Kledingkast

Ik kan me dat zo goed voorstellen. Dan sta je voor je kledingkast en je weet het allemaal niet meer. Je hebt niks! Alles is stom! Je wil niet! Dat feestje… je kent daar he-le-maal niemand. Niemand! En het is in zo’n dorp dat óók niks heeft, niet eens een snelwegafrit. Vloekend en tierend trek je de hele kast leeg. Nou dan gvd dit jasje dan maar, met die ene broek. Waar is die broek! Ja, in de wasmand natuurlijk. Schudschud klopklop, even wrijven en hup, kan nog best. Door naar de make-up – jezus, die wallen! Nee! Oké, achterin de la ligt nog zo’n tube BB-crème van 3 jaar oud waarvan je weet dat je erdoorheen gaat glimmen, maar je moet toch iets. Diep ademhalen en dooooooor.

En vervolgens sta je dus op dat feestje met je glas wijn, bij allemaal van die dorpsvrouwen die elkaar al honderd jaar kennen en al zes wijn verder zijn bovendien. Heb je eindelijk een gespreksonderwerp verzonnen, komt je zoon van pakweg 15 langsgewapperd. En dan schalt het door de kamer: “Hé, mam! Heb je tóch een groepje gevonden!”

Stiekem was ik heel jaloers. Wat een jongen. Wat een inzicht! Wat een sociaal bewustzijn! Daarbij vergeleken is die van mij nog maar een larf. Wat zeg ik, een amoebe. Die komt meestal niet verder dan zijn eigen navel. Het draait om hem en om zijn haar, en zijn favoriete vorm van sociale interactie is zijn moeder negeren en vloeken tegen de andere spelers in zijn computerspel.

Toen dacht ik: weet je wat, ik ga dat ook eens doen. Vloeken? Nee joh. Dat doe ik natuurlijk nóóit tijdens het gamen. Wijn drinken en mijn kledingkast leegtrekken? Been there, done that. Nee, ik bedoel de non-communicatie. Gewoon alle kabeltjes van de router eruit rukken. Woehoe, die, en die, en ja, die lichtgrijze ook! Hé, kijk, en daar staat ook nog een kastje, holladiejee!

Kan het iedereen aanraden. Zo leuk, die verblufte reactie. WTF? Jaaaaa, wat is dit nou weer? Hij klapt eruit! Ik was net eindelijk aan het winnen en hij klapt er dus gewoon uit! Wat is dit voor kloteding? Hoe kan dat fucking spel er nou gewoon uit knallen? (3, 2, 1…) Maaaaaaaaaaaaaaaam! Mijn internet ligt eruit! Jongen, echt? Nou, wat raar zeg! Nee, ik begrijp er ook helemaal niets van!

WOEHAHAHAHA.

Beetje jammer was wel dat ik daarna zelf ook nog even lekker wilde gaan gamen. Wat moet je anders, op zo’n stormachtige zondag. En dat ik toen dus niet meer wist welk kabeltje ook alweer waar moest. Ahem. Misschien dat ik toen wel heb gevloekt. Een klein beetje maar.

teckel

Het is gewoon zo dat je altijd van alles wilt doen juist op het moment dat het niet kan. Zoals nu, nu ik weer eens zo stil mogelijk op bed lig vanwege duizelig en misselijk. Jahaa, ik had dat heus kunnen weten, dat mijn evenwichtsorgaan het laten repareren van een afgebroken vulling niet goed zou vinden – maar dat terzijde.

Nu lig ik dus op bed en wil ik teckels maken van klei. En morgen, wanneer ik weer beter ben (Want dat ben ik. Echt! Het moet!), dan denk ik pffffft, oké. Ik ga wel eerst boodschappen doen, een rondje monsters schieten. Konijnen verschonen. De was opvouwen. Een kind van school halen. Me verstoppen voor het andere kind, want wie weet in welke staat en met wie het nu weer thuiskomt. En tegen de tijd dat ik eindelijk op zoek kan gaan naar de klei, dan valt mijn oog op de klok en… oooh, is het al zo laat? Dan mag ik wijn!

Wat? Nee, dat ging ik niet zeggen! Niet! Dit wel: …dan zijn die teckels alweer lang en breed verdwenen ergens achter een luikje in mijn brein, bij alle andere ideeën. Zo gemeen. Rotbeesten.