Onderbroek

“Ik ben vanochtend uit mijn onderbroek gescheurd,” verkondigde Piet vanuit het niets. Waar deze ontboezeming ineens vandaan kwam, ik weet het niet, maar hij had wel een zeer gewenst bijeffect: Ol en Nyn stopten abrupt met hun eeuwige gevecht om wiens ledemaat zich op welk gedeelte van de achterbank mocht bevinden, om hem toch minstens 5 seconden lang met open mond aan te staren. Daarna hingen we allemaal zéker 2 minuten hinnikend van het lachen elk tegen onze eigen autodeur aan. Met uitzondering van Piet, natuurlijk, die moest rijden, en die was zich sowieso nergens van bewust, want die zegt wel vaker zo maar dingen. Meestal tot mijn grote ergernis – al die loze gedachten, die kun je toch wel gewoon binnen houden? Maar deze mocht blijven.

Het zette me aan het denken, dat beeld. Zou dat nou bij veel mensen gebeuren, dat ze uit hun onderbroek scheuren? Is dat misschien waar die rare trend van gojibessen en cacaonibs vandaan komt? Shit, dat is nu al de vijfde keer deze week dat ik uit mijn onderbroek scheur. Er moet iets drastisch veranderen! En dan volledig doorslaan naar de andere kant en alleen nog maar tarwegras met kokosolie eten. Zodat je voortaan óók met je hemdje omhoog voor de spiegel staand een selfie van je strakke abs kunt maken voor op Instagram, net als alle andere kekke blonde meisjes van pak hem beet 23. En dan vooral niet vergeten elke dag je ontbijt van drie keer organisch geslingerde rechtsdraaiende extra magere kwark met gezeefde bijenpollen en speltgranola op de foto te zetten met de hashtag #goedbezig erbij.

Kijk. Ik sport ook. Ik eet zelfs havermout ’s ochtends, ik maak smoothies met sojamelk, en een mug cake op zijn tijd kan ik heus waarderen. Er gaat zelfs wel eens een foto online van mijn nieuwe sporthemdje. Maar die hele Kiek uut voor de gluut-beweging? Nee, dank u. Als ik keihard heb gesport, is er niks fijners dan lekker in mijn eigen comfi stoel zitten met een Belgisch biertje en een bitterbal of zes. Gezellig, samen met Piet en mijn bijna-maar-net-niet-helemaal zichtbare abs. #bourgondischbezig

Geen paniek, overigens. Hij was gewoon met zijn teen in een gaatje blijven hangen.

Praten met Pubers

Praten met pubers, deel 1. Plaats: het Computerhok. Wie: Puber en Moeder.

Tiktiktik. Drrr, kloink, tikkerdetik. “Whoa! Chill!”
“Even luisteren nu, Ol. Wij, papa en ik, gaan zo naar het gemeentehuis, paspoort ophalen.”
“Oké.”
“Ik wil dat jij in de tussentijd iets voor me doet.”
“Oké.”
“Bedenken wat je als eerste van je kamer gaat opruimen. Dan ga je dus naar je kamer, je bekijkt het, en dan laat je me straks weten wat het is geworden.”
“Oké.”
“Daarna kleed je je aan, en dan ga je bedenken waar je die twee stukjes die je nog voor juf moest maken gaat schrijven, en wat je daarvoor nodig hebt. Het hoeft niet nu meteen, maar als wij weg zijn.”
“Oké.”
Tiktik. Tik. Tikkerdetiktik. Kloink. “Holy!”
“Dat betekent dus, Ol, dat je zo hier weggaat uit het hok, en dat je iets gaat doen. Ja?”
“Oké.”

Wat denken jullie?

Precies. Kansloos. 

