Roest

Meikjes.nl - Roest

Gisteren had ik een jubileum. Voor het 30e jaar ongesteld, op de dag af*. Destijds mocht ik van mijn moeder bij de kinderboekenwinkel in Maastricht een boek uitzoeken om het te vieren. Een toren tegen de Romeinen, heette het. Geen idee waarom ik nou net dat boek uitkoos. Daar kon ik dan misschien in klimmen om mijn maagdelijkheid te beschermen? Sorry, mam, heeft niet gewerkt. Maar het was in ieder geval geen Romein!

30 jaar later vierde ik het door in snel tempo een 10%-biertje en een grote mok glühwein achterover te slaan, een ongelofelijk suffe kerstfilm te kijken en daarna heel lang met de hond op schoot te zitten, omdat Piet op hem was gaan STAAN. “Had je maar geen zwarte hond uit moeten zoeken. Die ZIE je toch niet.”

Ook deelde ik het heuglijke feit (van de 30 jaar, niet van de hond) met mijn tweelingzusje. Even daarvoor had mijn moeder – op een van haar vele reisjes, dit keer om kerst te ontlopen – allerlei foto’s van verroeste industriële toestellen in de familie-app geplaatst. ‘Gefeliciteerd’, appte mijn tweelingzusje mij. ‘Over verroeste stuff gesproken.’

‘Gefeliciteerd,’ appte mijn moeder. ‘Rust roest!’ En we hadden nog ZO afgesproken dat we het niet meer over mijn werksituatie (of het ontbreken daarvan) zouden hebben, mam! Wat in het vat zit, ehhhh… roest niet, weet je wel?

Twee dagen daarvoor zat ik op de rand van mijn dochters bed. “Even snel een knuffel nu, muis, want ik moet echt even gauw naar de wc, ongesteld en zo. Kom ik zo weer terug om je in te stoppen.” Totaal in shock keek ze me aan. “Maar mam, je was gísteren toch al ongesteld?” Nog nooit zo’n teleurstelling gezien als toen ik haar vertelde dat zoiets niet één dag, maar minstens 5 dagen duurt. En dan hebben we het er nog niet eens over gehad dat het niet frisblauw is en dat je er ook al niet van gaat huppelen, zoals ze je op reclames wel willen doen geloven…

Dat mag Piet haar t.z.t. uitleggen. Op de hond gaan staan, tsssssk.

 

*En nee, dat is dus niet onafgebroken en aaneengesloten. Ja.

Filter

Gewone kinderen bestaan niet. Onze schatjes zijn, dat weet toch iedereen, stuk voor stuk uniek. Dat moet haast wel, want ze hebben bijna allemaal hun eigen labeltje. En als ze dat niet hebben, dan krijgen ze er vanzelf wel een. Van school. Of de buurvrouw. Een toevallige passant. De groenteboer. En dan maken we er meteen een hokje voor, wel zo overzichtelijk.

Daar kun je van denken wat je wilt. Voor sommigen is het ongetwijfeld heel fijn, die duidelijkheid. Anderen voelen zich erdoor beperkt, of vinden dat ze in het verkeerde hokje zitten.

Ikzelf hou het meest van weidse landschappen, hoge bergtoppen en de wind in mijn haar. Daar is vast ook ergens een hokje voor. Stop me er gerust in, ik zal het je niet kwalijk nemen. Ik ben inmiddels een soort flat.

Maar eigenlijk hè, eigenlijk zijn al die verschillende hokjes onzin. Ik heb namelijk iets ontdekt. Eigenlijk kun je mensen, en specifiek kinderen, in twee groepen verdelen. Of ze nou wit, bruin, pimpelpaars, jongetje, meisje of iets daartussenin zijn: je hebt ze met filtertje, en zonder.

Zo is daar bijvoorbeeld het kind dat bij terugkomst op school na een doktersbezoek heel kalm tegen juf zegt dat ze daar “voor iets persoonlijks” was. Yeah baby! Dat noem ik filteren als een pro!

