Because I’m happyyyy

Happy Highlights

Ik heb vanochtend mijn haar met Axe Dark Temptation bodywash moeten wassen omdat IEMAND (ik noem geen namen verder) ALLE shampoo had opgemaakt. Alleen voor Mannen, Dagelijkse Zonnebloem, Pluizig en Droog… allemaal op. En dan wel die lege flessen laten staan en niks zeggen. Dat kan bij koekjes en chips, dus wel ja. Waarom niet ook met shampooflessen.

Dat kun je een vrouw van middelbare leeftijd toch niet aandoen, zoiets? Loop ik straks door de plaatselijke AH, duiken er uit alle hoeken en gaten pubermeisjes op, aangetrokken door mijn onweerstaanbare geur!

Wat is er gebeurd met de tijd dat IK bepaalde wanneer het allemaal in bad ging? Dat er 1x per week haren werden gewassen met Zwitsal Babyshampoo? Twee tegelijk in één bad, want dat spaarde water? Overal schuim, dat wel, maar ach… daar kon je de dino’s zo mooi onder verstoppen.

Snif. Vrouw van middelbare leeftijd. Kinderen die niet meer samen in bad passen. Geen schuim meer. Zielige dino’s op de badrand. En raar haar. Ik weet niet of dit ooit nog goed gaat komen.

Of… zou de hond zich misschien eens gedragen vandaag? Gewoon, om mij op te beuren? Niet lachen! Dat zou toch kunnen?

Ooooh. Als ik er nou eens Axe op smeer?

Egels

Ik ben een beetje lek de laatste tijd.* Ik weet ook niet precies waardoor het komt. Het seizoen, misschien? De vergankelijkheid der dingen, dat soort symbolische prietpraat?

Dan zie ik een stukje van Taarten van Abel op tv met een stotterend jongetje dat een taart heeft gebakken voor zijn therapeute – en alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, gaat hij die taart ook nog bréngen. Waggelend over de klinkers, niet vallen, niet vallen! Dat kan toch ook gewoon niet? Hoe kan ik daar nou tegen opgewassen zijn?

Of we zijn de hond aan het uitlaten na het eten, lekker in het donker tegenwoordig, hond huppelend met lampje voor ons als een soort persoonlijke kerstversiering, en dan krijgen we het over de plantsoenmeneren die alle oude struikjes hebben weggehaald, en hoe weten de egels nou waar ze dan nu heen moeten, want egels hebben vast geen overzicht in hun hoofd van ons dorp, zo van: oh, daar zijn de struiken weg, nou, ik weet toevallig 3 km verder nog wel een plantsoentje, gaan we daar toch heen voor onze winterslaap? Dat doen egels niet, en flats, ligt er weer eentje platgereden op straat. En geen zakdoek mee tijdens de wandeling hè, alleen maar twee poepzakjes en een stuk of duizend hondensnoepjes.

Of ik kijk met mijn grootste puber een videoclip van een liedje dat we allebei leuk vinden, gaat het over een meisje dat van haar vader een hond krijgt voor haar verjaardag en dan op driekwart van het liedje gaat die hond dood! Natuurlijk krijgt háár dochter later ook wel weer een hond van haar vader,  maar dan is het al te laat! En als dat liedje dan op de radio is, dan zegt mijn zoon: Hier! Hier gaat hij dood, mam! Met zo’n grijns van oor tot oor erbij.

En dát dan allemaal weer in combinatie met die eyeliner, die natuurlijk niet waterproof is want dat kreeg ik er bijna niet afgebikt en als dat dan op je lens zit, dan fiets je zo die bosjes weer in. Die er nu dus niet meer zijn. Keihard op je plaat, weer een egel plat.

Daar zijn toch wel pilletjes voor? Voor dat soort dingen? Een beetje zoals die rare siliconenzakjes bij je nieuwe schoenen die alles droog houden, maar dan anders? Doe er mij maar meteen 100. Citroensmaak, graag. Want de mensen die hebben bedacht dat alles maar naar sinaasappel moet smaken, mogen van mij met de stoomboot mee naar Spanje.

 

*Van boven, niet van onder! Zo oud ben ik nou ook weer niet!