Blub

Welkom bij alweer een dag op de bank, deel 7. >.<

Het is ongelofelijk hoeveel scherper je zintuigen zijn als je alleen maar kunt liggen. Nee, echt. Tiktiktiktiktik… Hond van de buren. Nageltjes op de trap. Prie, prie, prieuw… Duizend spreeuwen. Komen de overgebleven druifjes pikken in de tuin. Kaaaa-ching! 1000 Euro voorrrr Meike!

Blub. Blub. Bllluubbbb. Blubblub.

Blub – hè? Wat? Nee! De lekkende verwarmingsbuis in de keuken! Shit! Shit! Shitterdeshit! Maar… Nee. De doek op de emmer eronder is droog.

Blllubbbbb. Blubblubblub blubb.

Aha! Het zijn de vissen. Ik zal ze krijgen, met hun stiekeme vliegkunstjes als ze denken dat niemand kijkt. “Ik kan 5 cm boven het water een koprol maken!” “Ja hoor. Sinds wanneer? Ik geloof er niks van. Wie eet er hier altijd al het voer op, nou? Echt niet dat jij boven dat water uitkomt!” En dan heel onschuldig rondjes zwemmen als je langsloopt. Maar… Nee. Er ligt een deksel op het aquarium.

Maar… maar… maar wat dan? Eigenlijk is het hier hartstikke eng, met al die mysterieuze geluiden… Kom op, niet aanstellen. Denk aan iets schattigs. Een muis die een bad neemt. Een waterspookje onder de trap.

Onder de trap… Onder de trap! Pieters grote ronde wijnmaakfles-met-zwanenhals-voor-het-gisten. Waar hij gisteren zijn versgemaakte druivensap annex wijn-in-wording in heeft gegoten.

Blub. Blub. Blubblub. Bbbbblub. Blub?

Blub?! Ga iemand anders lastigvallen met je geblub! Al moet het met de neus dicht, echt wel dat die eerste fles voor mij is straks. En de rest gaat bij de vissen. Stelletje achterbakse beesten.

Ziek, Zwak en Misselijk

“Hallo, met de firma Ziek, Zwak & Misselijk. Ja, spreekt u mee. Mmm. Klopt, we hebben er nog eentje die het doet hier. Ja, enorm breed inzetbaar. Haalt dropjes, sluit klapperende deuren, deelt knuffels uit. Absoluut een aanwinst. Wat zegt u? Nu meteen? Ik zal het eens even vragen.” *grmb zzzz bfvvv oink rrrrrrt* “Ja, hallo, bent u daar nog? Nee, sorry, ik moet u teleurstellen. Voorlopig is ze bezet. Iets met aliens, konijnenhokken en varkentjes. Maar probeert u het vooral morgen nog eens!”

Rawr

Gisteren betere dag, vandaag weer keihard tollend op de bank. Ga weg, virus! Ik wil naar buiten, de herfst opsnuiven! Konijnen aaien! O nee, wacht. Konijnen zijn bij Stichting Bedenk, waar geprobeerd wordt of er een 4e bij kan om de groep te stabiliseren.

Als je dacht dat konijnen makkelijke knuffeldieren waren – think again. Lastiger dan een groep hormonale pubermeisjes bij elkaar. Bitch fight, maar dan pluizig. Squeek. Rawr. Fantastische beesten zijn het.

Pieter denkt daar soms iets anders over. “Zorg jij nou maar eens dat je je rijbewijs haalt,” siste hij gisteren, toen we bij de Stichting waren om te kijken of ze alweer mee terug naar huis konden. “Dan kun je die stinkkonijnen van je voortaan zélf ophalen!”

Mijn motivatie stijgt met de dag. Rawr.

