoon weg en kun je fluiten naar je beloning.

Nee, het zijn geen watjes, die draken! Grote bazen zijn het, en dat zul je weten ook. Zweethandjes op de controller/het toetsenbord/de muis, en héél veel scheldwoorden. Héél veel verstoppen in torens en achter rotsblokken, hopelijk net buiten bereik van het vuur, het gif, of wat er dan ook uit komt.

En toch… als het moment daar is dat het beest eindelijk is geveld, dan doemt altijd weer even dat medelijden op. Zo mooi. Zo groot. Zo kleurrijk. En zij kunnen er toch ook niks aan doen dat ze daar nu eenmaal wonen. Rust zacht, machtig dier.

Ahem. Medelijden of niet, er moet natuurlijk ook gauw even gekeken worden wat het nou aan buit heeft opgeleverd, dat epische gevecht. Huh. Heb ik al, heb ik al, heb ik al, pfff, moet ik daar nou mee, verkopen die handel, waardeloos. Totale opbrengst: 75 zilver, een gebroken lepel en een handjevol koper.

WAT?!

Die draak, hè. Dat grote beest. Die drama queen. Die heeft het eigenlijk best goed voor elkaar. Hij mag dan wel verslagen zijn, maar zijn wraak is zoeter dan zoet. Tel daar nog eens bij op dat hij in de meeste games gewoon weer herrijst, en… zei ik nou medelijden?

Echt niet. Voel de scherpe punt van mijn zwaard, kreng! Ten aanval!

 

Column: Draken in Games