Met vleugels

Winged eyeliner. Wel eens van gehoord? Ik ook niet, tot voor kort. Maar ik stond in de rij bij de supermarkt (komt niet zo vaak meer voor, want het stinkhondje kan nog steeds niet alleen zijn), en toen gebeurde het. Voor mij stond een 40 plus-mevrouw. Type nonchalant en toch precies goed vallend haar, leren jasje, coole laarzen. Ik keek naar haar terwijl ze pinde. Boven haar ogen, daar vlak boven haar wimpers, had ze een retestrak zwart lijntje. En ik was op slag jaloers. Dat haar, dat jasje en die laarzen – tot daar aan toe. Met een beetje geluk (en heel veel tijd) lukte mij dat ook nog wel. Op dagen dat ik er zin in had. Dat lijntje? No. Fucking. Way.

Nou zie ik er met teveel make-up sowieso al uit als een drag queen. Met zo’n lijntje erbij ben ik een panda in drag. Maar je kan toch potverdorie niet bijna halverwege de 40 zijn en nog geen fatsoenlijk lijntje kunnen tekenen? Terwijl pinnende mevrouwen in supermarkten en net opgedroogde 17-jarige winkelmeisjes bij de bakker dat wél kunnen? Dat kan toch niet?

Wat doe je in zo’n geval? Juist. Op naar het land van de hysterisch gillende Amerikaanse beauty vloggers. Die zogenaamd onopgemaakt aan hun tutorial beginnen maar stiekem al meer producten op hun gezicht hebben gesmeerd dan ik in een heel jaar. Het is heel gemakkelijk, zeggen ze dan. Kijk, je zet een paar puntjes, die verbind je met elkaar en dan… flop. Staat er een strak lijntje. Painting by numbers, maar dan anders.

Oké dan. Drie verschillende potloodjes aangeschaft, gel eyeliner, liquid eyeliner, eyeliner in een potje met een kwastje. Diep ademhalen. Peptalk. Vaste hand, je kunt dit. Stipjes, lijntjes, verbinden… PANDA met zigzageffect.

Hé, zei iemand op een feestje. Gaat het wel goed met je? Je kijkt een beetje scheel. DAT IS MIJN WINGED EYELINER, JA.

Maar de aanhouder wint, hè. Het bovenstaande schreef ik in februari. Het is nu eind september. En mensen, ik kan het. Vijf van de zeven dagen. Zonder zigzag. Ik denk dat ik maar een You Tube-kanaal moet gaan openen. De vliegende panda’s: voor al uw feestmake-up. Gelukkig is het al bijna de 11e van de 11e.

Roest

Meikjes.nl - Roest

Gisteren had ik een jubileum. Voor het 30e jaar ongesteld, op de dag af*. Destijds mocht ik van mijn moeder bij de kinderboekenwinkel in Maastricht een boek uitzoeken om het te vieren. Een toren tegen de Romeinen, heette het. Geen idee waarom ik nou net dat boek uitkoos. Daar kon ik dan misschien in klimmen om mijn maagdelijkheid te beschermen? Sorry, mam, heeft niet gewerkt. Maar het was in ieder geval geen Romein!

30 jaar later vierde ik het door in snel tempo een 10%-biertje en een grote mok glühwein achterover te slaan, een ongelofelijk suffe kerstfilm te kijken en daarna heel lang met de hond op schoot te zitten, omdat Piet op hem was gaan STAAN. “Had je maar geen zwarte hond uit moeten zoeken. Die ZIE je toch niet.”

Ook deelde ik het heuglijke feit (van de 30 jaar, niet van de hond) met mijn tweelingzusje. Even daarvoor had mijn moeder – op een van haar vele reisjes, dit keer om kerst te ontlopen – allerlei foto’s van verroeste industriële toestellen in de familie-app geplaatst. ‘Gefeliciteerd’, appte mijn tweelingzusje mij. ‘Over verroeste stuff gesproken.’

‘Gefeliciteerd,’ appte mijn moeder. ‘Rust roest!’ En we hadden nog ZO afgesproken dat we het niet meer over mijn werksituatie (of het ontbreken daarvan) zouden hebben, mam! Wat in het vat zit, ehhhh… roest niet, weet je wel?