P.S. Overigens is Pieter ook degene die een konijnenheuvel is onze tuin heeft gebouwd en die altijd onkruid naar onze vrolijke vriendjes brengt, dus ik vermoed dat hij gisteren zelf gewoon last van iets hormonaals had. 😉

Zaterdagochtend

Ahhhh, zo’n lange zaterdagochtend zonder iets. Ik ben extra vroeg opgestaan (voor zover je bij mij van opstaan kunt spreken in mijn huidige toestand) om er eens goed van te kunnen genieten. Lieve langs-de-lijn-ouders, ik ben zó blij dat die van mij niet op hockey zitten. Of op voetbal. Basketball. Softball. Of wat voor andere teamsport dan ook. “Maar het is zo góed voor ze om in teamverband dingen te doen!” “Maar ze leren er zo goed van samenwerken!” “Maar elk kind moet toch een teamsport doen – dat hoort bij de opvoeding!”

Sorry, nee. Let’s face it. Alle kindertjes zijn prinsjes en prinsesjes, en die moeten dan ineens verplicht allemaal samenwerken? En dan bij voorkeur om 8 uur ‘s ochtends in het weekend, want door de week is het sowieso al hollen van training naar clubje. Time management, noemen ze dat. Vragen om problemen, noem ik het. Geen wonder dat al die ouders zo staan te brullen langs de lijn. Toe dan, schatje, doe leuk samen – geef hem een DREUN, Janique!

Nope. Ik ben tegen. We bewegen ons al vaak genoeg in kuddes voort. Lang leve het het individu! Hulde aan de einzelgänger! Uiteindelijk is er niemand die precies weet wie je bent – dat weet alleen jijzelf, in je eentje. Laten we dát eens trainen. Lekker navelstaren, elke zaterdagochtend, verplicht. En als het dan echt moet, dan bespreken we op zondagochtend wat we allemaal geleerd hebben. Fijn samen, bij een kopje koffie. Heerlijk. Voel de liefde. Of niet.

Ik ga weer even liggen.

Van voor naar achter, van links naar rechts

Ik werd vanochtend wakker en alles draaide.

Oooooh, hoor ik jullie denken. Ze had zeker weer teveel gezopen! (Ik ken mijn reputatie – het Beest uit Bourgondië, that’s me.) Maar dat was het niet! Zoiets krijg je niet van 1 glaasje rosé, ik weet het zeker.

Alleen… wat was het dan wel? Dat je probeert op te staan en het kan eigenlijk niet? Omdat je dan bijna over je nek gaat? En omdat je voor je gevoel totaal naar links overhelt? Dat is toch raar? Ik kan yoga-strek-houdingen als de beste, naar links én naar rechts, maar dit was overdreven. Een soort 80-jarige met een bochel, maar dan naar opzij. Niet oké.

Inmiddels ben ik er weer een beetje. Ik geloof zelfs dat ik weer recht loop, maar ik durf nog even niet te fietsen, en ik ben extreem blij dat ik mijn rijles vanochtend heb afgezegd (sorry Annemieke!), want dat zou wel een héél aangepaste rijles zijn geweest. Iemand een idee? Moet ik me zorgen gaan maken? (En nou niet allemaal massaal jaaaaaaaaa roepen…)

Deep Space

Gisteren in de supermarkt kwam er iemand heel enthousiast op me af galopperen: “Mam! Mam! Ik krijg er eentje gratis als ik er 1 koop! Maghetmaghetmaghetmaghet?” Stem nog hoger dan normaal (wanneer krijgen ze eigenlijk de baard in de keel? Wordt het niet eens tijd?), trappelend van ongeduld. “En kan ik dan 2 verschillende?”

Ik mompelde nog iets over dat er dan alle combinaties mogelijk bij moest staan, maar hij was alweer weg. Om twee seconden later met een gelukzalige glimlach de buit in ons karretje te deponeren. “Het stond er!”

“Van je zakgeld!” sprak ik nog streng. Geen enkel probleem, nonchalant gebaar, want hij had nog zéker 22 Euro in zijn spaarpot.

