En garde

Op mijn vraag waarom hij potverdorie nog niet heeft ontbeten – het is inmiddels 8:00 uur, wordt het niet eens tijd – reageert hij doodleuk met: “Ja hallo, er lag geen brood op tafel.” O, heeft meneer geen beentjes meer? Wat zielig! Het komt niet aan, want op zijn beentjes ligt de telefoon. Hij zit een beetje in elkaar gedoken. “Ik ben uit de groep 8 chat gestapt, ze deden vervelend.” Ah. De prepuber anno 2016. Waar het echte gevecht niet op het schoolplein plaatsvindt, maar digitaal. Brood is bijzaak.

“Hoelang blijft Ol eigenlijk nog puber?” vroeg zijn favoriete mikpunt laatst. Bij het horen van ons antwoord (“Mwah, toch wel minstens tot zijn twintigste, schatten we,”) trok ze wit weg. “Ja, en ongeveer halverwege, dan ben jij óók een puber!” gooiden we er nog een schepje bovenop. Ze zette snel haar omgekeerde-doosje-met-gaatjes-voor-de-ogen op haar hoofd; het equivalent van vingers in je oren en heel hard lalalalala zingen. That’s the spirit.

Ondertussen probeer ik de prepuber bij te brengen dat ook hier laconiek reageren en lekker negeren het beste zou werken. Het levert me slechts een geërgerde blik en een “Maaaaammm. Kappen nou!” op. Tiktiktiktik. Gemompel. Een heleboel kinderen voegen hem steeds weer toe aan de groep.

Ik zwijg – want ook dat kunnen moeders. Heus. (Behalve als ze met andere moeders zijn en er wijn in het spel is. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.)

Een zucht. Hij gebruikt zijn beentjes en loopt naar de spiegel, handen in het haar, mopperend dat het wéér niet plat blijft liggen. Buiten huppelt zijn vriendinnetje langs. “Ben je klaar?” roept ze. Hij is klaar. Telefoon in de broekzak, hippe schoentjes aan. Zijn doei waait weg, de hoek om.

En ik? Ik bedenk dat ik soms ook mijn beentjes wel wil gebruiken, om zo’n klein prepubertje van iemand anders onderuit te trappen. Maar ja. Goed voorbeeld, etc. Dan maar een doos met gaatjes op mijn hoofd. En een glas wijn in mijn hand. En garde.

Koolmeesje

Er vliegt een koolmeesje tegen het raam op, al bijna drie maanden lang. Boven op zolder en beneden tegen de tuindeur. Ik weet niet wat het wil, maar het geeft niet op. Het gaat dichtbij zitten, op het puntje van de konijnenren of op de waslijn van het dakterras. Het kwettert. Het spant het lijfje aan, het spreidt de vleugeltjes, en dan lanceert het zich. Nu gaat het lukken! Maar het raam geeft niet mee.

Wat zou het binnen willen? Zou het blij op onze haren willen zitten? Zou het mee willen pikken van de hutspot-met-jus? Een badje willen nemen in de pan met water in de gootsteen? Misschien wil het wel soezend tussen ons in zitten op de bank ’s avonds met een heel klein beetje warme chocolademelk en een kruimeltje koek. Met de veertjes opgezet, een beetje slordig, zoals vogeltjes dat doen. Zou het dan ook mee naar boven willen? Op het hoofdeinde van ons bed een mezenslaapje doen?

Misschien wil het gewoon even wat aanspraak. Even weg uit de mezenwereld, de dingen van een andere kant bekijken.

Maar weet je, meesje, binnen is ook niet alles. Want als je alles hebt onderzocht, wat dan? Dan blijf je toch die muren tegenkomen. Dan is de tuindeur dicht, en de zolderdeur ook. En dan? Dan zit je vast, opgesloten. In een te warm, benauwd huis, zonder andere meesjes. Zonder wind door je veren. Zonder zon op je snavel. Ik zou het niet doen. Ik zou eieren voor mijn geld kiezen en heel hard de andere kant op vliegen. Naar het onbekende, naar de wijde horizon. Wie weet wat je allemaal tegenkomt.

Meesje, ik heb een idee. We sluiten een deal. Jij gaat naar jouw horizon, ik naar de mijne. Ik schud met mijn hoofd tot alles rammelt. Ik onderzoek, ik maak nieuwe verbindingen in mijn brein. Ik doe net alsof ik niet bang ben, en ik gooi mijn deuren wagenwijd open.

En van het voorjaar, meesje, wanneer alles weer groen is, wanneer het kriebelt, dan kom je even terug. Dan kom ik je tegemoet en dan laat ik de tuindeur open, zodat je heel even binnen kunt kijken. En daarna mag je in ons nestkastje achterin de tuin. Goed? Afgesproken.