Twee dagen daarvoor zat ik op de rand van mijn dochters bed. “Even snel een knuffel nu, muis, want ik moet echt even gauw naar de wc, ongesteld en zo. Kom ik zo weer terug om je in te stoppen.” Totaal in shock keek ze me aan. “Maar mam, je was gísteren toch al ongesteld?” Nog nooit zo’n teleurstelling gezien als toen ik haar vertelde dat zoiets niet één dag, maar minstens 5 dagen duurt. En dan hebben we het er nog niet eens over gehad dat het niet frisblauw is en dat je er ook al niet van gaat huppelen, zoals ze je op reclames wel willen doen geloven…

Dat mag Piet haar t.z.t. uitleggen. Op de hond gaan staan, tsssssk.

 

*En nee, dat is dus niet onafgebroken en aaneengesloten. Ja.

Wat doet een Meik?

Het afgelopen jaar heb ik gegamed. Gelezen. Getuinierd. Schoongemaakt. Gesport. Gebakken. Stukjes geschreven. Gehaakt. Gebreid. Konijnen geknuffeld. Gewandeld. Gefotografeerd. Opgeruimd. Kinderen begeleid. En hondjes gemaakt. Heel. Veel. Hondjes.

Dat was fijn, maar nu ga ik jullie hulp inroepen. Een soort joker inzetten, maar dan anders (want ik heb een tyfushekel aan spelletjes. En programma’s. En tv in het algemeen, eigenlijk).

Als jullie aan mij denken, wat zien jullie mij dan doen? Behalve dus lezen, gamen, breien, konijnen knuffelen, hondjes maken, etc. – want dat kan ik heel goed zelf al.

Concentratie! Neem een Meik in gedachten. Waar zou die nou op haar plek zijn? Wat voor werk zou ze doen?

Vrije associatie, het hoeft niet realistisch te zijn, dat komt later wel. Maar zelf weet ik het even niet meer, en ik wil graag weer iets gaan DOEN.

En dan bedoel ik dus niet 4 dagen per week me helemaal over de kop werken op een kantoor, met onhaalbare deadlines en op gezette tijden een of andere vage training om aan mezelf en het team te werken. Been there, done that, got the *kuch* time out.

Wie biedt?

 

Hondjes van Meik

Nog maar een hond dan

Precies een jaar geleden stopte ik met mijn baan. Het was op, er was geen toekomst meer, geen energie, en ik werd elke dag een beetje ongelukkiger.

Ik heb er nog geen moment spijt van gehad.

Heb ik heel veel vooruitgang geboekt in het afgelopen jaar? Mwah. Heb ik dips gehad? Ja, zeker. Weet ik nu precies wat ik wil? Nee, nog lang niet. Zijn er kleine plannetjes? Ja, dat wel.

Hopelijk kan ik binnenkort de moed vatten om er ook echt iets mee te gaan doen.

In de tussentijd heb ik maar weer eens een hond gekleid. 

Loedermoeder

Er is iets wat ik niet helemaal begrijp. Het is er al een tijdje. Het kreeg zelfs een kek naampje. Het gaat ongeveer zo:

Ha ha ha, hi hi hi, hoor mijn kinderen eens lawaai maken, omg mijn wasmand is ontploft, jaaaa ze zijn alleen stil als ze slapen hoor, duuuuuh lekker wijn drinken met mijn vrienden in de tuin, oh woehahaha mijn kind gaat met vieze kleren en de pastasaus van gisteren nog om de mond naar school, oeps?

Allemaal breed uitgemeten online; kijk mij eens even de boel lekker laten waaien.

‘Herkenbaar!’ ‘Oh meid, hysterisch!’ ‘Bij mij oooooook!’ staat er dan onder.

Loedermoeder, schijnt het te heten. En ik krijg er een beetje jeuk van.

Bij mij gaat heus óók niet alles altijd maar goed. Ik schreeuw ook wel eens naar mijn kinderen. Ik vergeet ook wel eens de gymkleren uit te hangen tussen twee gymlessen door. Mijn kinderen gaan ook wel eens te laat naar bed op een schooldag. Soms *néé!* eten we chinees in plaats van de geplande verantwoorde Hello Fresh-maaltijd. Ik drink ook wel eens een wijntje. Of vier.