Ik had beter moeten weten. Nu is er geen plaats meer voor mijn verantwoorde crèmepjes op het badkamerplankje, want daar staat namelijk De Verzameling. Nu moet ik me ‘s ochtends door een muur van Africa de badkamer in wringen. Of Peace. Of Excite. Ofgodmagwetenwelkeanderevariant. En dan moet ik hem helpen, want zijn vingers zijn nog glibberig van de douchegel (“Wit, mam, want het heet Black!”), en er moet echt nog meer opgespoten, want dan ruik je het als hij gaat zweten.

Dat water dat van de badkamerlamp druipt, dat is er niet echt, toch? Het volledig doorweekte plafond – een fata morgana van mijn door Gold Temptation benevelde brein. De aparte stand van de douchekop? Dat zie ik vast verkeerd. “Maar dat heb ik écht niet gedaan, écht niet! Ik wist het niet eens!” Nee, dat was zeker die 6 meter lange alien met duikbril die elke ochtend spontaan uit het doucheputje komt.

Klonk, hoor ik even later achter me. Zie je wel. Duikbril, in de douchebak. Aliens bestaan echt. Ze duiken op waar je ze het minst verwacht, bij voorkeur ‘s ochtends vroeg. En ze hebben altijd, echt áltijd Axe bij zich. Deep Space. Ik zweer het je.

WC

Dan is het weer zaterdag en kijk ik naar de foto’s in het Magazine, naar van die prachtige Scandinavische thuisblijfmannen met hun baby’s van tussen de 1 en 5, en dan voel ik enige weemoed. Naar kleinere kinderen in rompertjes, met leuke staartjes (die ze bij het kinderdagverblijf voor me moesten maken, want zelf kwam ik er niet op) en mollige pootjes.

Dan kijk ik naar die van mij, met hun lange ledematen en hun tablets op de bank. En dan denk ik aan gisteren, toen ik ‘s avonds volledig uitgeblust in mijn stoel zat en gék werd van hun gefriemel en gekibbel om me heen. “Jongens, de tablet-tijd van vanochtend is voorbij!” roep ik dan, tegen beter weten in. Geen reactie. “Als ik terugkom van de wc,” wil ik daarna zeggen, maar het lukt niet. “Als je niet meer terugkomt van de wc,” zegt er een, en samen stikken we bijna van het lachen.

Dan weet ik weer waarom ik oudere kinderen véél leuker vind dan kleine.

BiepBiep

Allemachtig. Ik weet eindelijk wat ik ben! Na al die jaren is het me ineens duidelijk geworden… Ik ben een Google Maps-auto. Of een robot. Of eigenlijk: een Google Maps-auto-robot. Vanochtend moest ik een nieuwe route fietsen naar werk, want er moest eerst een paspoort worden aangevraagd. Met zo’n geweldige foto van voren. “Jawel, u mag wel glimlachen hoor. Maar dan zonder tanden.” Probeer het maar eens. “Wilt u uw kin iets naar onderen doen? Nee, niet zó ver. Stukje meer omhoog, ja, nee, omlaag, ja, zo.” FLLLLLITS! Misschien komt het daar wel door. Maar ik dwaal af. Hup, bij de les blijven.

Ik fietste dus nieuwe wegen, en ik werd knettergek. Mijn ogen waren luikjes die open en dicht gingen. Soort fotocamera, maar dan anders. Flitsflitsflitsflits – bocht naar rechts, zonnetje, water links, bliep, reclamebord, daar een bruggetje, duggeduggeduggedukkk, hee, kapitale woonboten-met-reflectie-op-water, mistflard, biepbiepbiepbiep voesssssj, schaap op dijk, drrrrrrrr, hobbel in fietspad, tegenligger, auto auto auto auto brommer, meneer met raar karretje en hond, bedrijf voor dingen, nog een bedrijf voor dingen, vliegtuig, tranend oog, nee ik huil niet, huilen is voor watjes, bieeeeeeeeeeeep, drrrrrrr, tuutuutuuutuuuuuut – en… ja! Bekende weg. Ontspan.

Nee? Nooit last van? Raar.