En dan is daar het kind dat in een opstel over de vakantie eerst in geuren en kleuren over de logeerpartij bij opa en oma vertelt, om te eindigen met: “O ja. Er was ook nog iets heel ergs gebeurd. Ik lag te slapen toen ik wakker werd van een hele harde gil. Ik ging naar beneden en wat denk je, het was mijn moeder die zo gilde. Mijn papa lag dronken in de gang en hij was omgevallen.”

Geef me een F, geef me een I, geef me een L – ach weet je, laat ook maar.

Wie van die twee kinderen van mij is, laat ik verder in het midden, dat begrijpen jullie vast wel. Maar ik kan wel verklappen dat het heel… bijzonder was om de week erna gewoon weer naast juf in de schooltuin te staan.

Gelukkig was het geen klassenborrel. Hoiiii, juf. Wijntje?

Weg

Echo-echo-echo. Een terugkerend ritueel begin september: ineens zijn ze allemaal weer weg. En Meik blijft achter met de konijnen. Ik zag er nogal tegenop. Want hoewel ik natuurlijk niet echt een mensen-mens ben, vond ik het toch wel erg gezellig, zo’n week of 8 huisgenoten om me heen.

Nu moeten we weer in het gareel. Er moet altijd fruit zijn. Pakjes drinken. Repen. De gymkleren moeten fris zijn. Er is een nieuw rooster om aan te wennen, en ik mag niet vergeten dat er om 15:00 uur nog steeds iemand graag ook weer van school opgehaald wil worden.

Gelukkig is de interne verhuizing (kind deel 1 naar zolder, deel 2 naar oude kamer deel 1) nog niet helemaal afgerond. Loopt het aanpassen en activeren van Meikjes.nl nog niet helemaal zoals gepland. Heb ik een goed voornemen om het huis nu eens echt op orde te houden. Komt er op 22 september een nieuwe uitbreiding van Guild Wars 2 uit. En heb ik nog steeds dat hondje om over te dromen.

Zucht. Volgende week ben ik weer helemaal gewend. Vast.

Puber… eh, tienerbrein

Weet je wat ik het ergst vind aan een puber? Of wacht, ik schijn het over een tiener te moeten hebben – want, zo zegt hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles in zijn boek Het Tienerbrein, puber heeft een te negatieve bijklank. Dat mag dan wel zo zijn, maar bij het woord tiener denk ik toch meer aan een Tina-meisje dat haar pony borstelt. Die associatie heb ik nou niet bepaald bij het ongenuanceerde geval dat zich – nog net – mijn zoon noemt.

Maar goed. Het ergste vind ik dus het mompelen. De achteloze verwensingen die tijdens het weglopen nog snel even over de schouder worden geworpen. De discussie is al klaar, en dan tóch nog gauw iets heel vuigs zeggen. Raaaaah! Kwader kun je mij niet krijgen. ‘Tja, het is een puber, hij kan niet anders dan zo reageren’?

Nee. Ik geloof echt wel dat er zich bepaalde processen voltrekken in dat erwtenbreintje en dat het daar dus echt last van heeft en het geen hersencellen meer overheeft voor subtiliteit, maar ergens moet er ook nog een gewoon mens verstopt zitten. En trouwens, we moeten ook rekening houden met de gemoedsrust van het Kleintje. Dat fluisterde laatst, na de zoveelste aanvaring, haast in tranen in de gang: “Mam, ik wil later niet zo worden. Ik wil gewoon leuk blijven!”

Gelukkig voor haar (en voor ons) kan hij écht ook nog af en toe heel lief zijn. Als hij zijn zusje knuffelt en we over haar hoofd heen even naar elkaar grijnzen om een rare uitspraak. Als ik ‘s ochtends mijn lenzen in sta te doen en hij heel impulsief zijn armen om me heen slaat en zijn neus in mijn rug duwt. Niet zo handig qua timing misschien, maar wél gezellig. Ook al schrik ik elke keer weer van het feit dat hij wéér drie centimeter is gegroeid.

In Het Tienerbrein gaat het, aldus het artikel uit VU Magazine, ‘niet zozeer om praten met je tiener in psychologische of pedagogische zin. Het gaat […] erom dat je je kind helpt om hersenfuncties te ontwikkelen: gericht denken en empathie. Dan pas kan het goed leren oordelen over situaties, over anderen en over zichzelf.’

Boek is besteld. Ik ben benieuwd!