En ik moet óók kotsen van al die perfecte Instagramplaatjes. Van alle nieuwe profielfoto’s met minstens zes verschillende filters erop. Van de o-zo-gelukkige stellen en gezinnetjes op Facebook, met commentaren eronder als ‘Oh schatje, wat ben je mooi’. Of ‘Mooi stel!’. Of: ‘Doe je goed!’. Of: ‘Lekker genieten!’. Serieus – nog 1 zo’n commentaar en ik ram mijn hoofd door de muur.

Alleen… die loedermoeder? Dat is eigenlijk precies hetzelfde – maar dan aan de andere kant van het spectrum.

Kijk. Mijn kinderen zijn niet perfect. Ikzelf ook niet. We zien er niet altijd uit om door een ringetje te halen. We hebben geen spreuken aan de muur hangen, of de perfecte beige-witte kleurstelling in ons huis. Geen bordje met ‘HOME’ op de voordeur. Geen geurkaarsen, of in stemmig zwart-wit uitgevoerde landschapsfoto’s aan de muur.

Dat doet er allemaal niet toe. Wat er wel toe doet is dat we hier samen leven. We ergeren ons heus wel eens aan onze buren – en zij zich ongetwijfeld wel eens aan ons. De buurman gaat wel eens met zijn schuurmachine lekker de schuur schuren nét op het moment dat wij met ons bezoek koffie zitten te drinken in de tuin. Kind deel 1 gaat wel eens met zijn telefoon op het dakterras lekker luidruchtig al zijn klasgenootjes zitten bellen, met bijbehorende puberale oerwoudgeluiden.

Leuk? Nee. Kun je het altijd voorkomen? Ook niet. Maar als mijn kinderen al vier keer de trap op en neer zijn gedenderd, dan zorg ik ervoor dat ze dat de vijfde keer niet meer doen. En als het half 8 ’s ochtends is, dan wordt er dus niet door huis geschreeuwd. Joehoe! Dat heet inlevingsvermogen. Empathie. En als er íets is waarvan ik vind dat mijn kinderen het moeten leren, dan is dat het wel.

Dus loedermoeder? Ik vind het maar een slap excuus.

Zo. En nu ga ik lekker een weekend naar Milaan. Wijn drinken en hysterisch doen. 

Markiesje

Ik geloof dat ik nu toch wel 100% zeker weet dat ik een Markiesje wil. Alle andere hondjes vallen gewoon in het niet naast dit beestje! Kijk dan!

De beschrijving van het ras is ook helemaal goed:

Het Markiesje heeft geen andere taak dan de mens te plezieren.

Voor deze gecompliceerde taak is hij volledig toegerust.
Hij is handzaam van formaat. Klein, maar gezond van lijf en leden. Hij kan zich heerlijk op schoot nestelen, maar is ook altijd te vinden voor allerlei sportieve activiteiten zoals een stevige wandeling, behendigheid, gedrag & gehoorzaamheid, of flyball.
Hij hecht sterk aan het gezelschap van mensen en is daarin niet bijzonder kieskeurig. Het Markiesje is waaks, maar begroet iedere bezoeker verder heel vriendelijk.
Graag gaat hij overal met de baas mee naar toe, maar kan ook heel goed een paar uurtjes alleen thuisblijven.

😍

Vorige week ingeschreven op de wachtlijst, vandaag me als lid aangemeld bij de rasvereniging, lid geworden verschillende FB-groepen… ooooh. Alsof je weer een baby krijgt. Misschien tóch die midlife crisis dan? 

