Tegen

Sorry jongens. Ik ben vandaag gewoon even tegen alles.

Tegen mensen die ‘me hond’ zeggen. Afsluiten met ‘Joe!’ Of die ‘hi’ een prima aanhef vinden (Wat is er toch mis met hoi? Wat? Het is nota bene maar één letter meer! 1!). Die het over de ‘kids’ hebben. En ‘het gezinnetje’. Of die alle woorden los schrijven. Restaurant beleving. Bos wandeling. Keuken prins. Pleur op.

Ik ben ook tegen tot in de puntjes gestylde huizen die eruitzien alsof ze zo uit een woonmagazine komen. Kom op mensen. Leef! Of huizen met een zwart-wit kleurthema. Lekker gezellig joh. Tuinen die je met een meetlat moet bekijken. ‘Landelijk’ wonen met gewhitewashte houten shit aan de muur of – nog erger – boven de tafel. Zo’n tak met spullen eraan. Bah.

De rotzooi in het kastje naast mijn bureau (hallo, pensioenbrieven). Sowieso die hele verhuizing in huis. Niet.

Poezenplaatjes op social media. Echt waar. Flikker op met die beesten.

De pijn achter mijn linkeroog als ik een te snelle beweging met mijn hoofd maak (Wat als er iets zit? Hm? Nou? Wat dan?).

De vakantiebruinheid die langzaam van mijn huid afbladdert. Alle foto’s van bergen die ik heb gemaakt en die me nu buikpijn bezorgen omdat het niet hier is.

Konijnen die piswedstrijden houden ieder aan hun kant van het hek.

Links naar recepten voor kaneelkoekjes die het niet doen.

Grrr.

Meer koffie? Ja lekker, doe maar.

Druil

Ah. Wát een weer! Lekker! Met bakken!

Gisteren me volledig op het herinrichten van het konijnengebied gestort, want zonnetje en de onstuitbare drang om iets te DOEN. Sinds ze terug waren van de vakantieopvang werd er alleen maar gevochten, dus ik heb ze maar weer gesplitst in twee koppels en twee van elkaar gescheiden domeinen gemaakt. Zo jammer, want ze waren zo leuk met zijn viertjes! Allemaal de schuld van het kleinste pluizige witje. Aggressief dier. Het lijkt een schatje, maar niets is minder waar. Wat zeggen ze ook alweer altijd… alles van waarde is weerloos. Nou. Deze is zeker weerloos, maar zo waardevol vind ik hem op dit moment niet. Grmph.

Nu is er weer rust in de tent. Bijkomend voordeel is dat:

a) de tuindeur weer open kan zonder dat er een konijn op de mat komt piesen

b) het bijlmerbajeshekwerk rond de kruidentuin afgebroken kan worden (zodat we bij de bramen kunnen!). Daarvoor moet wel eerst weer even de zon gaan schijnen.

c) de konijnen ineens een stuk hondbestendiger zijn geworden. Weer een stap dichterbij!

\o/

Aangezien er vandaag dus geen zon was, zat ik alleen maar op Pinterest. Waar ik kotsziek werd van alle strakke gestylde loungeset-tuinen met zwarte bakken en hermetisch aangelegde tegelpartijen met af en toe een strategische buxus die ik almaar voorgeschoteld bleef krijgen (WAAROM?!), dus toen ging ik zoeken op ‘natuurlijke tuinen’. Nu wil ik dus kronkelende paadjes met digitalis erlangs, en pergola’s, en romantische zitjes, en… kut. Dat is waar ook. De halve tuin bestaat uit konijnendomein. Schijtbeesten.

Ennnnn toen kwam ik als vanzelf bij de romantische jurken en vesten met veterlaarzen en kant uit, waarna ik voor 500 euro rommel heb besteld bij verschillende online winkels. Minstens de helft ervan stuur ik weer terug, want ik weet even niet welke maat ik op het moment heb dus er moest van alles twee, maar toch.

Zouden ze het hier in het dorp heel raar vinden als ik voortaan alleen nog maar jurken met leggings droeg? In plaats van de eeuwige spijkerbroek die – geef maar toe – eigenlijk altijd vervelend zit te duwen op bepaalde plekken? Moet ik me daar druk om maken? Nee. Doe ik dat toch? Daar geef ik geen antwoord op. Het is een leerproces. Zoals je op vakantie ook geen gel in je haren doet en het je geen biet kan schelen dat je een joggingbroek met een jurk erover aan hebt en daar dan je bergschoenen onder. En als je dan weer thuis bent, dan lukt dat niet meer.

Dat moet anders. Mijn nieuwe motto: let it go. Dat hoort bij 40+. En zolang ik mijn haren nog niet lekker kort en hennarood maak en gewoon nog mijn lenzen blijf dragen en mijn oksels blijf scheren, mag dat best.