Grrrrrinch

Lieve mensen in de voedselindustrie. Ik had graag een gracieus kerstelfje willen zijn en een prachtige dans willen uitvoeren op de luxueus uitgedoste kersttafel. Liefde en licht, sprankelende sterren, zijdezacht kaarslicht, tinkelende glazen – en een Meik die in een glitter-tutu pirouettes draait. Wie wil dat nou niet? Helaas, het zit er niet in. Dit jaar ben ik de Grinch.

‘Gezellig #genieten met zijn allen!’ ‘De hele #familie bij elkaar!’ ‘#Samen!’

Kerst anno 2015. Toegegeven, ik ben allergisch voor het verplichte ‘#genieten!’ dat te pas en te onpas je strot door wordt gedouwd. Het kan wat mij betreft zo aansluiten in het rijtje ‘#goedbezig’ en ‘#ikrekenhetgoed’. En toegegeven, ik ben niet altijd de meest sociaal handige, en verplicht samenzijn met de familie is niet altijd mijn hobby. Maar in de gedachte erachter kan ik me zeker vinden. Het is prachtig om in ieder geval 1x per jaar eens echt aandacht te hebben voor elkaar, om stil te staan bij wat je hebt en bij wat je verbindt, bij wat je doet op deze aarde. Daar hoef je niet eens religieus voor te zijn.

Waar het bij mij misgaat, is het ‘Achtgangenmenu met schuim van dit en vulling van dat, afgemaakt met opgeklopte mousse van weet-ik-veel, met speciale dittes en dattes voor de #kids!’ dat erbij schijnt te horen.

Hoezo gaat het op Facebook en elders zo ongeveer vanaf oktober alleen nog maar om de meest belachelijke liflafjes die echt niet mogen ontbreken op je kersttafel en – helemaal hot dit jaar – de kerst-foodboxen die je kunt bestellen? Hoezo hijsen we ons met kerst eigenlijk in onze duurste kledij, moeten er ineens peperdure cadeaus onder de kerstboom liggen en draait het alleen nog maar om ons twee dagen (en als het aan sommigen ligt, drie) volledig volproppen? Is dat de kerstgedachte? O ja, vrede op aarde hè, proost, schat, geef mij nog een met mousserende zalm gevuld kwarteleitje?

Dus nee, ik doe geen dans dit jaar. Ik ben de Grrrrrrrinch. Ik doe mijn allergrootste laarzen aan, ik stamp drie keer heel hard op de tafel, de grond splijt open en dan… komen er nog veeeeeeeeeeeeel meer Grinchen.

O wacht, nee, dat was een ander sprookje.

Man met baard

Poeh-poeh, hè-hè, dat zit er weer op. Kleine revolutie: sinds ergens vorige week hier alleen nog maar ongelovigen, dus dat krampachtige gedoe over de man met baard in jurk konden we gelukkig eindelijk achterwege laten. (Het fenomeen Conchita heb ik nog maar even niet aangestipt; je moet die kinderen niet in één keer van al hun onschuld ontdoen.) Wel zo gemakkelijk, konden ze de enorme berg cadeaus lekker zélf van zolder naar beneden dragen. “Weet je nog, mam, dat ene jaar toen er een heel spoor van pakjes door de kamer lag? Ik denk niet dat dat dit jaar ook weer gaat lukken.” … “Huh. Ik moet denk ik toch nóg een keertje naar boven, mam!”

Want natuurlijk ben ik zoals elk jaar ruimschoots over het budget gegaan, maar hé, voorlopig zit iedereen weer goed in de computer randapparatuur (met zoveel mogelijk van kleur veranderende lichtjes, voor extra vet gameplezier van moeder en zoon, woot!), make-up (“Mam, wil je me dan straks wel even uitleggen waar al die dingen precies voor zijn?”) en niet te vergeten extra super de luxe artikelen ter verhoging van het tuinier- en bierplezier (voor echte mannen).

Revolutie nummer twee: cadeaus gefaseerd uitpakken al tijdens het kneuterige verplichte gourmetten, in plaats van in één grote papierscheurexplosie erna. Niet alleen eten bijna-puber en kind deel 2 dan een keer normaal (“Nee, je mag je volgende cadeau pas uitpakken als je én dat omeletje, én dat hamburgertje, én dat rundervinkje én dat stokbroodje met zeezoutboter hebt opgegeten!”), ze staan ook nog eens wat langer stil bij wat ze eigenlijk hebben gekregen, in plaats van als een malloot door te gaan naar het volgende pakje, en het volgende, en het volgende. Krijg je als cadeau-inkoper supérieur na al die jaren eindelijk ook eens wat eer van je werk.

Blijft nog het probleem van tyfus-het-geld-is-op, hoe-kom-ik-nou-de-rest-van-de-maand-door. Daarom wil ik graag afsluiten met wat suggesties voor de mensen die ook hun budget hebben overschreden.

1. Extra veel gamen, dan vergeet je te eten.

2. Veel hutspot, restjes kun je de volgende dag verwerken tot hutspotpannenkoekjes. Twee keer goedkoop eten voor de prijs van een!