Markiesje

Kledingkast

Ik kan me dat zo goed voorstellen. Dan sta je voor je kledingkast en je weet het allemaal niet meer. Je hebt niks! Alles is stom! Je wil niet! Dat feestje… je kent daar he-le-maal niemand. Niemand! En het is in zo’n dorp dat óók niks heeft, niet eens een snelwegafrit. Vloekend en tierend trek je de hele kast leeg. Nou dan gvd dit jasje dan maar, met die ene broek. Waar is die broek! Ja, in de wasmand natuurlijk. Schudschud klopklop, even wrijven en hup, kan nog best. Door naar de make-up – jezus, die wallen! Nee! Oké, achterin de la ligt nog zo’n tube BB-crème van 3 jaar oud waarvan je weet dat je erdoorheen gaat glimmen, maar je moet toch iets. Diep ademhalen en dooooooor.

En vervolgens sta je dus op dat feestje met je glas wijn, bij allemaal van die dorpsvrouwen die elkaar al honderd jaar kennen en al zes wijn verder zijn bovendien. Heb je eindelijk een gespreksonderwerp verzonnen, komt je zoon van pakweg 15 langsgewapperd. En dan schalt het door de kamer: “Hé, mam! Heb je tóch een groepje gevonden!”

Stiekem was ik heel jaloers. Wat een jongen. Wat een inzicht! Wat een sociaal bewustzijn! Daarbij vergeleken is die van mij nog maar een larf. Wat zeg ik, een amoebe. Die komt meestal niet verder dan zijn eigen navel. Het draait om hem en om zijn haar, en zijn favoriete vorm van sociale interactie is zijn moeder negeren en vloeken tegen de andere spelers in zijn computerspel.

Toen dacht ik: weet je wat, ik ga dat ook eens doen. Vloeken? Nee joh. Dat doe ik natuurlijk nóóit tijdens het gamen. Wijn drinken en mijn kledingkast leegtrekken? Been there, done that. Nee, ik bedoel de non-communicatie. Gewoon alle kabeltjes van de router eruit rukken. Woehoe, die, en die, en ja, die lichtgrijze ook! Hé, kijk, en daar staat ook nog een kastje, holladiejee!

Kan het iedereen aanraden. Zo leuk, die verblufte reactie. WTF? Jaaaaa, wat is dit nou weer? Hij klapt eruit! Ik was net eindelijk aan het winnen en hij klapt er dus gewoon uit! Wat is dit voor kloteding? Hoe kan dat fucking spel er nou gewoon uit knallen? (3, 2, 1…) Maaaaaaaaaaaaaaaam! Mijn internet ligt eruit! Jongen, echt? Nou, wat raar zeg! Nee, ik begrijp er ook helemaal niets van!

WOEHAHAHAHA.

Beetje jammer was wel dat ik daarna zelf ook nog even lekker wilde gaan gamen. Wat moet je anders, op zo’n stormachtige zondag. En dat ik toen dus niet meer wist welk kabeltje ook alweer waar moest. Ahem. Misschien dat ik toen wel heb gevloekt. Een klein beetje maar.

Meik overwint

Hoe is het nou met Meik? Meik hoest zich de longen uit het lijf, heeft ideeën die uitwerking behoeven maar overhaast niets, is als konijnenfluisteraar in opperste staat van paraatheid, kan nog steeds niet netjes achteruit inparkeren maar met honderd keer vooruit en achteruit komt ze er ook wel (en oefening baart kunst toch), en is momenteel best trots op zichzelf omdat ze net in haar eentje met de auto een konijnenhok heeft opgehaald. Dat was lachen, Marianne

P.S. Als iemand Meik nou ook nog even kan vertellen hoe ze dat rolluik in de achterbak weer gewoon op zijn plek krijgt, graag. 

Kriebels

Blijkbaar… heb ik last van vakantiekriebels. Want ineens moesten er voor heel veel geld 6 zomerse singlets worden gekocht. Waarvan 3 van slub jersey – eh, wat? Joh, ik vind het best, als het maar a) niet zweet en b) niet aan alle *ahem* oneffenheden van mijn lijft blijft plakken. Ook blijk ik ineens een nogal sterke voorkeur voor de kleur teal green te hebben, en blauw. Hoezo? Ik was toch een herfsttype? Waar komt deze deviatie ineens vandaan?

Ik vertrouw het niet helemaal. Eerst zeg ik mijn baan op, nu dit. What’s next? Voor je het weet heb ik een vakantie naar een slangenparadijs in de jungle geboekt. Als ik dat doe, dan waarschuwen jullie me toch wel, hè? Geen drank meer, vastbinden, opsluiten, koud water dompelen, regressietherapie met klankschalen, allemaal geoorloofd.