Handleiding voor je puber tiener

Schijtkonijn – ik bedoel: hoera! Vakantie!

Herfstvakantie is:

– dat schijtkonijn wéér uit de kruidentuin vissen, en weer, en weer, en weer, ondanks het inmiddels Bijlmerbajes-waardige hekwerk. Dan maar opsluiten in hok – totdat het als een echte crimineel, met medewerking van konijnenmaat De Pluizige Handlanger, weet te ontsnappen en hop, zo de weer kruidentuin in springt. En dan klagen dat die diarree maar niet over gaat! Uh huh.

– je hele Facebookpagina afzoeken naar het recept voor die gemberkoekjes. Gisteren nog gezien, nu onvindbaar. Grrr.

– denken aan Insanity vanwege dat toch wel hoge getal op de weegschaal bij weegactie met en zonder konijn zojuist. Maar ook beetje duizelig en niet lekker zijn (ligt dat soms aan het jaargetijde?!) dus verder dan denken komt het waarschijnlijk niet.

– kibbelende kindertjes die samen een racebaan bouwen op de computer. Wat is er gebeurd met de realtime racebaan? Denken aan Project Haal De Kist Met Racebaan Onder de Trap Vandaan. Misschien. Kan bijna niet zonder Project Laten We Die Hoek Eens Helemaal Uitmesten. Hmph.

– vinden dat je straks bij ritje naar bieb en ritje naar dierenarts vanwege schijtkonijn (maat is vol) en konijn dat nog ingeënt moet OOK buiten bent geweest.

– Project Wij Gaan Naar Het Zwembad gewoon uitstellen.

Het barst los!

Daar gaan we weer. Deze week heb ik eerst het hele huis schoongemaakt, inclusief dweilen (hikte ik al een week of zes tegenaan), ramen boenen (met glassex, ja. Alleen aan de binnenkant. En alleen de ramen bij de tuin – die waar de zon altijd op schijnt. Dus nog niet alles is verloren) en – waaaahhhh – stoffen met een nat doekje. Vervolgens heb ik een appeltaart gebakken van de door Pieter geschuumde* appeltjes, heb ik het natuurtafeltje omgekat van de zomervariant naar de variant met de eekhoorn, pompoen en paddenstoelen en heb ik gisteravond kaarsen aangestoken. En daarna ben ik gaan breien. Duidelijker kan het niet: de herfst is losgebarsten! Hoera!

Vandaag ging het allemaal dan weer net iets minder voorspoedig. Omdat ik niet langs school wilde fietsen tijdens ophaaltijd (ik heb namelijk echt heel erg de pest aan samenscholingen bij het schoolplein) nam ik een alternatieve route met een iets te kort bochtje en toen lazerde ik heel charmant met fiets en al de bosjes in. Mocht je me daarna toevallig zijn tegengekomen bij de plaatselijke supermarkt, dan heb ik je waarschijnlijk nog minder gezien dan normaal vanwege bossen haar die voor mijn gezicht hingen om eventuele schrammen te verbergen.

Ik denk dat ik in plaats van yogasokken beter een soort harnas voor mezelf kan gaan breien.

En dan kijken of ik mijn kinderen ook tot iets herfstigs kan bewegen. Denk dat deel 2 er wel voor te porren is; als ik het woord ‘hazelnoot’ laat vallen gaat ze al kwijlen. Deel 1… eh. Die komt niet tegenwoordig niet veel verder dan ‘Jij begrijpt er ook echt helemaal niets van, hè mam,’ en ‘Jij moet nu echt gewoon je mond houden!’ Zei ik nou harnas? Nee joh. Ik bedoelde een helm! Op puberformaat!

Maar eerst… pompoensoep. Want valpartij of niet, die herfstdrang, jongens, die is niet te stuiten!

*Limburg dialect voor iets wat niet geheel legaal maar toch ook weer niet geheel illegaal is verkregen – zoals appeltjes in een verwilderde boomgaard, of nadat de pluk al is geweest. Volgens mijn moeder. 

