Bijna twee maanden hond

Ik zal het maar gewoon zeggen. De eerste maand met een puppy is KUT. Het piest overal, het poept overal, het bijt in alles, het eet niet wanneer jij dat wilt. Het graaft planten op uit de tuin, het wurgt zichzelf bijna bij het zien van andere mensen/honden/katten/vogels, het slaapt niet in de bench.

Al die voorbereiding, al die voorpret. Niet kunnen wáchten tot hij er is. En dan… baf. Zacht en warm en friemelend. Met zijn grote oogjes en zijn kleine natte neusje. Glanzend lijfje en klein krulstaartje. Meer werk dan je je ooit had kunnen voorstellen. Eigenwijzer dan het eigenwijste kind. Niet voor rede vatbaar. Waarom wilde je ook alweer een hond? Hoezo had je je daar zo op verheugd? Wat bezielde je in vredesnaam?

We zijn nu bijna aan het eind van de tweede maand. En geloof het of niet, maar ik kijk vol vertedering naar die eerste foto’s en filmpjes. Wat was hij toen nog kleeeeiiiinnn! En dikkig! En instabiel! En liiieeefff! Heb ik dat allemaal wel gezien, toen? Of was ik alleen maar bezig met ‘het goed doen’? Al die hondenboeken ernaast, per dag lezen wat ik moest doen, in welke fase hij zat?

Ze zijn naar boven, die boeken. We zijn van puppycursus gewisseld. Als hij niet eet, dan eet hij maar niet. Als ik zeg dat hij moet slapen, dan slaapt hij. Als ik met hem wandel, dan stopt hij inmiddels bij bijna elke stoeprand voor een zit. En ja, hij slaapt ‘s nachts nog steeds in die doos naast ons bed. Kan nog steeds niet alleen zijn. Vindt het fietsmandje nog niet echt geweldig. Blaft soms de hele boel bij elkaar.

Maar het is wel mijn hond, en ook al poept hij soms opeens achter mijn luie stoel, we gaan elke dag een stapje vooruit. En dan weer zes terug. Geeft niks. Als ik een compleet afgericht voorspelbaar dier had willen hebben, dan had ik wel een nieuwe robothond gekocht.