Maar voor het zover is moet ik eerst als de sodeju gaan zorgen dat die singlets een beetje soepel langs het lijf gaan vallen. Want als je dus niets meer doet (behalve gamen) en wel alles eet en drinkt (vooral drinkt. Ja, oké, en ook eet) wat los en vast zit, dan kom je echt gewoon keihard 4,5 kilo aan.

En op de een of andere manier gebeurt dat bij mij niet in de winter (zoals bij andere menschen en dieren, die dan een natuurlijk vetlaagje kweken), nee, bij mij gebeurt het steevast in de lente. Elk-jaar-weer. Laten we eens een bikini gaan passen want het wordt mooi weer NEE AHHHHHHHH. En dan ook binnen een week of 3, hè. Tijden heel stabiel lekker 66, en dan ineens: FLOP.

Dan kan ik mezelf nog een week of twee voorhouden dat het echt niets uitmaakt zolang ik nog maar beneden de 70 blijf, en dat 69,9 heus een heel respectabel goed gezond gewicht is en… Shit. Hoiii, gespierde bruine meneer. Ken je me nog? Ja, het is even geleden. Nee, ik snap dat je dat allemaal niet bijhoudt. En dat je in de laptop zit, ja, dat communiceert niet zo. Jezus man. Gun mij nou verdomme die persoonlijke touch even!

Weet je wat? Ik ga wel eerst even de lokale economie steunen. Mango en Citroen-Marmer, in een bekertje graag. En een hoorntje Smurfen en Aardbei voor het excuuskind. Buon appetito.

Koolmeesje

Er vliegt een koolmeesje tegen het raam op, al bijna drie maanden lang. Boven op zolder en beneden tegen de tuindeur. Ik weet niet wat het wil, maar het geeft niet op. Het gaat dichtbij zitten, op het puntje van de konijnenren of op de waslijn van het dakterras. Het kwettert. Het spant het lijfje aan, het spreidt de vleugeltjes, en dan lanceert het zich. Nu gaat het lukken! Maar het raam geeft niet mee.

Wat zou het binnen willen? Zou het blij op onze haren willen zitten? Zou het mee willen pikken van de hutspot-met-jus? Een badje willen nemen in de pan met water in de gootsteen? Misschien wil het wel soezend tussen ons in zitten op de bank ’s avonds met een heel klein beetje warme chocolademelk en een kruimeltje koek. Met de veertjes opgezet, een beetje slordig, zoals vogeltjes dat doen. Zou het dan ook mee naar boven willen? Op het hoofdeinde van ons bed een mezenslaapje doen?

Misschien wil het gewoon even wat aanspraak. Even weg uit de mezenwereld, de dingen van een andere kant bekijken.

Maar weet je, meesje, binnen is ook niet alles. Want als je alles hebt onderzocht, wat dan? Dan blijf je toch die muren tegenkomen. Dan is de tuindeur dicht, en de zolderdeur ook. En dan? Dan zit je vast, opgesloten. In een te warm, benauwd huis, zonder andere meesjes. Zonder wind door je veren. Zonder zon op je snavel. Ik zou het niet doen. Ik zou eieren voor mijn geld kiezen en heel hard de andere kant op vliegen. Naar het onbekende, naar de wijde horizon. Wie weet wat je allemaal tegenkomt.

Meesje, ik heb een idee. We sluiten een deal. Jij gaat naar jouw horizon, ik naar de mijne. Ik schud met mijn hoofd tot alles rammelt. Ik onderzoek, ik maak nieuwe verbindingen in mijn brein. Ik doe net alsof ik niet bang ben, en ik gooi mijn deuren wagenwijd open.

En van het voorjaar, meesje, wanneer alles weer groen is, wanneer het kriebelt, dan kom je even terug. Dan kom ik je tegemoet en dan laat ik de tuindeur open, zodat je heel even binnen kunt kijken. En daarna mag je in ons nestkastje achterin de tuin. Goed? Afgesproken.