Zondagochtend

Overpeinzingen op de zondagochtend.

(Ik weet het, het is al kwart voor twee geweest, maar het vóélt als zondagochtend. Ik ben in de ontkennende fase.)

– Je man, dat bezige baasje, wast de ramen. Als hij iets te ver naar buiten leunt op de eerste verdieping, is de eerste gedachte die door je hoofd schiet: ‘Kijk uit! Niet vallen! Straks plet je een konijn!’ Ai.

– Je zoon heeft een klassendisco gehad. Hij heeft de hele tijd gedanst! Maar 1 seconde gezeten! Als je dan vraagt waarom hij tijdens het grandioze oud en nieuw-feest niet met jou wilde dansen, geeft hij als antwoord: “Ik dans alleen met leeftijdsgenoten, niet met rare oude mensen die ook nog eens dronken zijn.” Au, au en nog eens au! Dus dat standaard Mammiiiieeeeeee ‘s ochtends vroeg, en al die knuffels, dat is waarschijnlijk ook gewoon nep. Snik.

– De zon schijnt op je computerscherm tijdens het gamen, maar je bent te lui om op te staan, waardoor je prachtige lvl 80 Mesmer genadeloos te pakken wordt genomen door een gigantische jungleworm terwijl ze net in haar tas aan het rommelen is en een plantje staat te harvesten voor de daily in beginnersgebied. The shame!

Allemachtig, het leven is hard. Tijd voor een spiegelei met bacon.

Linked In

Nieuwe hobby: op LinkedIn kijken bij ‘Mensen die je misschien kent’ en dan proberen te voorspellen wie de gemeenschappelijke connecties zijn. Werkt echt nooit.

Sowieso vind ik dat hele LinkedIn best ondoorzichtig. Ik begrijp de toegevoegde waarde, heus! Maar ik ben in het echte leven al niet zo van het netwerken, dus eh. Echt heeeeeel gemakkelijk gaat het niet. Om serieus genomen te worden schijn je toch wel minstens 200 connecties te moeten hebben. Ik heb er geloof ik met heel veel pijn en moeite zo’n 99 bij elkaar gesprokkeld nu. En dan heb ik echt de meest verre vrienden ook al gevraagd (nee, ik ga niet zeggen wie ik als een verre vriend beschouw en wie niet.).

Ik staar trouwens echt soms met open mond naar de foto’s die sommige mensen als profielfoto gebruiken. Dat is al een hobby op zich!

Heb ik nu echt al twee keer het woord hobby gekoppeld aan het woord LinkedIn? Dat is wel heel erg sneu. Tijd om weer even te gaan gamen.

P.S. Wil je mijn vriend zijn (ver of anderszins, dat laten we voor het gemak gewoon even in het midden)? Ik ben hier!

https://nl.linkedin.com/in/meike-herpers-5a39688

Laten we linken! (*kuch*)

Dans met mij

Ik was vorige week bij de crematie van een collega. Haar partner vertelde over de avond voor haar dood. Dat hij haar niet, zoals gewoonlijk, nog een nachtkus had gegeven, want ze sliep al zo lekker. De volgende ochtend stonden er twee agenten voor zijn deur.

Het was een frisse, zonnige dag, daar bij het crematorium. Het waaide. Op de achtergrond, door de grote ramen van de zaal, zag ik een reiger heen en weer vliegen met takjes in zijn bek, druk bezig met zijn nest, zijn pootjes dun en onhandig in de hoge boom.

De zus van mijn collega vertelde over hun jeugd, die moeilijk was geweest. Over het contact dat gedurende een korte tijd goed was geweest, maar daarna verloren was gegaan. Ze las een verhaal voor van de tor en de kever, die elkaar steeds bozere brieven schreven en die steeds verder van elkaar verwijderd raakten. En toen, nadat ze eigenlijk alweer was gaan zitten, kwam ze terug, om het portret van mijn collega van de kist te pakken en ermee te dansen op de muziek die was gestart.

Er ging een schokgolf van ongeloof door de zaal. Van gêne. Plaatsvervangende schaamte, bijna.

Voor mij was het het mooiste wat ze had kunnen doen. Het was de ultieme uiting van onmacht, van verdriet, van proberen vast te houden wat er ooit was geweest, maar wat verloren was gegaan. En tegelijkertijd was het een eerbetoon, een lak hebben aan conventies. Precies dat wat ook mijn collega had getekend. Wanhoop, warmte en rebelsheid ineen.

Mijn tijd is hopelijk nog heel ver weg, maar als het zover is, dan hoop ik dat er ook iemand met mij danst.