Therapeutisch

Ik hou niet zo van geluiden. Van etende mensen. Van mensen die praten om het praten. Van klaterende wc-geluiden bij de buren net als ik in slaap wil vallen. Van zwaar ademende mannen naast me die allang liggen te tukken omdat ze nou eenmaal een uur eerder dan ik naar bed gaan. En van mijn lijf, dat heeft bedacht dat het herfst is. Dat ik dus best gewoon weer elke ochtend heel duizelig kan zijn. En dat het beter is als ik niet met oordopjes in slaap. Jongens. Ik kan het niet.

Vanochtend dus wiebelend therapeutisch in stilte alle walnoten gekraakt die mijn moeder had meegebracht vanuit Walnoten Productiebedrijf Maastricht (mijn vader). Alleen maar de walnoten, het glazen potje waar ze in moeten en ik. Veel beter dan dat wordt het niet. Hoewel er dan altijd weer eentje moet vallen. Die ligt dan achter je. En je voelt dat-ie naar je kijkt met zijn kleine oogjes. En je mag hem niet oppakken, want je bent sterker dan dat. Je wéét dat. Niet alles hoeft geordend. Er mag best een walnoot op de grond liggen. En je mag ook best dan weer één, dan weer twee en soms zelfs wel vijf walnoten tegelijk uit het zakje pakken. Je kunt dat.

Het is best moeilijk, zo thuis zijn. Je bent zelfs blij als er weer een konijn iets heeft – niet eten, teveel eten, het maakt niet uit. Als het pluizig binnen op de mat zit, kun je ertegen praten (de regel niet praten om het praten geldt vanzelfsprekend niet voor mij). En als het ergens last van heeft dat je niet zelf kunt oplossen, dan mag je naar de dierenarts! Met de auto! En dan krijgt het konijn een bloedonderzoek! Fantastisch! En de keer erna een echo! Ik heb altijd geroepen: dat soort dingen ga ik dus echt niet doen met mijn beesten, maar ik wilde het zo graag zien, ik kon er gewoon geen nee tegen zeggen. Als ik nou toch maar net even iets (oké, ongeveer 200%) beter in wiskunde was geweest, dan was ik vast dierenarts geworden. Ook al niet gelukt. (De hoop is nu gevestigd op kind deel 2.)

Terwijl ik mijn hersenen kraak (ha!) om erachter te komen wat ik dan wel nog kan worden, roep ik af en toe tegen mensen dat ik me een beetje begin te vervelen thuis. Dat is eigenlijk niet helemaal waar; ik denk dat het een soort sociaal gewenste uitspraak is. Moet ik toch eens mee stoppen. Is lastig – maar ik kan dat. Want er is zat te doen. Ik weet alleen even niet waar ik moet beginnen.

En dat is toch eigenlijk mooi het leven in een notendop. Brrr. Ik ga even met mijn eigen persoonlijke walnoot praten denk ik.

 

Schijtkonijn – ik bedoel: hoera! Vakantie!

Herfstvakantie is:

– dat schijtkonijn wéér uit de kruidentuin vissen, en weer, en weer, en weer, ondanks het inmiddels Bijlmerbajes-waardige hekwerk. Dan maar opsluiten in hok – totdat het als een echte crimineel, met medewerking van konijnenmaat De Pluizige Handlanger, weet te ontsnappen en hop, zo de weer kruidentuin in springt. En dan klagen dat die diarree maar niet over gaat! Uh huh.

– je hele Facebookpagina afzoeken naar het recept voor die gemberkoekjes. Gisteren nog gezien, nu onvindbaar. Grrr.

– denken aan Insanity vanwege dat toch wel hoge getal op de weegschaal bij weegactie met en zonder konijn zojuist. Maar ook beetje duizelig en niet lekker zijn (ligt dat soms aan het jaargetijde?!) dus verder dan denken komt het waarschijnlijk niet.

– kibbelende kindertjes die samen een racebaan bouwen op de computer. Wat is er gebeurd met de realtime racebaan? Denken aan Project Haal De Kist Met Racebaan Onder de Trap Vandaan. Misschien. Kan bijna niet zonder Project Laten We Die Hoek Eens Helemaal Uitmesten. Hmph.

– vinden dat je straks bij ritje naar bieb en ritje naar dierenarts vanwege schijtkonijn (maat is vol) en konijn dat nog ingeënt moet OOK buiten bent geweest.

– Project Wij Gaan Naar Het Zwembad gewoon uitstellen.

Het barst los!

Daar gaan we weer. Deze week heb ik eerst het hele huis schoongemaakt, inclusief dweilen (hikte ik al een week of zes tegenaan), ramen boenen (met glassex, ja. Alleen aan de binnenkant. En alleen de ramen bij de tuin – die waar de zon altijd op schijnt. Dus nog niet alles is verloren) en – waaaahhhh – stoffen met een nat doekje. Vervolgens heb ik een appeltaart gebakken van de door Pieter geschuumde* appeltjes, heb ik het natuurtafeltje omgekat van de zomervariant naar de variant met de eekhoorn, pompoen en paddenstoelen en heb ik gisteravond kaarsen aangestoken. En daarna ben ik gaan breien. Duidelijker kan het niet: de herfst is losgebarsten! Hoera!

Vandaag ging het allemaal dan weer net iets minder voorspoedig. Omdat ik niet langs school wilde fietsen tijdens ophaaltijd (ik heb namelijk echt heel erg de pest aan samenscholingen bij het schoolplein) nam ik een alternatieve route met een iets te kort bochtje en toen lazerde ik heel charmant met fiets en al de bosjes in. Mocht je me daarna toevallig zijn tegengekomen bij de plaatselijke supermarkt, dan heb ik je waarschijnlijk nog minder gezien dan normaal vanwege bossen haar die voor mijn gezicht hingen om eventuele schrammen te verbergen.

Ik denk dat ik in plaats van yogasokken beter een soort harnas voor mezelf kan gaan breien.

En dan kijken of ik mijn kinderen ook tot iets herfstigs kan bewegen. Denk dat deel 2 er wel voor te porren is; als ik het woord ‘hazelnoot’ laat vallen gaat ze al kwijlen. Deel 1… eh. Die komt niet tegenwoordig niet veel verder dan ‘Jij begrijpt er ook echt helemaal niets van, hè mam,’ en ‘Jij moet nu echt gewoon je mond houden!’ Zei ik nou harnas? Nee joh. Ik bedoelde een helm! Op puberformaat!

Maar eerst… pompoensoep. Want valpartij of niet, die herfstdrang, jongens, die is niet te stuiten!

*Limburg dialect voor iets wat niet geheel legaal maar toch ook weer niet geheel illegaal is verkregen – zoals appeltjes in een verwilderde boomgaard, of nadat de pluk al is geweest. Volgens mijn moeder.