Wat?! Maar… hoe?

Serieus. Wat dóén die konijnen als ik slaap? Kom ik vanochtend beneden, gordijn open voor het ochtendritueel: bakje met voer voor Sien binnen op de mat, kommetje met voer voor Bibi en Bertje halverwege de tuin, handje voor Willemijn naar buiten werpen… Ja, kom maar naar binnen Sien. Goedemorgen Willemijn. Hallo, Bibi.

WAT?! Bibi? Hoe komt dat beest bij die andere twee? Hoezo is dat geval uit haar ren ontsnapt, en HOE is het over het hek bij de andere twee gekomen? Ja, en nu is het dus hommeles, want een konijn een hele nacht bij twee andere konijnen en dan terug bij het nieuwe maatje… dat is matten geblazen. Er is niets zo kort van memorie als een konijn. Jij ruikt anders. Ik ken jou niet meer. Attaaaaaaack!

Snif. En ze waren net zulke dikke vriendjes. Leuk man, ik heb weer een project de komende dagen. Zucht.

Mist

Ik besta niet meer.

Wat? Nee, dat komt niet door carnaval – eh, het dorpsfeest. Dronken? Ik was helemaal niet dronken! Ik heb zelfs een half biertje laten staan. Ik ging naar de wc, en toen ik terug kwam, wist ik niet meer welke van mij was. De keer erna heb ik het maar meegenomen de wc in. Veel veiliger.

Maar echt, ik ben verdwenen. Lucht. Mist. Een dauwdruppel ’s ochtends in het eerste zonlicht – even is hij er en dan… poef. Weg.

Het kijkt niet meer naar me. Als ik het ophaal van brugklaskamp, dan ziet het me wel, o, zeker. Maar het wil me niet zien. Het steekt met gestrekte arm naar beneden een heel klein handje op. Met het blote oog nauwelijks waar te nemen voor hen die niet de moeder zijn. Het volgende contact is dan de grote weekendtas die op mijn voeten wordt geworpen. Hoi, zoon. Leuk dat je er weer bent. Kijk nou toch eens, al die kinderen die wél reikhalzend naar hun moeder uitkijken! Die haar – nee toch! – omhelzen! Wat een rare types, hè? Een duw en een “ben je nou eindelijk klaar, mam?” is alles wat ik krijg.

Zou het ooit nog goed komen? Zou het ooit nog iets van me aannemen? Liefde? Advies? Iets anders dan een Playstation 4, een iPhone 7 of gewoon, geld voor Star Wars Battlefront?

Ik weet het niet. Ik denk aan de afgelopen 12 jaar en houd mezelf dapper voor dat het over nóg eens 12 jaar wel weer beter zal zijn. Dan torent het boven me uit en zegt het: “Hee, ma! Biertje?” Tot die tijd moet ik de diepe zuchten en boze blikken maar gewoon doorstaan.

En als je me vanavond dus tegenkomt in de feesttent, in mijn mistige vorm, zeg dan gewoon even, hee, Meik, wat LEUK dat je er bent! Dan word ik misschien weer wat zichtbaarder. Me een biertje geven is optioneel. Meegaan naar de wc ook.

Meik overwint

Hoe is het nou met Meik? Meik hoest zich de longen uit het lijf, heeft ideeën die uitwerking behoeven maar overhaast niets, is als konijnenfluisteraar in opperste staat van paraatheid, kan nog steeds niet netjes achteruit inparkeren maar met honderd keer vooruit en achteruit komt ze er ook wel (en oefening baart kunst toch), en is momenteel best trots op zichzelf omdat ze net in haar eentje met de auto een konijnenhok heeft opgehaald. Dat was lachen, Marianne

P.S. Als iemand Meik nou ook nog even kan vertellen hoe ze dat rolluik in de achterbak weer gewoon op zijn plek krijgt, graag.