3. En de gouden tip: geen copieus vreetfestijn met kerst, maar ouderwetse aardappelpuree met erwtjes en worteltjes uit blik en een voorgebraden kip, zoals vroeger tijdens de wintersport. Uit puur nostalgische redenen, welteverstaan.

Zo. En dan ga ik nu mijn oordopjes opzoeken, tegen alle ongewenst opgedrongen kerstliedjes-geweld. Bijkomend voordeel: bemoeilijkt het praten tegen andere mensen, scheelt weer energie, minder eten nodig. Het wordt de beste december ooit.

Surpriiiiise!

Het komt eraan; het kriebelt. Alle tekenen zijn er.

Geluiden over foto’s maken op een kerstfestival. De eerste keer weer auto krabben. Konijnen die hun pluizigste winterjasjes aan hebben. Foto’s van sneeuw in de Alpen. Alle wintersportkleding naar beneden voor de jaarlijkse inventarisatie. (Godallemachtig, hoeveel paar sneeuwlaarzen kan een mens hebben? En hoezo zit de goede maat voor kind deel 2 er dan nog steeds niet bij?!)

En laten we voorál mijn persoonlijke favoriet niet vergeten: de surprises voor school. Waarvoor je steevast het lootje veel te laat ontvangt, zodat je nog maar twee weekends hebt, waarvan je er één half weg bent en één helemaal. De zondagmiddag was nog nooit zo gezellig.

“Weet ik veel,” snauwt de bijna-puber, terwijl hij nog een mini-frikandel (aangedragen ter verhoging van de feestvreugde) naar binnen propt. En kind deel 2, nadat ik – braaf als ik ben – een A3-vel helemaal vol heb getekend met hokjes: “Jaaaa, ik ga een patroon als een schaakbord kleuren!” Om na twee rijtjes erachter te komen dat dat toch echt heel erg veel werk is en dat de favoriete serie op Netflix (iets met larven, vraag maar niet) duizend keer leuker is, zodat ík vervolgens hokjes zit te kleuren.

Ondertussen doet Piet zonder leesbril dingen met schoenendozen, satéprikkers en drie-secondenlijm, ook altijd leuk, en ik schrijf tussen de bitterballen door toch wel al vier regels van gedicht nummer 1. “Jongens, wat rijmt er op zwembad?” Twee paar ogen kijken mij glazig aan. “Weet ik veel,” snauwt de bijna-puber. “Kijk mam, die ene larf ontploft bijna!” roept deel 2.

Doe mij nog maar een port…

Alaaf

Ik heb een ontboezeming die er al dagen uit wil. Klinkt smerig, is het eigenlijk ook wel. Voordat ik die ga doen, eerst even wat huishoudelijke mededelingen.

1.) Dit stukje had ik al veel eerder willen schrijven. Maar… it ain’t easy being green – eh, ik bedoel… being 41. Deze mevrouw had niet minder dan 4 dagen nodig om bij te komen van bepaalde zeer lokale festiviteiten. Sorry.

2.) Nóg een verontschuldiging vooraf, aan mijn Limburgsche medemens. Mijn oprechte excuses. Gelukkig ben ik geboren in Nijmegen, dus vierendelen op grond van onlimburgs gedrag kunnen jullie me niet.

Klaar? Komt-ie. Ik roep al jaren dat ik terug ga. Naar Limburg. Om carnaval te vieren. En áltijd, elk jaar weer, heb ik een excuus. Meestal hetzelfde excuus: “Maar het is hier dan geen vakantie!” Afgewisseld met: “Maar mijn vakantiedagen zijn op!” (Ik bespeur een thema…) Of: “Maar wie gaat er dan met me mee? Niemand toch?” En: “Ik kan me toch niet wéér drie avonden lang door een willekeurige Maastrichtenaar (meestal op de een of andere wrede manier een ex-leerling van mijn vader, oh, de kromme tenen) thuis laten brengen? Dat is gênant, op je <vul leeftijd boven de 30 in>e!”

Vanaf dit jaar: geen excuses meer. Ik doe het niet meer. Ik ga niet meer terug naar Limburg. Ik ben officieel carnaval-af. Want weet je? Je hebt hier, in mijn nieuwe nest boven de rivieren, een Dorpsfeest. En weet je nog meer? Daar heb je een Tent. Daar mag je in. Zomaar. Daar is Bier. Daar kun je dansen en slempen. Op de tafels, als je wilt. Niet 3 dagen, maar 4. En het mooiste van alles? Je mag verkleed! Echt waar! En dat doen mensen! Niet-Limburgse mensen!

Dus. Sorry, mede-Limburgers (oké, bijna mede-Limburgers dan. Als je per se op alle slakken zout wilt leggen. Pfffft.). Ik heb een nieuw carnaval. En ik hoef er niet eens 2 1/2 uur voor in de trein te zitten.

Nu alleen nog een alternatief voor Alaaf verzinnen. Ik heb nog een heel jaar.