Uittocht

En toen… waren ze ineens allemaal weer pleite. Op de fiets naar het werk (“De auto staat voor de deur hè! Hier zijn de autopapieren!”), of naar school, die ene die inmiddels vertrouwd is. De andere school, de grote onbekende, bezochten we gisteravond voor de officiële opening van het schooljaar. Het rook er naar muf oud gebouw, en ja, ik moest wel even slikken toen alle kindertjes in de aula om de beurt even op moesten staan bij het noemen van hun naam. Wat een frisse koppies allemaal.

Vanochtend was kind deel 1 al ruimschoots vóór de afgesproken tijd in opperste staat van paraatheid. Of ik een foto mocht maken van onze verse brugpieper? Mam, wat denk je zelf. Nee! Echt niet? Ah, toe, leuk voor later? Nee! Ook niet heel even? Ik zet hem nergens neer, niet op Facebook, niet op Insta, ik stuur hem alleen naar omie. Echt waar, beloofd! Jezus mam, als ik 1x nee zeg is het ook nee hoor! Ha. Blijkbaar hoort-ie dus toch heus wel eens iets. Beetje jammer om dat uitgerekend op dit moment terug te krijgen, maar toch.

Toen ik 3 minuten later met het kleintje (ik vind dat ik haar nu nog zo mag noemen, de laatste der Mohikanen) langs de middelbare-school-afspreekplek fietste, stond er al niemand meer. Zo’n mentor kan nog zo hard roepen “Komen jullie maar iets later, want om 9:00 uur is het hier echt heel erg vol”, bij zoveel jeugdige bolletjes zenuwen bij elkaar zet dat geen zoden aan de dijk. Zoef.

Ach, dacht ik weemoedig. Was ik nou toch maar lerares op een middelbare school geworden. Zíjn middelbare school, zoals mijn moeder vroeger bij mij. Dan had ik stiekem nog even kunnen gluren naar al die friemelende frisheid in die muffige hal. In plaats daarvan ga ik nu maar op zoek naar herbruikbare broodzakjes. Want een broodtrommel, nee, dat kan echt niet meer. Duh.

Hoe doen ze dat toch?

Ik heb de afgelopen dagen een nieuwe, niet aflatende bewondering ontwikkeld voor alleenstaande ouders. Piet is nog niet eens een week weg, en ik betrap me nu al op allerlei watjesgedachten, zoals bijvoorbeeld: zo blij dat ik niet óók nog werk, dat zou ik nooit overleefd hebben! Het voelt enorm slap om het te moeten toegeven. Maar als de normaal zo geoliede machine, met die precies afgebakende verdeling van taken, opeens nog maar uit één helft bestaat, dan lijkt het na een dag of drie wel of er een bom is ontploft.

Had ik eerst nog heel optimistisch het idee dat met zijn drieën op 1 kamer slapen ontzettend gezellig zou zijn, na een nacht of drie was die illusie over. “En nu godverdomme terug naar jullie kamers!” hoorde ik mezelf brullen om 11 uur ’s avonds, toen er nog steeds volop geklierd werd. Voor de kracht om eigenhandig matrassen te versjouwen van de ene kamer naar de andere en terug naar zolder hoefde ik geen moeite te doen; ik slingerde ze vooruit in een explosie van woede en schopte tegelijkertijd met één teen het kroost terug waar het hoorde. I am woman, hear me roar. Wederom sorry, buren.

Ik begrijp nu meteen ook hoe ouders van echte pubers zich moeten voelen ’s avonds. Potverdorie niet eens meer tijd over om te gamen als je tot minstens 22:00 uur met die real life monsters bezig moet zijn! Maaaaaaaam, ik heb hoooofdpijn. Maaaaaaam, het gaat eeeeeeecht nieeeet, slapen met mijn beugellll. Maaaaaam, Olivier laat schetennnn.

Hoezo doen ze dat allemaal niet als mijn wederhelft thuis is? Of zit ik dan gewoon met mijn koptelefoon op en hoor ik het allemaal niet? Nee, dat is belachelijk. Dat kan het niet zijn. Dan had hij dat wel tegen me gezegd, toch? Nog vier dagen. Dan zal ik het weten.

Scheurtjes

Langzaam begint het allemaal scheurtjes te vertonen. Je zou denken dat als je thuis bent, je alles precies in je hoofd hebt. Maar ik heb meer geheugengaatjes dan ooit. Alsof het brein heeft besloten dat het in de uit-stand gaat. Jongleren met werk en thuis niet meer verplicht? Dan doen we dus ook lekker helemaal niets meer!

“Mam!” denderde het hijgend naar binnen om 12:38 uur. “Ik moet al om kwart over één naar het Mendel!” Eh, wat? Dat was toch pas om 15:00 uur of zo? Fuck, wáár zijn die boterhammen, wáár is dat tosti-ijzer, en wacht even, zou er niet een vriendje mee-lunchen? Waar is die dan? Naar huis?! Nee! Die gaan we nú halen! Ja maar… Niks ja maar, dan eet je die tosti maar wat sneller!

Scheurtjes. Verjaardagspartijtjes. Echt, ik vond het enorm zielig voor kind deel 2 dat ze op haar vorige school nooit werd uitgenodigd, en ik ben zo blij als een kind dat ze nu wel mag, maar drie? In één week? Hoezó zijn die kinderen allemaal tegelijk jarig? En hoezo hebben die ouders hun zaken wél allemaal op orde zodat de kinderpartijtjes ook echt in de juiste periode worden gevierd en niet, eh… nou… tja… 4maandenlaternogsteedsniet?

Geheugengaatjes. Schooluitjes (2 stuks), de groep 8-BBQ, de musical van kind deel 2 én de groep 8-musical, de streetdance-uitvoering inclusief generale de dag ervoor, en twee disco-feestjes (waarvan eentje natuurlijk de avond vóór de streetdance-generale). Het beugelverwijderen, het bezoek aan de tandarts (2x) en het aanvragen van de id-kaart vanwege kamp naar Frankrijk, en Piet die óók op kamp naar Frankrijk gaat, maar dan in een iets andere periode en samenstelling (mannenweek, vraag maar niet), precies in de week van musical en dansvoorstelling-inclusief-generale.

13:12 uur. “Doei, mam!” En toen werd ik dus zo’n moeder die over straat schreeuwt. “Niet door rood fietsen, hè? En niet met je telefoon op de fiets, hè?” Daar ging het, woest trappend. Het stak nog nét niet zijn middelvinger op. Maar het scheelde weinig.

13:55 uur. Shit! Kinderyoga! Ophalen! Ja, ik kom eraan hoor!

Gezocht: personal assistant met uitstekend gevoel voor agendabeheer, in het bezit van koele wijnkelder. Huisdieren geen bezwaar. Eigen kinderen onder de 20: uit den boze.

Koekjes

Donderdagochtend, 08:45 uur. Normaal… normaal zou ik nu met Piet in de auto zitten en bijna op mijn werk zijn. Maar normaal is het niet vandaag, want het werk is er niet meer – voor mij dan. “Hoe voelt dat nou?” is een veelgehoorde vraag. Poeh, ik moet daar even over nadenken.

Van binnen jubel ik heel, heel erg hard. Van buiten, voor de buitenwereld? Voor hoe het hoort en wat je wel en niet doet? Dat gaat nog wel even duren. Voor ik kan toegeven dat ja, dit een gerechtvaardigd besluit was. Voor mij. En dat dat mag. Dat ik me niet hoef te verdedigen. Dat ik mijn eigen weg uitstippel. Dat ik mijn eigen keuzes maak. En dat het eng is, want er is geen zekerheid. Er is niemand die zegt: hier, Meik, hier is een nieuwe baan voor je, en het is alles wat je altijd maar wilde doen in één handzaam pakketje. En we zijn dolblij dat jij het gaat doen, want jij bent de enige die hiervoor geschikt is.

Alle kinderdromen ten spijt werkt het nog steeds niet zo. Maar dat betekent nog niet dat je niet een heel klein beetje mag vasthouden aan de kleine idealen van vroeger. Of grote. Stiekem. Van binnen. Elke dag een beetje. Totdat er iets uitkomt dat wel voor de grote wereld geschikt is.

En tot die tijd is er altijd nog de blijdschap van de kleine mens hier in huis. Die middenin de ochtendspits ineens stokstijf stilstaat en roept: “Whoa, mam! Dat betekent dat je dus voortaan ALTIJD koekjes kunt bakken!” Precies. In alle soorten en maten!